Van Curaçao naar Spaans paspoort: Hoe Sefardische Joden hun nazaten een EU-toekomst gaven

· - leestijd 6 minuten
Sefardische Joden en andere prominenten met Afro-Caribische burgers bij de viering in 1888 van 25 jaar afschaffing der slavernij.
||||||||Vader en zoon Rois Mendez gingen van Curaçao naar Barranquilla||||||
Sefardische Joden en andere prominenten met Afro-Caribische burgers bij de viering in 1888 van 25 jaar afschaffing der slavernij. ||||||||Vader en zoon Rois Mendez gingen van Curaçao naar Barranquilla|||||| Sefardische Joden en andere prominenten met Afro-Caribische burgers bij de viering in 1888 van 25 jaar afschaffing der slavernij. ||||||||Vader en zoon Rois Mendez gingen van Curaçao naar Barranquilla||||||

Tekst en foto’s Marius Bremmer


De Rooms-Katholieke Kerk richtte na de val van Granada in 1492 een bloedbad aan onder Joden op het Iberische schiereiland. Spanje en Portugal trokken tien jaar geleden hiervoor het boetekleed aan. Ze boden nazaten van gevluchte Sefardische Joden als ‘Widergutmachung’ hun nationaliteit aan. Luz Marina Forero verschafte vanaf Curaçao op grote schaal verre afstammelingen van Curaçaos-Sefardische joden in Latijns-Amerika de vereiste bewijsstukken….  

Tien jaar geleden vertrekt de Colombiaanse naar Curaçao voor een zoektocht naar haar Joodse roots in de familie Senior van haar betovergrootvader. In haar smaakvol ingerichte appartement vertelt ze over stamboomonderzoek als haar passie.” Ik kwam erachter dat ik ook Sefardisch- (Spaans-Portugees) Joodse voorouders heb met namen als De Lima, Marchena, Juliao en Jesurun.” Het legt de basis voor een heuse business.

Het graf van de Curaçaose betovergrootvader David Haim Senior in Barranqilla

Betovergrootvader

Ze lacht: “Vanwege een Spaanse grootvader kon ik al vroeg een Spaans paspoort krijgen. Ik kan nu zonder dure en omslachtige visumprocedures naar de VS of de EU reizen. Ik weet dus hoe begerenswaardig dat paspoort is.” Als ze op Curaçao het Nationaal Archief en de Joodse ‘Mongui Maduro Library’ bezoekt, hoort ze over de compensatieregeling voor nazaten van de genocide in 1492. Ze gaat aan de slag voor familieleden die niet haar Spaanse grootvader delen, maar wel die Sefardische betovergrootvader van Curaçao. Dan gaat het balletje echt rollen. “Het is voor een Spaans of een Portugees paspoort voldoende om aan te tonen dat een voorvader uit de Sefardisch-joodse gemeenschap van Curaçao komt, want die is aantoonbaar (via Amsterdam) van Spaanse- of Portugese afkomst.” Ze duikt in de archieven van de synagoge Mikvé-Israël-Emanuel, kortweg de Snoa genoemd. Door haar zoektocht naar bewijsdocumenten kan veel familie uiteindelijk het felbegeerde EU-paspoort krijgen. Intussen realiseert ze zich dat ook veel vrienden in haar geboorteplaats Barranquilla Joodse voorouders van Curaçao hebben. “Ik ging er helemaal in op, geweldig was het!”

Luz Marina Forero hielp verre nazaten van Sefardische Joden in Latijns-Amerika aan een Spaans- of Portugees paspoort

Haar betovergrootvader ligt begraven op de joodse begraafplaats van deze havenstad. Ze laat op haar iPad zijn grafsteen zien. “Zijn naam is David Haim Senior. Hij wordt in 1824 op Curaçao geboren en verlaat Curaçao voor een aanstelling in Colombia als viceconsul voor het Koninkrijk der Nederlanden. Hij gaat in de kustplaats Santa Marta samenwonen met de negentien jaar jongere protestantse Matilde Arana. Die was toen rond de veertien à vijftien jaar.” Deze ‘Don David’, zoals ze hem noemen, speelt een grote rol in de lokale economie. “Een zakenman, een handelaar, een van de rijkste mannen van de stad.”

Curaçaos-Joodse immigranten in Colombia waren ontwikkelde en beschaafde mannen.

Beschaafde mannen

Op het hoogtepunt waren er tussen de vijftienhonderd en tweeduizend Joden in Willemstad op Curaçao. Rond 1800 heeft het eiland nog steeds de grootste Joodse gemeenschap in de Nieuwe Wereld. Forero legt uit: “In de negentiende eeuw slaan een recessie en een pandemie toe. Als landen in Zuid-Amerika onafhankelijk worden van Spanje, verdwijnt daar ook de wrede Inquisitie. Voor Joden komen er dan kansen!” Ze pakt opnieuw haar iPad en laat als voorbeeld een foto zien van een beschaafde man met een baard uit de familie Salas: “De Joodse mannen die Curaçao verlaten zijn ondernemend, goed opgeleid, hebben talenkennis, zijn vertrouwd met handel en geld, hebben connecties en familie in de VS en Europa. Velen gaan dan naar het nabije Coro in Venezuela, naar opkomende steden als Barranquilla in Colombia, maar ook naar Panama, Cuba, Costa Rica en de Dominicaanse Republiek.” Ze verbouwen tabak of suiker, drijven handel, leggen spoorlijnen aan en ontwikkelen onroerend goed. Luz Marie vult trots aan: “Ze zijn beschaafd, doen zelfs aan liefdadigheid.” Joodse mannen trouwen dan met lokale upperclass meisjes. Ze staan hun vrouwen toe de kinderen rooms-katholiek te dopen. Zo ontstaat een grote groep niet-Joodse afstammelingen van Curaçaose Joden. “Het wemelt in Barranquilla nog van Joodse namen als Salas, Jesurun, Alvarez Correa, Gomes Casseres, Curiel, Penha, Delvalle, De Castro, De Lima, Pereira of Penso.”

Ze scrolt naar een andere foto en toont een bankbiljet: “Kijk, joden zijn de oprichters van de eerste bank in Colombia en van de eerste luchtvaartmaatschappij.” 

Bewijsstukken

Na een paar jaar Curaçao raakt Luz Marina tot over haar oren in het uitzoekwerk: steeds meer mensen uit landen in de regio kloppen bij haar aan, duizenden documenten gaan door haar handen. 

“Meer dan tien jaar geleden besloot het bestuur van de Snoa om -na een kostbare reddingsoperatie- hun archieven onder te brengen bij de Mongui Maduro Library (MML). Die lagen tot dan toe ergens te verstoffen op een zolder, aangetast door vocht en schimmel. Nu digitaliseren Snoa en MML dit archief. “Hun werk is van grote waarde voor de eigen Sefardische gemeenschap, voor nazaten elders, voor velen daarbuiten.” 

Sefardische Joden en andere prominenten met Afro-Caribische burgers bij de viering in 1888 van 25 jaar afschaffing der slavernij.

Luz Marina over haar werk: “Afschriften van religieuze documenten zoals van een besnijdenis of een huwelijk zijn pas geldig als er een handtekening van de voorzitter en van de vicevoorzitter van de joodse gemeente op staat. Een notaris moet die vervolgens legaliseren.” Ze zucht: “Hier op Curaçao is dat nog wel te doen, maar soms zijn documenten nodig uit Cuba, een heel ander verhaal. Voor internationale betalingen aan Cuba moet je sluiproutes weten.” Ook moeten alle Nederlandstalige documenten van de burgerlijke stand op Curaçao eerst naar een beëdigd tolk-vertaler. Die vertaling moet dan weer gelegaliseerd door een notaris. “Je komt om in de bureaucratie en iedereen wil geld zien.”

Buitenkinderen

Soms loopt ze bijna vast: “Een van de rijkste Curaçaos-Joodse mannen in de achttiende eeuw is getrouwd en heeft drie kinderen. Als zijn vrouw overlijdt verwekt hij bij een slavin nog eens tien kinderen. Als hij haar tenslotte vrijkoopt, komen ook de kinderen vrij. Een deel van hen vertrekt dan naar buurland Venezuela.” Verre nakomelingen benaderen Luz Marina. “Ik vind uiteindelijk de acte van vrijkoping van hun stammoeder, met de naam van hun joodse voorvader. Ze hebben nu allemaal een Spaans paspoort, een felbegeerd document in Venezuela, dat kun je je wel voorstellen!”

Vader en zoon Rois Mendez gingen van Curaçao naar Barranquilla

Afkomst blijft een hardnekkig probleem. “In de afgelopen eeuwen verwekken Joodse mannen op Curaçao kinderen bij buitenvrouwen. De synagoge registreerde geen buitenkinderen bij een niet-Joodse moeder. Over hen is in de Snoa-archieven dus niets te vinden.” Daar komt nog een ander probleem bij: “Na de afschaffing van de slavernij namen slaven soms de naam van hun Joodse eigenaar aan, zonder van hem af te stammen. “Je kunt dus Senior of Calvo heten zonder Joods bloed.” Ze noemt een mooi voorbeeld: “De huidige Venezolaanse president Nicolás Maduro heeft wel een Curaçaos-Joodse naam, maar geen Joods bloed. In de tijd van Hugo Chávez was ene Enrique Capriles de oppositieleider, hij heeft weer wel een Curaçaos-Joodse voorvader!” 

Koning

Zit Luz Marina eenmaal op de praatstoel, dan is er haast geen stoppen meer aan. “Iemand nam me in de arm, hij zou afstammen van een Joodse meneer Isaac Salas. Uiteindelijk vonden we in Duitsland de overlijdensacte van zijn voorvader, geen Isaac maar David. De acte was in het oud-Duits en moest door een beëdigde vertaler via het Nederlands naar het Spaans vertaald, waarna het geheel nog weer door een notaris gelegaliseerd moest worden. Veel mensen in Bogotá en Caracas hadden profijt van mijn uiteindelijke vondst.” Een ander verhaal: “Er was ooit een geliefde Joodse notabele op Curaçao, Isaac Abinum de Lima. Hij woonde samen met Maria Regina Isenia Jesurun. Zij had een Joodse vader en stamde van moeders kant af van een slavin. Hij kreeg bij haar zes onwettige kinderen. Na zijn dood vroegen mensen met succes aan de koning om die kinderen alsnog te wettigen. Ze kregen zo alsnog zijn achternaam. Via vrienden in Nederland vond ik het betreffende document. Veel verre nazaten in Zuid-Amerika hebben zo de Spaanse- of Portugese nationaliteit gekregen!” 

Overzichtsfoto Joodse begraafplaats in Barranquilla, Colombia.

Ze komt tot slot nog even terug op haar betovergrootvader. “In het archief van de Snoa vond ik de akte van zijn besnijdenis, maar ook de huwelijksacte (‘ketubah’) van zijn ouders, in het Aramees! De eerste jongens die hij verwekte bij de protestantse Matilde liet hij nog besnijden. Vlak voor zijn overlijden in 1892 is hij alsnog met Matilde getrouwd. Hij is joods gebleven en in Barranquilla dus joods begraven…! 

(De aanvraagperiode voor een Spaans en Portugese Paspoorts is intussen gesloten.

Aan moederskant deed Luz Marina Forero een opzienbarende ontdekking. “Daar stam ik af van Abraham Senior, een rabbijn, bankier en schatbewaarder van het Spaanse koningspaar Ferdinand van Arragon en Isabella van Castilië. Deze Senior was destijds de belangrijkste Jood buiten Israël. Hij was nota bene degene die het huwelijk tussen Ferdinand en Isabella heeft gearrangeerd, die uiteindelijk in 1492 de ondergang van de Joodse gemeenschap in Spanje veroorzaakten. Op tachtigjarige leeftijd bekeerde hij zich tot het Rooms-katholicisme en nam de naam Fernando Pérez Coronel aan. Hierdoor werd hij de aartsvader van de in Nederland bekende familie Coronel. Uiteindelijk is hij wel weer joods gestorven.”


793 keer gelezen

Deel dit artikel: