Hoge Raad: Curaçaose veroordeling telt niet automatisch mee voor strafverzwaring in Nederland

DEN HAAG - Een eerdere strafrechtelijke veroordeling door een rechter op Curaçao mag niet automatisch worden gebruikt om een straf in Nederland te verzwaren op grond van de wettelijke recidiveregeling. Dat heeft de Hoge Raad bepaald in een uitspraak die duidelijkheid geeft over de toepassing van het Nederlandse strafrecht binnen het Koninkrijk.
De zaak draaide om een man die door het gerechtshof in Den Haag was veroordeeld voor afpersing en vuurwapenbezit. Bij de strafoplegging had het hof een eerdere veroordeling uit 2012 door het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao meegewogen als een zogenoemde eerdere veroordeling in de zin van artikel 43a van het Wetboek van Strafrecht. Daardoor kon de straf wegens recidive worden verzwaard.
Geen ruimte van de wet
Maar de Hoge Raad oordeelt dat de wet daarvoor geen ruimte biedt. De regeling ziet op eerdere veroordelingen door rechters in het Europese deel van Nederland en, op grond van Europese regelgeving, ook op veroordelingen in andere lidstaten van de Europese Unie.
Voor uitspraken van rechters in Curaçao, Aruba, Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba ontbreekt een vergelijkbare wettelijke bepaling. Daarom had het gerechtshof de Curaçaose veroordeling niet als formele grond voor strafverzwaring mogen gebruiken.
Veroordeling toch in stand
De Hoge Raad laat de veroordeling desondanks grotendeels in stand. Volgens het hoogste rechtscollege blijft de opgelegde gevangenisstraf ruim binnen het wettelijke maximum dat ook zonder de recidiveregeling geldt. Bovendien mocht het hof de eerdere veroordeling op Curaçao wel betrekken als algemene omstandigheid bij de bepaling van de strafmaat.
De gevangenisstraf wordt uiteindelijk alleen verlaagd vanwege een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure. Daardoor gaat de straf van twaalf maanden naar elf maanden en twee weken.
De uitspraak is van belang voor het Caribisch deel van het Koninkrijk, omdat de Hoge Raad daarmee expliciet vastlegt dat strafrechtelijke veroordelingen uit Curaçao niet automatisch dezelfde wettelijke gevolgen hebben als veroordelingen uit Europees Nederland wanneer Nederlandse rechters de recidiveregels toepassen.




































