Terwijl Nederland worstelt met box 3, heeft Curaçao het allang geregeld

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – Nederland zou bij de hervorming van zijn belasting op spaargeld en beleggingen naar Curaçao moeten kijken. Dat zegt de Curaçaose belastingadviseur Peter Muller. Volgens hem probeert Nederland met steeds ingewikkeldere regels vermogensgroei te belasten, terwijl Curaçao vooral belasting heft wanneer vermogen daadwerkelijk inkomsten oplevert.


De discussie in Nederland is opnieuw actueel na Prinsjesdag. Het kabinet wil vanaf 2028 af van het huidige box 3-stelsel, waarin voor een belangrijk deel met fictieve rendementen wordt gerekend. De Tweede Kamer heeft daarvoor al een wetsvoorstel aangenomen. Dat moet nog door de Eerste Kamer.

In dat voorstel wordt het werkelijke rendement uitgangspunt. Daaronder vallen niet alleen rente, dividend en huur, maar bij veel beleggingen ook de waardestijging gedurende het jaar. Dat laatste wordt een vermogensaanwasbelasting genoemd.

Het kabinet maakte afgelopen week tegelijkertijd bekend dat het nieuwe stelsel verder moet worden ontwikkeld richting een vermogenswinstbelasting. Daarbij wordt de waardestijging pas belast wanneer de winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop.

Curaçao belast inkomsten

Volgens Muller laat de Nederlandse discussie zien hoe ingewikkeld het wordt wanneer de overheid vermogensgroei wil belasten.

Curaçao kiest volgens hem voor een veel eenvoudiger uitgangspunt. Vermogensgroei blijft hier in beginsel buiten de inkomstenbelasting. Over daadwerkelijk ontvangen inkomsten uit vermogen wordt wel belasting betaald.

Zo wordt rente op een rekening bij een Curaçaose bank belast tegen 8,5 procent. De bank houdt die belasting direct in. Buitenlandse rente wordt belast tegen 19,5 procent en niet tegen progressief tarief.

Ook verhuurd vastgoed wordt anders behandeld. Van de werkelijke huuropbrengst moet 65 procent worden aangegeven. Bepaalde kosten en rente die met het verhuurde pand samenhangen, mogen daarvan worden afgetrokken.

„Curaçao heeft dit allemaal prima geregeld en Nederland zou daar een voorbeeld aan kunnen nemen”, schreef Muller zaterdag op zijn fiscale blog Caribbean Tax Law.

Aandelen

Ook bij aandelen bestaat een belangrijk verschil. Een particuliere waardestijging wordt op Curaçao niet automatisch ieder jaar belast.

Bij een belang van minstens vijf procent in een vennootschap is sprake van een aanmerkelijk belang. Dividend en winst bij verkoop van die aandelen worden dan belast tegen 19,5 procent. Onder die grens wordt een gewone waardestijging van aandelen in beginsel niet als verkoopwinst belast.

Nederland kent eveneens de grens van vijf procent. Een belang vanaf vijf procent valt daar in box 2. Kleinere aandelenbelangen vallen doorgaans in box 3. Juist voor dat vermogen probeert Nederland nu een nieuw belastingsysteem te ontwikkelen.

Uitzondering

Helemaal zonder fictieve rendementen is Curaçao overigens niet. Een belangrijke uitzondering is de Curaçaose Beleggingsvennootschap. Sinds augustus vorig jaar wordt daarbij uitgegaan van een fictief rendement van tien procent. Dat wordt belast tegen 19,5 procent, waardoor de effectieve inkomstenbelasting neerkomt op 1,95 procent van de waarde waarop het fictieve rendement wordt berekend.

Muller erkent die uitzondering, maar ziet daarin geen reden om het Nederlandse systeem te volgen.

Volgens hem ontstaat bij het belasten van niet-gerealiseerde waardestijging bovendien een liquiditeitsprobleem. Iemand kan op papier rijker worden doordat aandelen of andere bezittingen meer waard zijn geworden, zonder dat hij daadwerkelijk geld heeft ontvangen.

„Wanneer het geen liquiditeiten oplevert, moet men wellicht interen om aan zijn fiscale verplichtingen te kunnen voldoen”, zegt Muller. Volgens hem kan dat er zelfs toe leiden dat bezit moet worden verkocht om de belasting te betalen.

Administratie

Een vermogenswinstbelasting heeft weer een ander probleem. Om bij verkoop te kunnen vaststellen hoeveel winst iemand heeft gemaakt, moet bekend zijn voor welk bedrag het vermogensbestanddeel oorspronkelijk is gekocht.

Dat betekent volgens Muller dat gedurende lange tijd verkrijgingsprijzen en latere veranderingen moeten worden bijgehouden.

Hij verwacht daarom dat een Nederlands systeem waarin steeds meer werkelijk rendement wordt vastgesteld aanzienlijk meer administratie vraagt van zowel belastingplichtigen als de Belastingdienst. „Dan kan men bij het Nederlandse ministerie van Financiën weer een leger aan mensen gaan aannemen. Vind die maar eens.”

Dat uitvoerbaarheid een probleem is, wordt ook in Nederland onderkend. Het kabinet en de Belastingdienst werken al jaren aan een opvolger voor box 3. De invoering is inmiddels voorzien voor 2028.

Na Prinsjesdag is bovendien nog niet duidelijk welke vorm uiteindelijk overblijft. Het aangenomen wetsvoorstel gaat voor verschillende beleggingen nog uit van een vermogensaanwasbelasting, terwijl het Nederlandse kabinet juist heeft aangekondigd verder te willen naar een systeem waarin waardestijging meer bij realisatie wordt belast.

Muller ziet daarin vooral bevestiging van zijn punt. Curaçao belast volgens hem liever de inkomsten die vermogen daadwerkelijk oplevert dan ieder jaar te proberen vast te stellen hoeveel rijker iemand op papier is geworden.


509 keer gelezen

Deel dit artikel: