Viskweek aan de noordkust: wie beschermt de zee en de vissers?

· - leestijd 3 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD - Curaçao onderzoekt de mogelijkheden voor viskweek aan de noordkust, als onderdeel van een bredere zoektocht naar meer lokale voedselproductie en economische diversificatie. Maar volgens Edwin ‘Makambi’ Flameling verdient dat enthousiasme stevige kanttekeningen. Aquacultuur kan kansen bieden, schrijft hij, maar alleen wanneer milieu, dierenwelzijn, toezicht, kosten en de positie van traditionele vissers vooraf serieus zijn geregeld.


Door | Edwin ‘Makambi’ Flameling

Onlangs stond op de voorpagina van een lokale krant de kop: "Stap gezet in viskweek". Op het eerste gezicht lijkt dat uitstekend nieuws. Diversificatie van onze economie en een grotere mate van zelfvoorziening op het gebied van vis zijn immers wenselijke ontwikkelingen. Toch is enige terughoudendheid op zijn plaats. Viskweek of aquacultuur is namelijk aanzienlijk ingewikkelder dan vaak wordt voorgesteld.

Aquacultuur is in beginsel een logische stap in de voedselproductie. Vergeleken met landbouw en veeteelt is de visserij nog altijd een relatief primitieve vorm van voedselwinning.

Tarwe, maïs, soja en aardappelen worden op grote schaal geteeld. Runderen, varkens en kippen worden al eeuwenlang gefokt voor de vleesproductie. Op deze dieren jagen we niet meer.

<p><em>Vissen wordt nog steeds voornamelijk in het wild gedaan</em></p>
Vissen wordt nog steeds voornamelijk in het wild gedaan (Foto: Dick Drayer)

Bij vis is dat anders. Ondanks moderne schepen en geavanceerde technieken zijn we nog steeds afhankelijk van het vangen van wilde vis. Dat model staat onder druk.

Meer dan 70 procent van de wereldwijde visbestanden is volledig benut of zelfs overbevist. Aquacultuur is daarom sterk in opkomst en levert inmiddels meer dan de helft van alle vis die wereldwijd wordt geconsumeerd. Bovendien is vis een efficiënte eiwitbron: voor dezelfde hoeveelheid eiwit zijn doorgaans minder grondstoffen nodig dan bij de productie van rund- of varkensvlees.

Allesbehalve eenvoudig

Toch is viskweek allesbehalve eenvoudig. Jonge vissen worden eerst in kwekerijen uitgebroed en vervolgens overgebracht naar bassins of drijvende netkooien op zee. Daar groeien zij op met commercieel voer en worden zij, indien nodig, behandeld tegen ziekten en parasieten.

Pas wanneer zij het gewenste gewicht hebben bereikt, worden zij geoogst. Dat succes niet vanzelfsprekend is, blijkt uit eerdere initiatieven in de regio. Op Bonaire werd in 2009 de Elijah Fish Farm aangekondigd, maar het project kwam nooit van de grond.

Nog eerder was er Marcultura, een veelbelovend kweekproject voor karkó, dat uiteindelijk ten onder ging aan een ziekte-uitbraak waardoor de volledige kweek verloren ging en het initatief failliet ging.

Voor- en nadelen

Viskweek heeft onmiskenbare voordelen. Zij kan de druk op wilde visbestanden verminderen, zorgt voor een stabiele aanvoer en maakt vis vaak betaalbaarder voor consumenten.

Daartegenover staan echter aanzienlijke nadelen. Een belangrijk milieuprobleem is de lozing van uitwerpselen en niet-opgegeten voer. Hierdoor komen grote hoeveelheden stikstof en fosfor in het water terecht, wat algenbloei en zuurstoftekorten kan veroorzaken.

Daarnaast worden in veel kwekerijen antibiotica en bestrijdingsmiddelen gebruikt, die het mariene ecosysteem kunnen aantasten. Ook bestaat het risico dat ziekten en parasieten zich verspreiden naar wilde vispopulaties.

Een ander punt van zorg betreft het dierenwelzijn. Vissen worden vaak in hoge dichtheden gehouden, waardoor stress, ziekte en sterfte toenemen. Juist daarom is wereldwijd steeds meer regelgeving ontwikkeld. Curaçao vormt daarop geen uitzondering.

Sinds 2023 kent ons land een Landsverordening dierenwelzijn, waarin de intrinsieke waarde van dieren expliciet wordt erkend. Ook viskwekerijen zullen aan deze normen moeten voldoen, wat de investerings- en exploitatiekosten verder verhoogt.

Duurzaamheid?

Daarnaast is de voedselvoorziening van kweekvis niet zonder problemen. Veel populaire soorten hebben eiwitrijk voer nodig dat grotendeels wordt geproduceerd uit vismeel en visolie.

Daarvoor worden enorme hoeveelheden wilde sardines, ansjovis en makreel gevangen. Bij sommige soorten, zoals blauwvintonijn, is tientallen kilo’s voer nodig om één kilo vis te produceren. De vraag rijst dan in hoeverre sprake is van echte duurzaamheid.

Internationaal bestaan daarom uitgebreide certificeringsprogramma’s en strenge controles. In de Verenigde Staten wordt de voedselveiligheid bewaakt door de Food and Drug Administration, terwijl milieutoezicht wordt uitgeoefend door de Environmental Protection Agency.

Ook de Europese Unie kent uitgebreide regelgeving voor aquacultuur. En Curaçao? Voor zover bekend ontbreekt een specifiek wettelijk kader voor viskweek grotendeels. Dat roept de vraag op of investeerders juist daarom belangstelling tonen voor ons eiland: omdat toezicht en regelgeving beperkt zijn.

Economische haalbaarheid

Ook de economische haalbaarheid verdient aandacht. Het opzetten van een zoutwaterkwekerij vereist forse investeringen in drijvende kooien, broedinstallaties, voer, ziektebestrijding, personeel, transport en opslag. De kosten liggen aanzienlijk hoger dan bij veel traditionele vormen van visserij. Volgens de plannen zullen drie drijvende kooien aan de noordkust worden geplaatst en aan de zeebodem worden verankerd.

Daarbij wordt echter nauwelijks gesproken over de ruwe zee aan deze kust, de grote dieptes vlak voor de kust of de gevolgen voor traditionele vissers die mogelijk uit deze gebieden worden geweerd.

Aquacultuur zal wereldwijd ongetwijfeld een steeds belangrijkere rol spelen bij de voedselvoorziening. Ook voor Curaçao kan verantwoord uitgevoerde viskweek kansen bieden. Maar alleen wanneer vooraf zorgvuldig wordt nagedacht over de ecologische gevolgen, dierenwelzijn, economische haalbaarheid en een adequaat wettelijk kader.

Ik ken de concrete plannen niet en wil daarom het voordeel van de twijfel geven. Verantwoorde en duurzame viskweek is zeker mogelijk. Maar duurzaamheid is meer dan een mooi woord in een persbericht; zij vraagt om duidelijke regels, degelijk toezicht en een realistische beoordeling van de risico’s. Pas dan kan viskweek werkelijk een verrijking zijn voor Curaçao.


140 keer gelezen

Deel dit artikel: