Onderzoekers wijzen afvalwater en industrie aan als mogelijke bron van metalen bij Caracasbaai

· - leestijd 2 minuten
Luchtfoto’s van elke onderzoekslocatie, waarop verschillen in het aangrenzende landgebruik te zien zijn (Google Earth)
Luchtfoto’s van elke onderzoekslocatie, waarop verschillen in het aangrenzende landgebruik te zien zijn (Google Earth)

WILLEMSTAD – Afvalwater en industriële lozingen zijn volgens onderzoekers een mogelijke verklaring voor de relatief hoge concentraties koper en lood die zijn aangetroffen in zeegras en zeewier bij Caracasbaai. De wetenschappers benadrukken dat zij de bron niet hebben vastgesteld en dat de gemeten hoeveelheden niet op een gevaarlijke vervuilingshaard wijzen. Wel adviseren zij gericht vervolgonderzoek bij bekende afvalwaterlozingen en illegale industriële lozingen.


Dat blijkt uit een nieuwe studie van Thomas Jefferson University in de Verenigde Staten en Sea Turtle Conservation Curaçao, gepubliceerd in het Caribbean Journal of Science. Voor het onderzoek zijn in de zomer van 2024 op vijf locaties in totaal 38 monsters zeegras en zeewier onderzocht op koper en lood.

De hoogste gemiddelde concentraties van beide metalen werden gevonden bij Caracasbaai. Daar werd gemiddeld 5,86 ppb koper en 2,83 ppb lood gemeten. Bij Awa di Oostpunt, de meest afgelegen onderzoekslocatie, waren de waarden met respectievelijk 2,38 en 0,60 ppb het laagst. De verschillen tussen locaties waren statistisch aantoonbaar.

Volgens de onderzoekers lijkt vooral de locatie van belang. Verschillen tussen soorten zeegras verklaren de meetresultaten maar beperkt. Bovendien gingen hogere koperwaarden op de meeste locaties samen met hogere loodwaarden. Dat kan volgens de auteurs wijzen op een gemeenschappelijke bron of dezelfde manier waarop beide metalen in het kustmilieu terechtkomen.

Mogelijke invloed van lozingen

Caracasbaai is van de vijf onderzochte locaties het sterkst verstedelijkt en geïndustrialiseerd. De onderzoekers achten het onwaarschijnlijk dat zeestromingen de relatief hogere waarden daar verklaren. Zij schrijven dat Caracasbaai waarschijnlijk metalen ontvangt via zowel afvalwater als industriële lozingen.

De auteurs verwijzen daarbij naar eerder onderzoek naar het afvalwatersysteem op Curaçao. Daarin werd gemeld dat ongeveer een derde van de bevolking op afvalwaterzuivering is aangesloten en dat de bestaande installaties sterk verschillen in capaciteit en werking. Ook wordt verwezen naar informatie van de Curaçaose overheid dat minstens 90 procent van industrieel afvalwater rechtstreeks in zee of op het riool terechtkomt. De nieuwe studie stelt dat het zeegras bij Caracasbaai mogelijk een weerspiegeling is van metalen in zulke lozingen, maar benadrukt dat aanvullend onderzoek nodig is om dat verband daadwerkelijk vast te stellen.

Gericht onderzoek naar lozingspunten

De onderzoekers adviseren daarom vervolgonderzoek op meer plaatsen langs de kust, in het bijzonder bij bekende afvalwaterlozingen en bij wat zij omschrijven als illegale gezamenlijke lozingen van industrieel afval. Daarmee zou beter kunnen worden vastgesteld waar verontreinigende stoffen vandaan komen en hoe zij zich langs de kust verspreiden. Ook zouden naast zeegras water en sediment moeten worden onderzocht.

De studie geeft geen uitsluitsel over welke bedrijven of specifieke lozingspunten verantwoordelijk zouden kunnen zijn voor koper of lood bij Caracasbaai.

Ook voor andere locaties noemen de onderzoekers mogelijke lokale bronnen. Bij Fuikbaai kan stof of afspoeling van de kalksteenwinning een rol spelen. Bij Ascension, waar de op één na hoogste loodconcentratie werd gemeten, wijzen zij op afvaldumping en de mogelijkheid dat elektronisch afval metalen afgeeft. Bij Wacawa vonden zij ondanks het militaire schietterrein juist relatief weinig lood. Door het beperkte aantal monsters kunnen daar volgens de auteurs geen harde conclusies aan worden verbonden.

Geen gevaarlijke ‘hotspot’

De onderzoekers waarschuwen tegelijk tegen het trekken van te vergaande conclusies. De gemeten concentraties bleven overal in de orde van enkele ppb en verschilden volgens hen slechts beperkt tussen de locaties. Geen van de vijf onderzochte gebieden kan op basis van deze metingen worden aangemerkt als een vervuilingshotspot.

Ook internationaal vallen de waarden niet duidelijk uit de toon. De auteurs concluderen daarom dat de gemeten hoeveelheden koper en lood waarschijnlijk niet op zichzelf een groot ecologisch risico vormen. Wel vinden zij dat aanvullend toxicologisch en langduriger onderzoek nodig is.

fibropapillomatose, de tumorziekte die op Curaçao bij schildpadden voorkomt

Voor groene zeeschildpadden, die in Caracasbaai zeegras eten, vonden de onderzoekers evenmin aanwijzingen dat deze hoeveelheden koper en lood een belangrijke rol spelen bij de gevoeligheid voor fibropapillomatose, de tumorziekte die op Curaçao bij schildpadden voorkomt. Andere verontreinigende stoffen zijn daarmee niet uitgesloten.

De onderzoekers noemen hun studie zelf een eerste stap. Met slechts vijf locaties, 38 monsters en één bemonsteringsperiode is volgens hen uitgebreider en herhaald onderzoek nodig om de bronnen en gevolgen van vervuiling langs de Curaçaose kust beter in kaart te brengen.


368 keer gelezen

Deel dit artikel: