Nieuwe regels voor hulp aan circa 280 Curaçaose toeslagenouders

· - leestijd 3 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – Gedupeerden van de Nederlandse toeslagenaffaire op Curaçao krijgen meer duidelijkheid over de hulp waarop zij aanspraak kunnen maken. Een nieuwe beleidsregel legt vast welke ondersteuning mogelijk is, welke kosten kunnen worden vergoed en onder welke voorwaarden gedupeerden naar Nederland kunnen terugkeren.


De beleidsregel is op 21 juli in de Staatscourant gepubliceerd en een dag later in werking getreden. De regeling geldt voor erkende gedupeerde ouders die buiten Nederland wonen, onder wie ongeveer 280 mensen op Curaçao.

De hulp wordt uitgevoerd door het Ondersteuningsteam Ouders in het Buitenland (OTB) en heeft betrekking op vijf leefgebieden: financiën, gezin, werk, wonen en zorg. Ook partners, kinderen, ex-partners en nabestaanden kunnen onder voorwaarden ondersteuning krijgen.

Richtbedragen

Bij financiële ondersteuning gaat het OTB uit van een richtbedrag van maximaal 5.000 euro voor de gedupeerde zelf en 1.500 euro voor ieder gezinslid dat ondersteuning nodig heeft. Voor een gezin van vier personen komt dat in beginsel neer op 9.500 euro.

Het gaat nadrukkelijk niet om een vaste uitkering die automatisch wordt uitbetaald. Het OTB beoordeelt per gezin welke hulp noodzakelijk, redelijk en passend is. Ook wordt rekening gehouden met het prijsniveau en de beschikbare voorzieningen in het land waar de gedupeerde woont.

De genoemde bedragen zijn bovendien geen absoluut plafond. Wanneer meer geld nodig is om de afgesproken doelen te bereiken, kan daarvan worden afgeweken. Het OTB moet een hoger bedrag dan wel ter goedkeuring aan de Nederlandse minister van Financiën voorleggen.

De ondersteuning kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor een opleiding, een fiets om naar school of het werk te gaan, een bril, een beugel of noodzakelijke aanpassingen aan een onveilige woning. De hulp moet bijdragen aan duurzaam herstel en aan het terugkrijgen van de regie over het eigen leven.

Persoonlijk plan

Het OTB moet binnen tien werkdagen nadat iemand als rechthebbende is aangemeld contact opnemen om een eerste gesprek te plannen. In dat gesprek worden de problemen en doelen op de vijf leefgebieden besproken.

Die afspraken worden vastgelegd in een persoonlijk plan van aanpak. Daarin staat welke hulp wordt geboden, welke financiële tegemoetkomingen worden toegekend en wat van de gedupeerde zelf wordt verwacht. Het plan wordt vastgelegd in een formele beschikking, waartegen bezwaar en beroep mogelijk zijn.

Gesprekken vinden doorgaans telefonisch of digitaal plaats. Op Curaçao kan in uitzonderlijke gevallen ook een gesprek op locatie worden gehouden. Curaçao is het enige land buiten Nederland waar het OTB zelf fysiek aanwezig is.

Niet alles wordt vergoed

De regeling sluit structurele inkomenssteun en langdurige vergoedingen voor woonkosten uit. Ook verkeersboetes, strafbeschikkingen, cosmetische behandelingen, vakanties, luxeartikelen en de aanschaf van een auto worden in beginsel niet betaald.

Daarop zijn uitzonderingen mogelijk wanneer een voorziening aantoonbaar noodzakelijk is voor werk, onderwijs, gezondheid of een veilige woonsituatie. Zo kan een auto worden vergoed wanneer er geen goedkoper geschikt vervoermiddel beschikbaar is en de auto noodzakelijk is om te kunnen werken of studeren.

Schulden worden in principe evenmin overgenomen. Bij een acute noodsituatie kan het OTB wel betalingsachterstanden vergoeden, bijvoorbeeld om huisuitzetting, afsluiting van water of elektriciteit of beëindiging van een zorgverzekering te voorkomen. Daarbij moeten ook maatregelen worden genomen om herhaling te voorkomen.

Gedupeerden moeten bovendien eerst gebruikmaken van voorzieningen die op Curaçao beschikbaar zijn. Pas wanneer die voorzieningen ontbreken of onvoldoende zijn, kan het OTB aanvullende hulp bieden.

Terugkeer naar Nederland

De beleidsregel maakt ook duidelijk wat er gebeurt wanneer een gedupeerde naar Nederland wil terugkeren. Die wens moet uiterlijk drie maanden na het eerste gesprek met het OTB worden gemeld. De verhuizing moet vervolgens binnen twee jaar plaatsvinden.

Nederland vergoedt redelijke reis- en verhuiskosten, waaronder het vervoer van de inboedel. Het OTB kan daarnaast helpen bij contacten met een Nederlandse gemeente en zorgen voor een overdracht van het dossier.

Het vinden van een woning blijft echter de verantwoordelijkheid van de gedupeerde zelf. Het OTB kan geen sociale huurwoning regelen of verloren inschrijfjaren herstellen. Als terugkeer naar een bepaalde gemeente niet haalbaar blijkt, moet worden gekeken naar een andere gemeente of naar duurzame vestiging op Curaçao.

Grote groep op Curaçao

Het OTB begeleidt ongeveer 1.700 gedupeerde ouders in 45 landen. Daarvan woont 16,5 procent op Curaçao, omgerekend circa 280 mensen. Alleen België telt buiten Nederland een grotere groep, meldde Curaçao.nu begin juli.

Curaçaose gedupeerden klaagden eerder dat vaste budgetten en algemene Nederlandse regels onvoldoende rekening hielden met hun persoonlijke situatie en met de omstandigheden op het eiland. Vooral bij schulden, medische zorg en huisvesting zou maatwerk ontbreken.

Volgens de toelichting is de nieuwe beleidsregel mede opgesteld omdat uit contacten met gedupeerden en uit rechtszaken bleek dat onduidelijkheid bestond over de grenzen van de ondersteuning. De regeling moet duidelijk maken wat ouders en gezinnen van het OTB mogen verwachten.


282 keer gelezen

Deel dit artikel: