
WILLEMSTAD – Werknemers in de luchtvaart, scheepvaart en havens op Curaçao vielen jarenlang buiten de gewone arbeidsregels. Dat had historische redenen: hun werk werd gezien als bijzonder, internationaal en moeilijk te plannen. Die uitleg volstaat volgens de Sociaal-Economische Raad (SER) niet meer. In een advies aan de Staten pleit de Raad ervoor om deze uitzonderingen te schrappen en werknemers in deze sectoren dezelfde bescherming te geven als andere werknemers.
Toen de Arbeidsregeling 2000 werd ingevoerd, besloot de wetgever arbeid in de luchtvaart, scheepvaart en havens uit te zonderen van regels over werktijden, rust, overwerk en werken op feestdagen. Deze sectoren draaiden – en draaien nog steeds – op onregelmatige diensten, nachtwerk en internationale schema’s. Ook bestonden er aparte regelingen, zoals veiligheidsvoorschriften voor vliegend personeel en afspraken in cao’s. De gedachte was dat algemene arbeidsregels te star zouden zijn voor dit soort werk.
Achterhaald
Volgens de SER is die benadering inmiddels achterhaald. In het advies van 10 december stelt de Raad dat de uitzonderingen hebben geleid tot ongelijkheid in arbeidsbescherming. Werknemers in deze sectoren zijn vaak alleen beschermd als zij onder een cao vallen. Wie niet georganiseerd is, mist wettelijke garanties. Dat staat volgens de SER op gespannen voet met het gelijkheidsbeginsel in de Staatsregeling van Curaçao en met internationale afspraken over arbeidsrechten.
Het initiatiefvoorstel van de Statenleden Giselle Mc William en Susanne Camelia-Römer van MAN-PIN wil die ongelijkheid opheffen. Als het voorstel wordt aangenomen, vallen werknemers in de Curaçaose luchtvaart, havens en scheepvaart voortaan onder de algemene regels van de Arbeidsregeling 2000. Dat betekent wettelijke bescherming voor werktijden, rust, overwerk en feestdagen. Arbeid aan boord van buitenlandse schepen en vliegtuigen blijft buiten de Curaçaose rechtsmacht. Voor vliegend personeel blijven daarnaast speciale veiligheidsregels gelden voor werk- en rusttijden.
Loonkosten stijgen
De SER noemt het voorstel juridisch solide en sociaaleconomisch verantwoord. Wel verwacht de Raad dat de loonkosten stijgen, omdat werkgevers meer moeten betalen voor overwerk en werken op feestdagen. Die kosten zijn volgens de SER beheersbaar en brengen Curaçao op één lijn met andere Caribische landen, waar vergelijkbare regels al gelden. Concurrentie op basis van lage arbeidskosten maakt plaats voor concurrentie op kwaliteit, productiviteit en veiligheid.
De Raad benadrukt dat een zorgvuldige invoering cruciaal is. De Arbeidsinspectie moet worden versterkt met kennis van deze sectoren en de nieuwe regels moeten stap voor stap worden ingevoerd. Eerst met uitleg en begeleiding, later met strenger toezicht. Na één en twee jaar moet worden bekeken of de wet in de praktijk goed werkt.
Tegelijk waarschuwt de SER dat deze wetswijziging niet alle ongelijkheden oplost. Andere uitzonderingen in het arbeidsrecht, zoals voor consignatiewerk en de horeca, blijven bestaan. De Raad ziet de voorgestelde wijziging daarom als een noodzakelijke stap, maar niet als het eindpunt van de hervorming van het arbeidsrecht op Curaçao



































