
Steeds minder Curaçaose grond is in handen van de overheid. Dat komt volgens journalist Erwin Raphaëla door decennia van corruptie en vriendjespolitiek. In deze vlammende opiniebijdrage waarschuwt hij voor de sociale gevolgen van deze sluipende uitverkoop: groeiende ongelijkheid, verdwijnende publieke ruimte en een bevolking die steeds verder wordt weggedrukt van haar eigen land.
door | Erwin Raphaëla
Curaçao verkeert in een stille maar diep ingrijpende crisis: het verlies van zeggenschap over zijn eigen grond. Waar de overheid tot enkele jaren geleden nog ongeveer zeventig procent van het eiland beheerde, is dat inmiddels geslonken tot nauwelijks dertig procent. Deze afname is niet het gevolg van toevallige marktwerking, maar van decennialange corruptie, belangenverstrengeling en het stilzwijgend verdwijnen van gemeenschapseigendommen. De gevolgen raken vooral de gewone burger, die steeds moeilijker toegang krijgt tot grond voor een woning, onderneming of recreatie.
Enkele jaren terug beheerste de overheid nog het grootste deel van het eiland en kon zij actief sturen op ruimtelijke ontwikkeling: woningbouw, infrastructuur, natuurbeheer en recreatie. Nu zijn de meeste gronden in privéhanden, en wordt Curaçao steeds ontoegankelijker voor de eigen bevolking.
Het is al jarenlang een patroon: bestuurders eigenen zich grote stukken grond toe tijdens of kort na hun ambtsperiode. Bevriende relaties krijgen gunsten toegekend, vaak tegen betaling, waarbij ministers of hoge ambtenaren binnen de ministeries – in het bijzonder die van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning – een centrale rol spelen. Het gevolg is een structureel verlies aan vertrouwen in de overheid, die niet meer optreedt als hoeder van het publieke belang.
Politici en Statenleden zouden zich moeten bezinnen op hun rol als volksvertegenwoordiger. Vooral binnen diensten die vergunningen en gronduitgiftes beheren, tiert corruptie welig. Het is niet zeldzaam dat politici plotseling eigenaar blijken te zijn van waardevolle kustpercelen – locaties die voor de meeste burgers onbereikbaar zijn.
Door politieke willekeur, gebrek aan transparantie en een schrijnend tekort aan vorming en bewustwording raakt het eiland steeds verder in verval. De armen zijn het kind van de rekening: zij kunnen geen grond verwerven, laat staan een huis bouwen of een onderneming starten. De wachtlijsten voor betaalbare woningen lopen al tientallen jaren op.
Deze neerwaartse spiraal begon al in 1954 en heeft zich tot vandaag doorgezet. Gronden verdwijnen uit overheidshanden in achterkamertjes, zonder publieke verantwoording. Een volledige lijst met namen van personen die over grote stukken terrein beschikken, zou openbaar moeten worden gemaakt.
Curaçao wordt gegijzeld door corruptie en vriendjespolitiek. In Nederland is recent een motie aangenomen die aanstuurt op actieve bestrijding van corruptie op het eiland. Ik steun dat volledig. Alleen door ingrijpen van buitenaf – én door de invoering van wijk- en regioraden die lokale controle mogelijk maken – kan de bevolking weer grip krijgen op wat haar toebehoort: de grond, de stranden, het culturele erfgoed en de natuur.
De lokale, inheemse Curaçaose burger wordt steeds verder gemarginaliseerd. Kijk naar wat er gebeurt in de wijk Charo, waar hoge flatgebouwen het uitzicht op zee ontnemen. Of naar de buurt waar kippenmest met stank en ziekteverspreidende muggen het dagelijks leven ondraaglijk maakt. Curaçao is slechts 444 vierkante kilometer groot. Als we zo doorgaan, is ook deze bevolking – net als ooit de oorspronkelijke bewoners van dit continent – straks verdreven van haar eigen land.





































