‘Slavernij werkt nog altijd door in beleid’

· - leestijd 1 minuut
Mitchell Esaja, Glenn Helberg, Astrid Elburg, Yvette Forster, Wendeline Flores en voorzitter Raoul White||
Mitchell Esaja, Glenn Helberg, Astrid Elburg, Yvette Forster, Wendeline Flores en voorzitter Raoul White|| Mitchell Esaja, Glenn Helberg, Astrid Elburg, Yvette Forster, Wendeline Flores en voorzitter Raoul White||

DEN HAAG/WILLEMSTAD – Jongeren van Surinaamse, Caribische en Afrikaanse afkomst botsen in Nederland nog steeds op een systeem dat hen klein houdt. Dat zei de Curaçaose psychiater Glenn Helberg donderdag tijdens een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over de doorwerking van het slavernijverleden. “Ze zijn talentvol, veerkrachtig en ambitieus, maar worden te vaak uitgesloten en ontmoedigd.” Zijn oproep: investeer in deze jongeren en behandel hen rechtvaardig, dan profiteert de hele samenleving.


Tijdens het gesprek spraken wetenschappers, activisten en vertegenwoordigers van erfgoedinstellingen over structurele achterstanden, discriminatie en het belang van wettelijk verankerd herstel. De bijeenkomst was onderdeel van een voorbereidend traject op het Kamerdebat over herstelbeleid na de excuses van premier Rutte in december 2022.

School

Een terugkerend punt was het onderwijs. Sprekers benadrukten dat ongelijkheid al vroeg begint. De potentie van zwarte jongeren wordt op basisscholen vaak niet gezien, terwijl het onderwijs nauwelijks ruimte biedt aan verhalen over slavernij, verzet en veerkracht. “Er is weinig toetsing op of die geschiedenis daadwerkelijk wordt doorgegeven,” zei Astrid Elburg, voorzitter van het Herdenkingscomité Slavernijverleden. “In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Holocaust, is kennis over het koloniale verleden niet verplicht.”

Mitchell Esajas van The Black Archives stelde dat het ontbreken van deze kennis bijdraagt aan institutioneel racisme. Hij wees op het ontbreken van herstelmaatregelen bij de afschaffing van de slavernij in 1863. “In Suriname kregen plantage-eigenaren toen 300 gulden per tot slaaf gemaakte persoon, maar de slachtoffers zelf kregen niets. Er waren dus omgekeerde herstelbetalingen.”

Herstel

Wendeline Flores van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden (NiNsee) benadrukte dat herstelbeleid niet alleen over geld gaat. “Het gaat om wat mensen is afgenomen op het gebied van gezondheid, welzijn, mobiliteit en vooral waardigheid.” Ze pleitte voor meer onderzoek naar hoe deze achterstanden zijn ontstaan en hoe ze rechtvaardig kunnen worden hersteld.

Alle sprekers waren het erover eens dat herstel meer moet zijn dan symbolische gebaren. Het moet leiden tot duurzame maatregelen op het gebied van onderwijs, kansen en erkenning. Ivette Forster, verbonden aan het Keti Koti Festival, formuleerde het scherp: “Wat heeft het noemen van slavernij en het nazeggen van excuses voor zin, als het systeem dat dit veroorzaakt heeft, blijft bestaan? Het is geen kwestie van schuld, maar van rechtvaardigheid.”

Vertegenwoordiging en dialoog

Ook de rol van het parlement kwam ter sprake. Sprekers benadrukten dat de Tweede Kamer zelf voortkomt uit instellingen die het slavernijsysteem mogelijk maakten. De kamer werd opgeroepen die geschiedenis te erkennen en jongeren actief te betrekken bij bewustwordingsprocessen.

Het gesprek benadrukte bovendien het belang van samenwerking binnen het Koninkrijk en met Suriname. Volgens Flores moet herstel recht doen aan verschillende contexten: wat in Europees Nederland werkt, is niet altijd toepasbaar in het Caribisch gebied of in Suriname.

Museum en wettelijke verankering

Tot slot pleitten meerdere deelnemers voor een nationaal slavernijmuseum als educatieve plek voor dialoog en bewustwording. Daarnaast moet volgens hen het herstelbeleid wettelijk worden vastgelegd, zodat er concrete verantwoordelijkheden ontstaan.

De Tweede Kamer debatteert op 11 juni verder over dit thema. Het rondetafelgesprek maakte duidelijk dat de verwachtingen hoog zijn, en dat vooral jongeren, erfgoedinstellingen en maatschappelijke organisaties de druk opvoeren om structureel werk te maken van rechtvaardigheid.


Deel dit artikel: