Onderzoek: Oranjes steunden kolonialisme eeuwenlang en verdienden eraan

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding

LEIDEN – Het Huis Oranje-Nassau heeft eeuwenlang actief het Nederlandse kolonialisme gesteund, inclusief de slavernij zolang die bestond. De Oranjes hadden meestal weinig directe invloed op het koloniale beleid, maar legitimeerden het systeem wel en profiteerden er financieel van. Dat blijkt uit een omvangrijk onderzoek dat koning Willem-Alexander zelf liet uitvoeren.


Hoofdonderzoeker Gert Oostindie spreekt van langdurige en actieve steun aan het kolonialisme. Volgens hem beschouwden opeenvolgende stadhouders, koningen en koninginnen koloniale oorlogvoering en het gewelddadig neerslaan van opstanden als geoorloofd.

Tot het aantreden van koningin Juliana in 1948 werd vanuit het Oranjehuis volgens de onderzoekers geen fundamentele kritiek op het koloniale systeem geuit.

Wel steun, meestal weinig macht

Tegelijkertijd nuanceren de onderzoekers de politieke invloed van de Oranjes. Zij waren volgens Oostindie slechts bij uitzondering bepalend voor het Nederlandse koloniale beleid.

De belangrijkste uitzondering was koning Willem I, die van 1813 tot 1840 regeerde en grote invloed had op het koloniale beleid. Eerdere stadhouders waren afhankelijk van onder meer de Staten-Generaal, VOC en WIC. Bij latere constitutionele vorsten nam de politieke macht af naarmate het parlement belangrijker werd.

De betekenis van de Oranjes zat daardoor voor een belangrijk deel in de symbolische legitimatie van het kolonialisme. Hun steun gaf het koloniale project aanzien, zowel in Nederland als in de koloniën.

Half miljard euro

Ook financieel profiteerde het Oranjehuis. Vooral de VOC en later Nederlands-Indië waren daarbij belangrijk. Volgens het nieuwe onderzoek verdienden de Oranjes in de negentiende eeuw, omgerekend naar huidige bedragen, ongeveer een half miljard euro aan koloniale belangen.

Een opvallende conclusie betreft de Atlantische slavenhandel en de slavernij in het Caribisch gebied. Daar verdienden de Oranjes volgens de onderzoekers vrijwel niets aan. Dat kwam echter niet doordat zij principiële bezwaren tegen slavernij hadden. Pogingen om daarvan financieel te profiteren leverden volgens de onderzoekers eenvoudigweg weinig op.

Excuses terecht

Oostindie noemt daarom ook de excuses die Willem-Alexander op 1 juli 2023 maakte voor het handelen en nalaten van zijn voorgangers rond de slavernij historisch gerechtvaardigd.

Het nieuwe onderzoek gaat verder dan alleen de vraag of de Oranjes zelf slaven bezaten of rechtstreeks aan de slavenhandel verdienden. De onderzoekers kijken ook naar hun steun aan het bredere koloniale systeem en naar de manier waarop het Oranjehuis dat systeem politiek en maatschappelijk legitimeerde.

Volgens Oostindie kan het koloniale verleden niet worden losgezien van eigenbelang, geweld, racisme en de schade die het systeem heeft veroorzaakt. Het Huis Oranje-Nassau was daarin volgens de onderzoekers niet steeds de beslissende politieke kracht, maar wel medeverantwoordelijk.

Vijf boeken

Koning Willem-Alexander gaf eind 2022 zelf opdracht voor het onderzoek en betaalde het. Ongeveer zestig onderzoekers werkten eraan en kregen ook toegang tot particuliere archieven van het Koninklijk Huis. Volgens het Koninklijk Huis had de koning geen inhoudelijke bemoeienis met de opzet of conclusies van het onderzoek.

De resultaten verschijnen in vijf boeken, waaronder het publieksboek Oranje en de Koloniën, 1600-2025. Willem-Alexander krijgt de onderzoeksresultaten vrijdag in ontvangst aan de Universiteit Leiden.

Voor Curaçao en de andere Caribische eilanden is vooral van belang wat de onderzoekers verder vaststellen over de rol van de Oranjes bij de West-Indische kolonies en de slavernij in het Caribisch gebied. De algemene conclusie is al duidelijk: weinig rechtstreeks financieel profijt uit de Caribische slavernij betekent volgens de onderzoekers niet dat het Oranjehuis buiten dat systeem stond.


215 keer gelezen

Deel dit artikel: