
Alleen beleidsregels voor bescherming vreemdelingen
WILLEMSTAD – Curaçao beschikt nog altijd niet over een formele wettelijke regeling voor de bescherming van vreemdelingen die een beroep doen op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat blijkt uit het geactualiseerde beleidsdocument van het Ministerie van Justitie, gepubliceerd in maart 2025. De bescherming tegen uitzetting bij risico op onmenselijke behandeling – zoals bedoeld in artikel 3 van het verdrag – is momenteel uitsluitend geregeld via beleid van de minister, en dus niet via formele landsverordeningen.
Artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens verbiedt foltering, onmenselijke of vernederende behandeling. Wie stelt bij terugkeer naar zijn land een reëel risico daarop te lopen, kan op basis daarvan bescherming vragen. Curaçao moet dan individueel onderzoeken of uitzetting verantwoord is. Dat betekent niet dat automatisch asiel wordt verleend, maar uitzetting is dan niet toegestaan.
Tot 2017 bestond er op het eiland geen overheidsprocedure voor dergelijke beschermingsverzoeken. Het Rode Kruis en de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR bemiddelden destijds nog bij aanvragen van migranten, vooral uit Venezuela. In 2017 is daarom een ministerieel beleidskader ingevoerd. Sindsdien is dit meerdere keren aangepast, met name vanwege de toename van Venezolaanse migranten.
De huidige beleidsregels regelen onder meer hoe een verzoek moet worden ingediend, wie het behandelt en op welke gronden een aanvraag wordt toe- of afgewezen. Zo moeten vreemdelingen zich fysiek op Curaçao bevinden en zich persoonlijk melden bij de vreemdelingendienst. Tijdens de behandeling van het verzoek mogen zij in principe niet worden uitgezet.
Toch is er volgens het document nog geen wetgeving die deze praktijk ondersteunt. De Landsverordening Toelating en Uitzetting (Ltu) bevat geen regeling over artikel 3 van het verdrag. Ook bestaat er nog geen wet die garandeert dat bezwaar of beroep tegen een afwijzing automatisch leidt tot uitstel van uitzetting. Wel volgt de minister dit als gedragslijn: zolang er een beroep loopt, wordt niet uitgezet. Bij hoger beroep of een klacht bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is die garantie er niet.
Curaçao erkent daarmee dat de huidige praktijk verder gaat dan waartoe het verdrag juridisch verplicht. Tegelijk benadrukt de minister dat vanwege het toegenomen aantal aanvragen dit niet langer houdbaar is. Daarom wordt het beleid aangescherpt. De overheid kondigt aan dat in de toekomst een wet moet volgen en dat mogelijk ook samenwerkingen worden opgezet met internationale organisaties om migranten te herplaatsen in veilige derde landen.
Vooralsnog blijft het echter bij beleid en is het ontbreken van een wettelijke basis een kwetsbaar punt in de rechtsbescherming van migranten op het eiland.




































