Medewerker Curaçaohuis zegt onder druk te worden gezet met inhouding salaris

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding

DEN HAAG – Een medewerker van het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Curaçao stelt dat zijn salaris is ingehouden om hem te dwingen mee te werken aan een vertrekregeling. Deze medewerker betreft Jordan Pietersz die dit in een persbericht openbaar maakte, tegen de achtergrond van de aanhoudende onrust rond het Curaçaohuis.


Volgens Pietersz is zijn salaris stopgezet terwijl hij formeel nog in dienst is van het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Curaçao. Hij beschouwt die maatregel als een drukmiddel om hem te bewegen tot zogenoemde exit-mediation.

Mediation zou vrijwillig moeten zijn, maar wordt volgens hem gepresenteerd als voorwaarde, waarbij als alternatief expliciet wordt gewezen op ontbinding van de arbeidsovereenkomst via de rechter.

In het persbericht schetst Pietersz een beeld van een angstcultuur binnen de organisatie. Medewerkers die volgens hem eerder meldingen deden of kritische signalen afgaven, zouden te maken hebben gekregen met het niet verlengen van contracten of met beëindigingstrajecten, vaak onder verwijzing naar een vermeende vertrouwensbreuk. Collega’s zouden daardoor terughoudend zijn om zich uit te spreken.

Eerdere machtsverhoudingen

De medewerker plaatst zijn situatie nadrukkelijk in de context van de recente politieke ontwikkelingen. Ondanks een aangenomen motie in het parlement en het op non-actief stellen van de Gevolmachtigde Minister, stelt Pietersz dat eerdere machtsverhoudingen nog steeds doorwerken in het personeelsbeleid. Het argument van “geen vertrouwen” zou daarbij worden gebruikt om medewerkers alsnog richting vertrek te bewegen.

Daarnaast uit hij zorgen over het volgens hem bewust escaleren van arbeidsconflicten richting de kantonrechter. Dat zou het risico met zich meebrengen dat procedures worden verloren en dat eventuele vergoedingen uit publieke middelen moeten worden betaald, enkel om medewerkers die meldingen hebben gedaan definitief uit de organisatie te verwijderen.

Pietersz roept in zijn persbericht de minister-president en het parlement van Curaçao op om in te grijpen. Volgens hem staan beginselen als goed werkgeverschap, rechtsstatelijkheid en bescherming van melders onder druk. “Transparantie, onafhankelijk toezicht en een veilige werkomgeving zijn geen gunsten, maar basisvoorwaarden binnen een publieke instelling,” schrijft hij.

Corruptie

Eerder kwam Pietersz al in het nieuws toen zijn naam werd genoemd in berichtgeving over vermeende misstanden rond het Curaçaohuis. In dat kader werd bekend dat het Openbaar Ministerie wel een brief met corruptiebeschuldigingen had ontvangen via het kabinet van de gouverneur, maar dat deze niet was ingediend als formele klacht.

Het OM liet weten daarom geen strafrechtelijk onderzoek te kunnen starten zolang een officiële aangifte of klacht uitblijft. Die eerdere berichtgeving vormde mede aanleiding voor politieke vragen en een motie in de Staten over onderzoek naar het functioneren en het beheer van het Curaçaohuis.


1.708 keer gelezen

Deel dit artikel: