Volle hotels, maar toch kwetsbaar: hoe veilig is onze economie echt?

WILLEMSTAD – Volle hotels, meer vluchten en recordaantallen bezoekers worden doorgaans gezien als goed economisch nieuws. Maar juist daarin schuilt volgens een nieuw onderzoek een risico voor Curaçao en Sint Maarten. Beide landen zijn zo afhankelijk geworden van toerisme dat een crisis elders in de wereld in korte tijd kan overslaan naar banen, overheidsfinanciën en vrijwel de hele lokale economie.
Dat stellen Kavish Punjabi, Justin Zhuo en Martin Seeman van Learning Unlimited Preparatory School in hun onderzoek Tourism Dependence and Economic Vulnerability in Small-Island States. Zij vergelijken, in het kader van de CBCS-research award 2026, Curaçao en Sint Maarten en proberen te meten hoe kwetsbaar beide economieën zijn wanneer toeristen wegblijven.
Hun centrale boodschap is niet dat Curaçao en Sint Maarten minder toeristen moeten willen. Het probleem is volgens de onderzoekers dat er te weinig andere economische motoren zijn om een klap op te vangen wanneer het toerisme stilvalt.
Corona liet zien hoe snel het mis kan gaan
De coronapandemie vormt daarvoor het duidelijkste voorbeeld. Toen het internationale vliegverkeer in 2020 vrijwel stilviel, kromp de economie van Sint Maarten volgens de in het onderzoek gebruikte cijfers met 24 procent. Op Curaçao bedroeg de krimp ongeveer twintig procent.
De gevolgen bleven niet beperkt tot hotels en restaurants. De werkloosheid liep volgens het onderzoek op tot bijna zeventien procent op Sint Maarten en ruim negentien procent op Curaçao. Winkels, transportbedrijven, vastgoedbedrijven en andere ondernemingen zijn immers eveneens afhankelijk van bezoekers en het geld dat zij uitgeven.
Ook de overheidsfinanciën kregen een harde klap. Curaçao ging volgens de gebruikte IMF-cijfers van een begrotingstekort van 0,4 procent van het bruto binnenlands product in 2019 naar bijna vijftien procent in 2020. De overheidsschuld liep op tot ruim 89 procent van het bbp. Voor Sint Maarten wordt een schuldquote van bijna 65 procent genoemd.
Nederland moest uiteindelijk met liquiditeitssteun bijspringen. Volgens het onderzoek bedroeg die steun in 2020 afgerond dertien procent van het gezamenlijke bbp van de monetaire unie.
Sint Maarten nog afhankelijker dan Curaçao
De onderzoekers hebben zelf een zogenoemde Tourism Dependency Index ontwikkeld. Daarbij kijken zij naar drie zaken: het aandeel van toerisme in de economie, in de werkgelegenheid en in de inkomsten uit het buitenland.
Voor Sint Maarten komen zij uit op een afhankelijkheidsscore van ruim vijftig procent. Daar vormt toerisme volgens hun berekening 45 procent van het bbp, 33 procent van de werkgelegenheid en 73 procent van de inkomsten in vreemde valuta.
Curaçao scoort lager, maar blijft sterk afhankelijk: ruim 34 procent. De onderzoekers gebruiken daarvoor een toerismeaandeel van 23 procent van het bbp, 22 procent van de werkgelegenheid en 58 procent van de deviezeninkomsten. Curaçao heeft volgens hen daardoor een iets bredere economische basis dan Sint Maarten.
Die cijfers zeggen vooral iets over de structuur. De onderzoekers ontwikkelden daarnaast een tweede maatstaf, de Shock Exposure Index, om te bekijken hoe hard een crisis daadwerkelijk door de economie slaat.
Daarop komen zowel Curaçao als Sint Maarten voor de coronacrisis uit op ongeveer 0,73 op een schaal tot één. Volgens hun model betekent dit dat een schok in het toerisme zeer sterk doorwerkt in economische groei, werkloosheid en overheidsfinanciën.
Herstel kan ook een valkuil zijn
Juist het sterke herstel na corona kan volgens de onderzoekers een verkeerd gevoel van veiligheid geven.
Vanaf 2021 keerden toeristen terug, groeiden de economieën opnieuw en stegen de inkomsten. Maar als die groei opnieuw vrijwel volledig uit toerisme komt, verandert er structureel weinig.
De onderzoekers spreken daarom van een illusion of resilience, een illusie van weerbaarheid. Een economie kan zich snel herstellen en tegelijkertijd even kwetsbaar blijven voor de volgende crisis.
Dat is volgens hen de paradox: hoe succesvoller toerisme tijdens goede jaren wordt, hoe aantrekkelijker het is om nóg meer geld, personeel en infrastructuur in die sector te steken.
Andere sectoren blijven daardoor achter. Een ondernemer investeert eerder in horeca of vastgoed dan in landbouw of technologie als daar sneller geld te verdienen is. Geschoolde werknemers kiezen eveneens voor sectoren waar de lonen en kansen het grootst zijn.
Het gevolg is een zichzelf versterkend proces: toerisme groeit, investeringen gaan naar toerisme, alternatieve sectoren blijven klein en de afhankelijkheid neemt verder toe. De onderzoekers noemen dit de Comparative Advantage Trap.
Zelfs een toeristische boom beschermt niet tegen dure boodschappen
Daar komt een tweede kwetsbaarheid bij. Curaçao en Sint Maarten moeten een groot deel van hun voedsel, brandstof, bouwmaterialen en andere goederen invoeren.
Daardoor kan een internationale prijsstijging rechtstreeks op de eilanden terechtkomen, ook wanneer er volop toeristen zijn. Duurder voedsel of hogere brandstofprijzen maken niet alleen het leven van inwoners duurder, maar verhogen ook de kosten van hotels, restaurants en andere toeristische bedrijven.
Economische diversificatie gaat volgens de onderzoekers daarom niet alleen om het zoeken naar een vervanging voor toerisme. Meer lokale productie kan ook het toerisme zelf minder afhankelijk maken van internationale schokken.
Niet stoppen met toerisme
De oplossing is volgens het rapport dan ook nadrukkelijk niet om toerisme af te bouwen.
De onderzoekers willen juist dat meer van het geld dat toeristen uitgeven binnen de lokale economie blijft. Hotels en restaurants zouden bijvoorbeeld meer lokaal geproduceerd voedsel kunnen gebruiken. Investeringen in zonne- en windenergie kunnen de afhankelijkheid van ingevoerde brandstoffen verminderen.
Daarnaast moeten andere inkomstenbronnen worden opgebouwd. Het rapport noemt maritieme dienstverlening, duurzame energie, technologie, financiële dienstverlening en onderwijs als mogelijke tweede economische pijlers.
Vooral digitale dienstverlening biedt volgens de onderzoekers mogelijkheden omdat daarvoor geen miljoenen bezoekers fysiek naar het eiland hoeven te komen. Een bedrijf kan vanuit Curaçao of Sint Maarten software, financiële diensten of kennis verkopen aan klanten elders in de wereld.
‘Singapore van het Caribisch gebied’
Het meest ambitieuze voorstel is wat de auteurs het Singapore of the Caribbean-model noemen.
Het idee daarachter is dat kleine eilanden niet noodzakelijk over veel grondstoffen of een grote binnenlandse markt hoeven te beschikken om internationaal geld te verdienen. Kennis kan zelf een exportproduct worden.
Curaçao en Sint Maarten hebben bijvoorbeeld ervaring met waterproductie, logistiek, toerisme, orkaanbestendigheid en het organiseren van voorzieningen op een klein eiland. Volgens het onderzoek zou dergelijke kennis kunnen worden omgezet in diensten en producten voor andere kleine eilandstaten. Ook lokale technologie- en AI-bedrijven passen binnen die gedachte.
De cijfers zijn geen officiële index
Bij de conclusies hoort wel een belangrijke kanttekening. De Tourism Dependency Index en de Shock Exposure Index zijn door de drie onderzoekers zelf ontworpen en zijn geen officiële economische indicatoren van bijvoorbeeld het IMF, de Wereldbank of de Centrale Bank.
De auteurs erkennen bovendien dat zij de verschillende onderdelen van hun indexen even zwaar laten meetellen en dat niet voor alle gegevens volledige datasets beschikbaar waren. In enkele gevallen zijn daarom benaderingen of zogenoemde proxywaarden gebruikt.
Zij zeggen zelf dat de scores daarom als indicatie en niet als definitieve maatstaf voor economische kwetsbaarheid moeten worden gezien.
De waarde van het onderzoek zit daarmee vooral in de vraag die de cijfers oproepen. Curaçao en Sint Maarten hebben na corona hun toerisme en economie opvallend snel hersteld. Maar als bijna alle nieuwe groei opnieuw afhankelijk is van vliegtuigen en cruiseschepen, is de fundamentele kwetsbaarheid nauwelijks veranderd.
De onderzoekers vatten dat uiteindelijk eenvoudig samen: toerisme hoeft niet te verdwijnen, maar het moet worden omringd door voldoende andere economische activiteiten om ervoor te zorgen dat de economie blijft functioneren wanneer de vliegtuigen een keer niet komen.
-
Download hier het onderzoek Tourism Dependence and Economic Vulnerability in Small-Island States.





































