Wie alleen de economie ziet, ziet Curaçao niet

· - leestijd 2 minuten
Makambi is een van de vissers die protesteert
Makambi is een van de vissers die protesteert

In deze opiniebijdrage reageert Edwin ‘Makambi’ Flameling op de discussie over economische ontwikkeling, toerisme en monumentenzorg op Curaçao. Volgens hem ontbreekt daarin nog een essentieel perspectief: de intrinsieke waarde van natuur en milieu. Economische groei kan volgens Flameling alleen verantwoord zijn wanneer ook ecosystemen, landschap, erfgoed en de leefomgeving van toekomstige generaties volwaardig worden meegewogen.


Door | Makambi

De recente opinie in de krant met bovenstaande titel van Jos Dijk was een verademing. Terecht stelt hij dat de toekomst van Curaçao niet uitsluitend in economische termen kan worden beoordeeld. Hij richt zich daarbij op toerisme en monumentenzorg. Ik wil daar een onmisbaar element aan toevoegen: natuur en milieu.

Sommige bestuurders lijken nog steeds gevangen in een economische visie die inmiddels alang achterhaald is. Hun benadering doet denken aan de Verordening van den 20sten Juli 1926, tot bescherming van diersoorten, nuttig voor land- en ooftbouw of die langzamerhand uitsterven en op welker voortbestaan prijs wordt gesteld. Alleen de titel maakt al duidelijk vanuit welke gedachte men destijds redeneerde: natuur verdient bescherming voor zover zij de mens economisch van nut is of wanneer de mens het wenselijk vindt dat een soort blijft bestaan.

Dat was misschien een verdedigbare gedachte in 1926. In 2026, een eeuw verder, is zij dat niet meer.

Wereldwijd heeft zich de afgelopen decennia een fundamentele omslag voltrokken. Natuur wordt niet langer uitsluitend beschermd omdat zij economische waarde vertegenwoordigt, maar omdat zij een eigen, intrinsieke waarde heeft. Ook Curaçao heeft die ontwikkeling erkend. De Landsverordening dierenwelzijn van 2022 bepaalt expliciet dat dieren een intrinsieke waarde bezitten. Het zijn voelende wezens die bescherming en zorg verdienen, los van de vraag of zij economisch iets opleveren.

Die gedachte houdt uiteraard niet op bij dieren. Ook planten, natuurgebieden, koraalriffen, mangroven en de kwaliteit van onze bodem, lucht en zee vertegenwoordigen waarden die zich niet eenvoudig in geld laten uitdrukken. Dat betekent niet dat economische ontwikkeling moet worden stilgelegd. Het betekent wél dat economie niet automatisch het laatste woord heeft.

Juist een klein eiland als Curaçao kan zich niet permitteren natuur en milieu als sluitpost van het beleid te behandelen. Onze economie is immers zelf afhankelijk van gezonde ecosystemen. Toeristen komen niet voor vervuilde baaien, afgestorven koraalriffen, kale heuvels of verwaarloosde monumenten of lelijke torenflats. De natuur is geen obstakel voor economische ontwikkeling; zij vormt er juist een van de belangrijkste voorwaarden voor.

Duurzaamheid is daarom geen modewoord, maar een bestuurlijke opdracht. Al in 1987 werd in het VN Brundtland-rapport duurzame ontwikkeling omschreven als het voorzien in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties aan te tasten. Die definitie is actueler dan ooit.

Des te opmerkelijker is het ook dat een economische visie die publiekelijk wordt uitdragen nauwelijks lijkt aan te sluiten bij het regeerprogramma van het Curaçaose kabinet. Daarin komen de woorden ‘duurzaam’ en ‘duurzaamheid’ maar liefst 43 keer voor. Dat is geen toeval. Het is een politieke belofte. Maar een woord dat 43 keer op papier staat, heeft weinig betekenis als het in de praktijk nauwelijks richting geeft aan het beleid.

Misschien wordt het tijd dat onze ministers hun eigen regeerprogramma nog eens zorgvuldig lezen. Want goed bestuur betekent niet kiezen tussen economie óf natuur, tussen investeringen óf erfgoed, tussen groei óf duurzaamheid. Goed bestuur betekent het vinden van een evenwicht tussen al die belangen. Wie alleen de economie ziet, ziet uiteindelijk Curaçao niet. Want de waarde van een eiland laat zich niet uitsluitend meten in dollars, hotelkamers of investeringen. Zij ligt evenzeer besloten in de kwaliteit van onze natuur, de rijkdom van onze cultuur, de schoonheid van ons landschap en de leefomgeving die wij nalaten aan de generaties na ons.

Dat is geen romantisch ideaal. Dat is de essentie van duurzame ontwikkeling én van verantwoord bestuur.


209 keer gelezen

Deel dit artikel: