Nederland vraagt Curaçao en Aruba om verbod op producten uit Israëlische nederzettingen

WILLEMSTAD/DEN HAAG – Nederland heeft Curaçao, Aruba en Sint-Maarten gevraagd een eigen verbod in te stellen op producten uit onrechtmatige Israëlische nederzettingen. Een nieuw Nederlands handelsverbod treedt op 21 september in werking, maar geldt alleen in Europees Nederland en op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, niet in de drie autonome Caribische landen.
De Nederlandse regering vindt het vanuit de eenheid van het buitenlandse beleid van het Koninkrijk wenselijk dat ook Curaçao, Aruba en Sint-Maarten uitvoering geven aan de internationale verplichtingen rond de bezette gebieden.
De landen beschikken over eigen wettelijke grondslagen om sanctiemaatregelen vast te stellen. Het is daarom aan hun regeringen om te bepalen of zij een vergelijkbaar handelsverbod invoeren.
Nederland zegt te willen samenwerken wanneer dat bijdraagt aan de handhaving en de gevolgen van eventuele maatregelen.
Invoer, verkoop en bemiddeling verboden
Het Nederlandse sanctiebesluit verbiedt de invoer, aankoop en verkoop van goederen die geheel of gedeeltelijk zijn geproduceerd of verkregen in een onrechtmatige nederzetting in door Israël bezet gebied.
Ook het verlenen van tussenhandeldiensten en het bewust omzeilen van het verbod worden strafbaar. De herkomst wordt mede vastgesteld aan de hand van een Europese lijst met plaatsen en postcodes.
Doorvoer van goederen via Nederland blijft toegestaan. Volgens de regering zijn die producten niet bestemd voor de Nederlandse markt en zou een doorvoerverbod moeilijk te handhaven zijn.
Opzettelijke overtreding geldt als economisch misdrijf. Daarop staat maximaal zes jaar gevangenisstraf, een taakstraf of een geldboete. Wanneer geen sprake is van opzet, kan maximaal een jaar hechtenis worden opgelegd. Ook kunnen goederen in beslag worden genomen en bedrijven tijdelijk worden stilgelegd.
Eilanden buiten bereik van Nederlandse wet
Het verbod geldt in Europees Nederland en in Caribisch Nederland. Op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba wordt de Douane Caribisch Nederland verantwoordelijk voor het toezicht op de invoer.
Op Curaçao, Aruba en Sint-Maarten is het besluit niet van toepassing. De Nederlandse Sanctiewet is geen rijkswet en kan daarom niet worden gebruikt om de drie landen rechtstreeks aan het verbod te binden.
Curaçao beschikt over een Sanctielandsverordening. Aruba en Sint-Maarten hebben eveneens eigen wetgeving waarmee internationale sancties kunnen worden uitgevoerd. De wijze waarop de landen dat doen, kan volgens Nederland verschillen, bijvoorbeeld wanneer er geen handels- of investeringsrelaties met de nederzettingen bestaan.
Twijfels over handhaving
De Raad van State begrijpt waarom Nederland zelfstandig maatregelen neemt, nadat daarvoor binnen de Europese Unie onvoldoende draagvlak bleek te bestaan. De adviesinstantie plaatst wel vraagtekens bij de handhaafbaarheid.
De Douane, de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst en het Openbaar Ministerie hebben erop gewezen dat het moeilijk kan zijn om de exacte herkomst van producten vast te stellen. Goederen kunnen bovendien via een ander EU-land op de Nederlandse markt terechtkomen, zonder opnieuw aan de grens te worden gecontroleerd.
Het besluit werd op 21 juli gepubliceerd en treedt twee maanden later in werking. Zonder verlenging of eerdere intrekking vervalt het na drie jaar. Curaçao, Aruba en Sint-Maarten hebben nog niet bekendgemaakt of zij eigen maatregelen nemen.




































