Intrekken Nederlanderschap van terrorismeverdachten moet permanent mogelijk blijven

WILLEMSTAD – De Koninkrijksregering wil permanent de mogelijkheid behouden om het Nederlanderschap af te nemen van mensen die zich in het buitenland bij een terroristische organisatie hebben aangesloten. De tijdelijke bevoegdheid zou zonder nieuwe wet op 1 maart 2027 vervallen.
Het voorstel van Rijkswet is via gouverneur Mauritsz de Kort naar de Staten van Curaçao gestuurd. Omdat het Nederlanderschap een Koninkrijksaangelegenheid is, geldt de regeling ook voor Curaçao, Aruba en Sint Maarten.
De maatregel kan worden toegepast op iemand van achttien jaar of ouder die zich buiten het Koninkrijk bevindt en zich aantoonbaar heeft aangesloten bij een aangewezen terroristische organisatie. Een voorafgaande strafrechtelijke veroordeling is niet nodig.
Intrekking is alleen toegestaan wanneer de betrokkene ook een andere nationaliteit bezit. Iemand mag door het besluit niet staatloos worden. Daardoor kan de maatregel uitsluitend mensen met een dubbele of meervoudige nationaliteit treffen.
De regeling is ook van toepassing op Nederlanders die vóór hun vertrek op Curaçao, Aruba of Sint Maarten woonden.
Terroristische organisaties
Op de lijst van terroristische organisaties staan momenteel Al Qaida, ISIS, Hay’at Tahrir al-Sham en daaraan gelieerde groepen.
Wie het Nederlanderschap verliest, wordt tegelijkertijd tot ongewenste vreemdeling verklaard. Het Nederlandse paspoort vervalt en legale terugkeer naar een van de landen van het Koninkrijk wordt onmogelijk. De gegevens en het vervallen reisdocument worden opgenomen in internationale registraties.
De bevoegdheid werd in 2017 tijdelijk ingevoerd en in 2022 verlengd. De regering stelt dat de terroristische dreiging voortduurt en dat terugkerende uitreizigers vanwege hun contacten, training en mogelijke gevechtservaring een gevaar kunnen vormen.
Al 25 keer toegepast
Sinds de invoering is de maatregel 25 keer toegepast. Vier besluiten werden door de rechter vernietigd. Naar aanleiding daarvan trok de regering vijf vergelijkbare besluiten zelf in. Vijftien intrekkingen zijn definitief en één zaak bevindt zich nog in de beroepsfase.
Volgens de regering is niemand van wie het Nederlanderschap definitief werd ingetrokken daarna legaal teruggekeerd. Ook zijn er geen aanwijzingen dat betrokkenen illegaal zijn teruggekeerd. De regering erkent wel dat niet kan worden vastgesteld of met de maatregel terroristische aanslagen zijn voorkomen.
Het College voor de Rechten van de Mens en andere deelnemers aan de consultatie hebben kritiek geuit op het onderscheid tussen Nederlanders met één en met meerdere nationaliteiten. De regering wijst die kritiek af en stelt dat internationale verdragen verbieden mensen staatloos te maken.
Tegen intrekking van het Nederlanderschap staat beroep bij de bestuursrechter open. Wanneer de betrokkene niet zelf in beroep gaat, moet de minister het besluit alsnog aan de rechter voorleggen.
Het wetsvoorstel verandert de voorwaarden van de bestaande regeling niet. Het schrapt uitsluitend de einddatum, zodat de bevoegdheid na 1 maart 2027 permanent blijft bestaan. De nieuwe Rijkswet moet op 28 februari 2027 ingaan.





































