Bijna 10.000 werkenden verdienen minder dan het minimumuurloon

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding

WILLEMSTAD – Bijna 10.000 werkenden op Curaçao zeggen minder te verdienen dan het wettelijke minimumuurloon. Dat komt overeen met veertien procent van de werkende bevolking, blijkt uit de Arbeidskrachtenenquête 2025 van het Centraal Bureau voor de Statistiek.


Nog eens bijna 13.000 werkenden, bijna achttien procent, verdienen naar eigen zeggen precies het minimumuurloon. Samen ontvangt daarmee bijna een derde van de werkenden niet meer dan het wettelijke minimum.

Vrouwen

Onder vrouwen ligt het aandeel dat minder dan het minimumuurloon verdient iets hoger dan onder mannen. Het gaat om bijna vijftien procent van de werkende vrouwen, tegenover ruim dertien procent van de mannen.

Ook werken vrouwen vaker precies tegen het minimumloon. Bijna 21 procent van de werkende vrouwen ontvangt het minimumuurloon, tegenover ongeveer vijftien procent van de mannen. Mannen verdienen juist vaker meer dan het wettelijk minimum.

Van alle werkenden zegt bijna 52 procent meer dan het minimumuurloon te verdienen. Bij mannen is dat ongeveer 55 procent en bij vrouwen ruim 49 procent.

De inkomensverdeling wijst eveneens op een grote groep laagbetaalde werkenden. Ruim 15.000 mensen ontvangen volgens het onderzoek een netto-inkomen van maximaal 1.000 gulden per maand. Nog eens ongeveer 15.000 werkenden verdienen tussen de 1.000 en 2.000 gulden.

Laag maandinkomen

Een laag maandinkomen betekent niet automatisch dat iemand minder dan het minimumuurloon ontvangt. Zo kan iemand in deeltijd werken. Ongeveer veertien procent van de werkenden werkt maximaal twintig uur per week en bijna dertien procent werkt tussen de 21 en 39 uur.

Uit de enquête kan evenmin worden afgeleid dat bij alle bijna 10.000 mensen sprake is van een overtreding door een werkgever. De onderzochte werkende bevolking bestaat niet alleen uit werknemers, maar ook uit zelfstandigen, freelancers, losse arbeidskrachten en mensen die in een familiebedrijf werken. Niet voor al deze groepen gelden dezelfde arbeidsrechtelijke omstandigheden.

De cijfers zijn bovendien gebaseerd op antwoorden van deelnemers aan een huishoudensenquête en niet op loonadministraties of controles bij werkgevers. Bij ruim zestien procent van de werkenden kon het CBS niet vaststellen hoe hun inkomen zich tot het minimumuurloon verhoudt of ontbrak een bruikbaar antwoord.

Het werkelijke aandeel kan daardoor hoger of lager liggen. Het CBS benadrukt daarnaast dat de uitkomsten schattingen zijn. Bij de tabellen zijn geen foutmarges gepubliceerd.


129 keer gelezen

Deel dit artikel: