Digitaal betalen op Curaçao: ruimte voor nieuwkomers, maar markt is klein

· - leestijd 5 minuten
Ian Asjes en Emile Hammoud van het Radulphus College
Ian Asjes en Emile Hammoud van het Radulphus College

WILLEMSTAD – Op Curaçao is ruimte voor nieuwe digitale betaalsystemen, maar die ruimte is beperkt. Nieuwe aanbieders maken vooral kans als zij goedkoper en eenvoudiger zijn, een specifieke doelgroep bedienen en samenwerken met banken en toezichthouders. Dat concluderen Ian Asjes en Emile Hammoud van het Radulphus College in hun bekroonde profielwerkstuk Betalen in beweging.


De twee VWO-leerlingen wonnen met hun onderzoek de Best Economic Research Award 2026 van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten. De CBCS ontving dit jaar achttien geldige inzendingen, waarvan vijf op VWO-niveau. De prijs is bedoeld om onderzoek naar economische vraagstukken onder jongeren te stimuleren, met bijzondere aandacht voor de werkelijkheid van kleine eiland­economieën.

Hun onderzoek draait om een ogenschijnlijk eenvoudige vraag: kunnen nieuwe digitale betaalbedrijven op Curaçao concurreren met internetbankieren en betalingen met een bankpas?

Het antwoord is genuanceerd. De markt is niet gesloten, maar ook niet groot genoeg voor een onbeperkt aantal aanbieders die vrijwel hetzelfde doen. Er is vooral plaats voor gespecialiseerde systemen, bijvoorbeeld voor webwinkels, toerisme, evenementen, kleine ondernemers of betalingen tussen particulieren.

Meer betalen via de telefoon

Asjes en Hammoud onderzochten de betaalmarkt aan de hand van openbare bronnen, interviews en een online-enquête. Zij spraken met Luis Santine van betalingsverwerker CX Pay, Wendy Yorker van Sentoo en Soraya Bousaid, specialist fintechtoezicht bij de CBCS.

Daarnaast verzamelden zij ongeveer 273 enquêtereacties van consumenten en ondernemers. Het aantal antwoorden verschilt per vraag enigszins.

Uit het onderzoek komt een betaalmarkt naar voren die steeds digitaler wordt, maar waarin oude en nieuwe methoden naast elkaar blijven bestaan. Bankpassen en internetbankieren domineren nog altijd. Tegelijkertijd zijn betaalverzoeken, QR-codes, digitale portemonnees en online betalingsplatforms in opkomst.

Van de ondervraagde consumenten zei ruim negentig procent de debetkaart tot de meest gebruikte betaalmethoden te rekenen. Internetbankieren volgde met bijna 72 procent. Contant geld werd door ruim 34 procent genoemd.

Het feitelijke gebruik van nieuwere systemen bleef aanzienlijk lager: iets meer dan twaalf procent noemde betaallinks, ruim acht procent een digitale wallet en minder dan één procent QR-betalingen.

Dat verschil is belangrijk. Consumenten staan volgens het onderzoek open voor nieuwe technologie, maar gebruiken in de praktijk vooral betaalmiddelen die via de bestaande banken lopen. De digitale omslag betekent daardoor niet automatisch dat nieuwe fintechbedrijven de banken verdringen.

Wel belangstelling voor nieuwe apps

De bereidheid om nieuwe systemen te proberen is groot. Van de consumenten die daarover een vraag beantwoordden, gaf 77 procent aan open te staan voor nieuwe betaalapps. Gebruiksgemak en veiligheid zijn daarbij belangrijker dan de naam van de bank of aanbieder.

Ook onder ondernemers bestaat belangstelling. Van de 56 ondervraagde ondernemers zei ruim 78 procent open te staan voor nieuwe digitale betaaloplossingen. Tegelijkertijd noemde ruim 71 procent hoge transactiekosten als een van de grootste knelpunten.

Voor ondernemers zijn lage kosten en betrouwbaarheid de belangrijkste voorwaarden. Ruim zestig procent zei dat lagere kosten hen zouden kunnen overtuigen een nieuw betaalsysteem te gebruiken. Gebruiksgemak werd door bijna 54 procent genoemd.

Opvallend is dat ondernemers nog sterk afhankelijk zijn van bestaande betaalvormen. Van hen accepteert bijna 88 procent betalingen via internetbankieren en 75 procent contant geld. Slechts negen procent accepteert QR-betalingen en bijna twinmtig procent gebruikt een online betaalplatform.

De resultaten passen bij een breder onderzoek van de CBCS en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daaruit blijkt dat het gebruik van contant geld op Curaçao afneemt, maar zeker niet is verdwenen. Acht procent van de ondervraagden heeft geen enkele betaalrekening en is volledig afhankelijk van contant geld. Tegelijkertijd zei 72 procent in 2024 in de toekomst minder cash te willen gebruiken. Het CBCS-onderzoek laat ook zien dat 71 procent de bankkosten te hoog vindt.

Kleine markt dwingt tot specialisatie

De beperkte omvang van Curaçao loopt als een rode draad door het profielwerkstuk. Een betaalbedrijf heeft voldoende transacties nodig om de kosten van technologie, beveiliging, personeel en naleving van regels terug te verdienen.

Luis Santine van CX Pay verwoordt het in het onderzoek scherp: „De markt is heel klein. Op een gegeven moment moet je ook niet tien verschillende aanbieders hebben, want nobody is going to survive.”

Volgens Santine is er wel degelijk ruimte voor een bedrijf dat iets nieuws toevoegt. Vooral toerisme en e-commerce bieden mogelijkheden. Buitenlandse klanten kunnen doorgaans niet via een lokale bankoverschrijving betalen. Hotels, luchtvaartmaatschappijen, webwinkels en touroperators hebben daarom systemen nodig die internationale kaartbetalingen kunnen verwerken.

Sentoo richt zich juist op betalingen vanaf een lokale bankrekening. Volgens Wendy Yorker waren ten tijde van het interview ongeveer zevenhonderd bedrijven en organisaties op het systeem aangesloten. Het voordeel is dat gegevens automatisch worden ingevuld, waardoor minder fouten ontstaan bij betalingen aan onder meer webwinkels en de Belastingdienst.

De twee bedrijven vervullen daarmee verschillende functies. Juist dat ondersteunt de hoofdconclusie van het onderzoek: meerdere aanbieders kunnen naast elkaar bestaan, zolang zij niet allemaal hetzelfde product aan dezelfde klanten proberen te verkopen.

Ian Asjes en Emile Hammoud tonen hun award
Ian Asjes en Emile Hammoud tonen hun award

Geen fintech zonder banken

Hoewel fintechbedrijven zich vaak presenteren als alternatief voor traditionele banken, laat het onderzoek zien dat zij in werkelijkheid sterk van die banken afhankelijk blijven. Geldstromen lopen via bankrekeningen en nieuwe aanbieders hebben technische koppelingen, zakelijke rekeningen en medewerking van banken nodig.

Als banken niet willen of te langzaam meewerken, kan een nieuwe betaaloplossing nauwelijks groeien. De onderzoekers adviseren banken daarom om fintechbedrijven niet uitsluitend als concurrenten te zien, maar ook als partijen die het bestaande betalingsverkeer kunnen aanvullen.

Ook regelgeving vormt een dubbele factor. Vergunningseisen, controles en maatregelen tegen witwassen brengen kosten met zich mee. Voor een klein bedrijf op een kleine markt wegen die vaste lasten relatief zwaar. Tegelijkertijd zijn regels noodzakelijk om fraude, cybercriminaliteit en misbruik te voorkomen.

„Onzekerheid jaagt innovatie sneller weg dan strenge regels”, zegt Soraya Bousaid van de CBCS in het onderzoek. Volgens haar zorgt regelgeving voor het vertrouwen dat nodig is om een nieuw betaalsysteem te laten groeien.

Sinds 2024 moeten betaaldienstverleners zich bij de CBCS registreren in het kader van de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. De bredere wetgeving voor toezicht op betaaldienstverleners was volgens de door de onderzoekers geraadpleegde informatie nog in ontwikkeling.

Eén QR-standaard

Bousaid ziet vooral kansen voor een gezamenlijke QR-standaard die kan worden gebruikt in winkels, taxi’s, horeca, op markten en tijdens evenementen. Ook rechtstreekse betalingen van bankrekening naar bankrekening, zonder tussenkomst van Visa of Mastercard, zijn volgens haar kansrijk vanwege de lagere transactiekosten.

De onderzoekers adviseren de overheid en de CBCS om samen met de financiële sector een nationale fintechstrategie op te stellen. Daarbij zou ook ruimte kunnen worden gemaakt voor een zogenoemde sandbox: een gecontroleerde omgeving waarin bedrijven nieuwe financiële toepassingen kunnen testen voordat zij volledig tot de markt worden toegelaten.

Geen representatieve steekproef

De enquête geeft een bruikbaar beeld van opvattingen onder de deelnemers, maar kan niet zonder meer worden vertaald naar de gehele Curaçaose bevolking. De vragenlijst werd online verspreid en meer dan de helft van de respondenten was tussen de 41 en 60 jaar. Ook wisselt het aantal antwoorden per vraag tussen ongeveer 270 en 275.

Daarnaast zijn de geïnterviewde vertegenwoordigers van CX Pay en Sentoo zelf belanghebbenden bij verdere digitalisering. Het onderzoek bevat geen afzonderlijke berekening van de omvang van de markt, de omzet van aanbieders of het aantal transacties dat nodig is om winstgevend te worden.

De kracht van het profielwerkstuk ligt daardoor niet in een exacte voorspelling hoeveel betaalbedrijven Curaçao aankan. Het brengt vooral de voorwaarden voor succes in kaart: lage kosten, betrouwbaarheid, gebruiksgemak, een duidelijke doelgroep en samenwerking met banken en toezichthouders.

De toekomst van betalen op Curaçao is volgens Asjes en Hammoud overwegend digitaal, maar die toekomst wordt niet alleen door techniek bepaald. Vertrouwen, regelgeving en de kleine schaal van het eiland zijn minstens zo belangrijk. Een nieuw betaalbedrijf moet daarom niet alleen lokaal een probleem oplossen, maar ook groot genoeg kunnen denken om regionaal of internationaal te groeien.


447 keer gelezen

Deel dit artikel: