Ombudsman: ook particuliere jeugdzorgstichtingen vallen onder toezicht

WILLEMSTAD – De Ombudsman van Curaçao mag ook onderzoek doen naar gedragingen van particuliere organisaties die taken uitvoeren op het gebied van jeugdzorg. Het maakt daarbij niet uit dat zo’n organisatie geen openbaar gezag uitoefent of dat de hulpverlening vrijwillig plaatsvindt.
Dat blijkt uit een oordeel over een door de overheid gesubsidieerde jeugdzorgstichting. De naam van de organisatie en de betrokken moeder zijn in het rapport niet bekendgemaakt.
De stichting betwistte de bevoegdheid van de Ombudsman. Zij voerde aan dat de onderzochte zaak betrekking had op een vrijwillig mediationtraject tussen twee ouders. Volgens de organisatie ging het daarmee om een particuliere aangelegenheid en niet om de uitoefening van een overheidstaak.
De stichting liet aanvankelijk weten niet verplicht te zijn vragen van de Ombudsman te beantwoorden. Later deelde zij mee niet verder op het onderzoek te zullen reageren. Uiteindelijk nam de organisatie wel deel aan een hoorzitting en gaf zij een schriftelijke reactie op de voorlopige bevindingen.
Toezicht niet beperkt tot overheid
De Ombudsman verwerpt het standpunt van de stichting. Volgens de Landsverordening ombudsman kan niet alleen het handelen van een bestuursorgaan worden onderzocht, maar ook dat van een privaatrechtelijke organisatie.
Daaronder vallen rechtspersonen die taken uitvoeren op het gebied van onderwijs, jeugdzorg of anderszins belast zijn met werkzaamheden voor minderjarigen. De wetgever heeft volgens de Ombudsman bewust voor een brede omschrijving gekozen om een dekkend stelsel van bescherming van kinderen te creëren.
De stichting in deze zaak heeft volgens haar statuten als taak problemen bij minderjarigen in risicovolle en bedreigende opvoedingssituaties vroegtijdig te signaleren en te begeleiden. Voor haar werkzaamheden ontvangt zij structureel subsidie van het Land Curaçao.
Dat het onderzochte traject werd aangeduid als ouderbemiddeling of mediation, verandert volgens de Ombudsman niets aan zijn bevoegdheid. De precieze hulpverleningsmethode is niet doorslaggevend.
Belang kind rechtstreeks geraakt
Het mediationtraject moest leiden tot afspraken over de omgang tussen de vader en zijn minderjarige zoon. Ook werd gesproken over de financiële bijdrage van de vader aan onder meer levensonderhoud, kleding en naschoolse activiteiten.
Daarmee raakte de bemiddeling volgens de Ombudsman rechtstreeks de opvoedingssituatie en het welzijn van het kind. Op grond van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind moet het belang van het kind bij zulke beslissingen de eerste overweging zijn.
De uitspraak betekent dat particuliere jeugdzorgorganisaties zich bij klachten over hun handelen niet aan onderzoek door de Ombudsman kunnen onttrekken door te wijzen op hun private rechtsvorm of het vrijwillige karakter van een hulpverleningstraject.
De Ombudsman verklaarde zich daarom bevoegd de klacht inhoudelijk te behandelen. De moeder kreeg op de inhoud overigens geen gelijk. De stichting had volgens het oordeel in deze specifieke zaak niet in strijd met het belang van het kind gehandeld.




































