Regering houdt vast aan omstreden rol minister bij borgsom

Afbeelding

WILLEMSTAD – De regering van Curaçao houdt vast aan het voorstel om de minister een rol te geven bij het opleggen van een borgsom bij voorwaardelijke invrijheidstelling, ondanks stevige kritiek van meerdere Statenfracties. Dat blijkt uit de nota naar aanleiding van het verslag over de wetswijziging rond terrorismebestrijding en aanpassingen in het strafrecht.


Met name de fracties van MAN-PIN, PAR en PNP plaatsen fundamentele vraagtekens bij de voorgestelde bevoegdheid. Zij vinden dat beslissingen over een borgsom, in de praktijk aangeduid als zekerheidstelling, niet bij een minister thuishoren, maar bij de rechter. Volgens de fracties brengt de regeling risico’s met zich mee en kan deze leiden tot ongewenste politieke invloed in strafrechtelijke trajecten.

De regering verwerpt die kritiek en stelt dat geen sprake is van willekeur of onbeperkte macht. De borgsom zou uitsluitend gelden in de fase na een definitieve veroordeling, bij voorwaardelijke invrijheidstelling, en bedoeld zijn als extra waarborg om naleving van voorwaarden te versterken. Het gaat volgens het kabinet nadrukkelijk niet om het “kopen van vrijheid”, maar om een aanvullende maatregel naast bestaande voorwaarden zoals meldplicht of elektronisch toezicht.

Volgens de regering wordt de beslissing bovendien niet zelfstandig door de minister genomen. Een verplicht advies van het Centraal College voor de Reclassering moet voorafgaan aan elk besluit. Ook kan de veroordeelde zelf kiezen om een borgsom al dan niet te accepteren. Daarmee, zo stelt het kabinet, is voldoende waarborg ingebouwd tegen misbruik.

Toch erkent de regering dat de kritiek in de Staten zwaar weegt. In de nota wordt expliciet aangegeven dat de bevoegdheid, indien daar politiek draagvlak voor ontbreekt, alsnog uit het wetsvoorstel kan worden geschrapt via een nota van wijziging. Daarmee blijft de regeling onderwerp van debat in de verdere parlementaire behandeling.


2.637 keer gelezen

Deel dit artikel: