
WILLEMSTAD – Het parlement van Curaçao wil op korte termijn een openbare spoedvergadering houden over mogelijke onrechtmatige betalingen en integriteitskwesties bij Kas di Kòrsou. Aanleiding is een financiële analyse over de jaren 2022 tot en met 2024 én recente openbare beschuldigingen tegen de gevolmachtigde minister in Den Haag. In het verzoek vraagt het parlement om verantwoording van minister-president Gilmar Pisas.
Tijdens de behandeling van de begroting 2026 werd bekend dat uitgaven van Kas di Kòrsou niet volledig te rijmen zijn met de ingediende declaraties. In 2022 is sprake van een aanzienlijke discrepantie tussen betaalde en gedeclareerde facturen. Ook zijn er kosten in rekening gebracht op naam van Statenleden die niet naar Nederland zouden zijn gereisd en werden volgens de analyse uitzonderlijk hoge taxikosten gedeclareerd. Daarnaast zou het huidige betaalsysteem zodanig zijn ingericht dat parlementaire controle nauwelijks mogelijk is.
Op basis van deze bevindingen nam het parlement eerder al een motie aan om de Algemene Rekenkamer te verzoeken een onafhankelijk onderzoek te doen naar de integriteit, rechtmatigheid en doelmatigheid van het financieel beheer van Kas di Kòrsou en het kantoor van de gevolmachtigde minister over de periode 2022–2025. De minister-president gaf aan met dat onderzoek in te stemmen.
De kwestie kreeg eind december een extra dimensie toen een medewerker van Kas di Kòrsou in een televisie-interview de gevolmachtigde minister publiekelijk beschuldigde van strafbaar handelen en het slecht behandelen van personeel. Volgens het parlement uiten medewerkers al sinds februari 2025 zorgen over het functioneren van de gevolmachtigde minister. In dat kader zouden personeelsleden op non-actief zijn gesteld of hun baan zijn kwijtgeraakt, terwijl onduidelijk is welke maatregelen de regering heeft genomen om de situatie te adresseren.
In het verzoek tot de spoedvergadering benadrukt het parlement dat de gevolmachtigde minister geen eigen politieke verantwoordelijkheid draagt. Die verantwoordelijkheid ligt volledig bij de minister-president. Met het beroep op artikel 96 van het Reglement van Orde wil het parlement de kwestie in een openbare vergadering bespreken, gezien de ernst van de beschuldigingen en de mogelijke gevolgen voor het vertrouwen in het bestuur.
Parlementsvoorzitter Fergino Brownbill heeft het verzoek ontvangen. Het is nog niet bekend wanneer de spoedvergadering zal plaatsvinden.



































