Beleid vreemdelingen Curaçao aangescherpt: minder bescherming bij uitzetting

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – De regering van Curaçao heeft het beleid voor de bescherming van vreemdelingen aanzienlijk aangescherpt. Uit het in maart 2025 gepubliceerde document ‘Beleid procedure bij en beoordeling van een verzoek om bescherming ex artikel 3 EVRM 2025’ blijkt dat uitzetting van vreemdelingen nu in meer gevallen mogelijk is, de maximale duur van vreemdelingenbewaring wordt verlengd en herhaalde aanvragen strenger worden beoordeeld. Daarmee wordt de rechtsbescherming van migranten concreet beperkt.


Volgens de Curaçaose regering is de aanscherping noodzakelijk vanwege het toenemend aantal verzoeken, met name van migranten uit Venezuela. Tot er wetgeving komt, blijft de bescherming vooralsnog afhankelijk van ministerieel beleid.

Een belangrijke verandering betreft de zogenaamde schorsende werking van bezwaar of beroep tegen een afwijzing van een verzoek om bescherming op grond van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (artikel 3 EVRM). Tot voor kort gold dat vreemdelingen niet mochten worden uitgezet zolang bezwaar, beroep, hoger beroep of zelfs een klacht bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens nog liep.

Die lijn is nu verlaten. Vanaf maart 2025 geldt dat verwijdering alleen automatisch wordt opgeschort tijdens bezwaar of beroep. Wie hoger beroep instelt of naar het Europees Hof stapt, moet zelf een voorlopige voorziening aanvragen om uitzetting tijdelijk tegen te houden. Dit betekent in de praktijk dat meer mensen uitgezet kunnen worden terwijl hun zaak nog loopt.

Vreemdelingenbewaring

Daarnaast is ook de vreemdelingenbewaring uitgebreid. Waar voorheen zes maanden gold als maximum, kan bewaring nu tot achttien maanden worden verlengd. Dit geldt in situaties waarin procedures lang duren of waarin de vreemdeling zelf niet meewerkt aan zijn verwijdering. Zo’n verlenging moet volgens het beleid wel uitvoerig worden gemotiveerd.

Dit vormt een duidelijke verzwaring van de positie van vreemdelingen, zeker vergeleken met het beleid zoals vastgelegd in de herziene gezaghebbersinstructie uit 2006 (HIG 2006), waar zes maanden de norm is en verlenging alleen mogelijk is bij uitzicht op verwijdering binnen korte termijn of aantoonbare frustratie van procedures door de vreemdeling.

Nieuwe feiten

Herhaalde aanvragen om bescherming worden voortaan alleen in behandeling genomen als sprake is van nieuwe feiten die dateren van ná een eerdere afwijzing. Dit sluit herbeoordeling in veel gevallen uit en verkleint de kans op alsnog verkregen bescherming.

Tabel: vergelijking oude en nieuwe situatie

BeleidsaspectHerziene Gezaghebbersinstructie 2006Aanpak Ongedocumenteerden 2023Beleid procedure ex artikel 3
EVRM 2025
Opschorting uitzetting bij bezwaar/beroepUitzetting wordt opgeschort tot alle rechtsmiddelen zijn uitgeputNiet uitgewerkt in detailAlleen schorsing bij bezwaar of beroep, niet meer bij hoger beroep of klacht bij Europees Hof
Bewaringstermijn vreemdelingenMaximaal 6 maanden in uitzonderlijke gevallenNiet behandeldTot 18 maanden mogelijk bij obstructie of langdurige procedures
Beoordeling herhaalde aanvragenNiet expliciet uitgewerktNiet behandeldAlleen inhoudelijke behandeling bij nieuwe feiten na eerdere afwijzing
Verplichte documentatie buiten detentieNiet genoemdNiet behandeldPaspoort en bewijs moeten altijd bij zich gedragen worden en op verzoek getoond
Doorplaatsing naar derde landNiet genoemdNiet genoemdSamenwerking met internationale organisaties mogelijk om migranten te herplaatsen
Rechtsmiddelen tegen verwijderingVerwijdering pas na volledige rechtsgang inclusief Europees HofAlgemene humane benadering zonder juridische detailsAlleen uitstel bij bezwaar of beroep; hoger beroep of klacht leidt niet automatisch tot opschorting

Procedurele verbeteringen

Tegelijkertijd biedt het nieuwe beleid ook meer duidelijkheid en een zekere mate van versterking van de rechtszekerheid voor vreemdelingen. De procedure voor het indienen en beoordelen van een verzoek om bescherming is uitvoerig beschreven. Dit voorkomt willekeur en geeft vreemdelingen meer zicht op de stappen in hun procedure.

Hoewel het beleid nog niet is vastgelegd in formele wetgeving, is het wel positief dat de minister uitdrukkelijk bevestigt dat verwijdering tijdens bezwaar of beroep niet plaatsvindt. Deze gedragslijn werd al toegepast, maar krijgt nu een duidelijker en publiek karakter binnen het beleidskader. Vreemdelingen die een verzoek hebben ingediend, mogen bovendien buiten detentie verblijven tenzij specifieke gronden voor bewaring aanwezig zijn, en zij hebben recht op bijstand door een gemachtigde. De praktijk moet leren hoe ruim de minister hiermee omgaat.

Ook spreekt de Curaçaose regering in het beleidsdocument de intentie uit om deze regeling op termijn wettelijk te verankeren. Dat zou voor vreemdelingen kunnen betekenen dat hun rechten formeel worden vastgelegd, in plaats van te berusten op beleidskeuzes die kunnen wisselen met politieke inzichten.


Deel dit artikel: