Inspectie: basiskwaliteit beroepsonderwijs Curaçao blijft achter op meerdere fronten

WILLEMSTAD – De Inspectie Onderwijs concludeert in haar nieuwste rapport dat de basiskwaliteit van het secundair beroepsonderwijs (SBO) op Curaçao nog niet wordt gehaald.
De toezichthouder schrijft dat de interne kwaliteitszorg, de begeleiding van studenten, de examinering en de aansluiting op de arbeidsmarkt in veel opleidingen tekortschieten.
Daarmee voldoet het beroepsonderwijs volgens de inspectie niet aan de minimale voorwaarden om studenten goed voor te bereiden op werk en vervolgstudie.
Kwaliteitsprocessen
In het rapport staat dat instellingen moeite hebben om kwaliteitsprocessen uit te voeren zoals die zijn vastgelegd in wet- en regelgeving. Besturen beschikken niet altijd over actuele data, duidelijke kwaliteitsdoelen of voldoende capaciteit om verbeteringen door te voeren.
De inspectie beschrijft dat sommige instellingen nauwelijks toezicht houden op de kwaliteit van lessen en examens, waardoor studenten afhankelijk zijn van toevallige verschillen tussen opleidingen.
Begeleiding
Ook de begeleiding binnen het beroepsonderwijs laat volgens de inspectie te wensen over. Studenten krijgen niet altijd de ondersteuning die nodig is om hun opleiding vlot te doorlopen, en in de examinering worden tekortkomingen vastgesteld die de betrouwbaarheid van diploma’s onder druk zetten.
Daarnaast is de aansluiting tussen opleidingen en de arbeidsmarkt onvoldoende uitgewerkt, waardoor jongeren niet altijd over de vaardigheden beschikken die werkgevers vragen.
De inspectie benadrukt dat deze tekortkomingen structureel zijn en verschillende instellingen raken. De verschillen binnen het stelsel zijn bovendien groot: sommige opleidingen functioneren redelijk, terwijl andere de basiskwaliteit ver missen. Hierdoor ontstaan volgens de inspectie ongelijke onderwijskansen voor studenten.
Het rapport maakt deel uit van een bredere evaluatie waarin ook tekorten aan bevoegde leraren, zwak toezicht op particuliere opleiders en de beperkte beschikbaarheid van stageplaatsen als risicofactoren worden genoemd.




































