Regering Curaçao loopt verder achter met Statenvragen: 96 onbeantwoord

WILLEMSTAD – De achterstand van de Curaçaose regering bij het beantwoorden van schriftelijke vragen van Statenleden is in het tweede kwartaal verder opgelopen. Eind juni stonden 96 vragen nog onbeantwoord, tegen 73 aan het einde van het eerste kwartaal. Dat is een stijging van bijna 32 procent in drie maanden.
Dat blijkt uit het nieuwste overzicht van de Staten over de uitvoering van het individuele vragenrecht. De lijst loopt van 11 mei 2025 tot en met 30 juni 2026 en vermeldt per ministerie welke schriftelijke vragen nog niet zijn behandeld.
De grootste achterstand ligt bij Algemene Zaken, waaronder de minister-president valt. Daar staan twintig vragen open. Daarna volgen Justitie met negentien, Volksgezondheid, Milieu en Natuur (GMN) met vijftien en Financiën met twaalf.
Vooral bij GMN nam de achterstand sterk toe. Aan het einde van het eerste kwartaal stonden daar negen vragen open, drie maanden later zijn dat er vijftien. Bij Financiën liep het aantal op van acht naar twaalf en bij Justitie van vijftien naar negentien.
Oude vragen blijven liggen
Opvallend is dat het oplopen van de achterstand niet alleen wordt veroorzaakt door nieuwe vragen. Van de 73 zaken die eind maart nog openstonden, zijn er in het nieuwe overzicht slechts enkele verdwenen. Tegelijkertijd kwamen tientallen nieuwe onbeantwoorde vragen bij.
Bij Financiën bijvoorbeeld staan alle acht vragen die eind maart al openstonden drie maanden later nog steeds op de lijst. Daar zijn vier nieuwe onbeantwoorde vragen aan toegevoegd.
Ook bij Algemene Zaken zijn vrijwel alle oudere dossiers blijven staan. De oudste openstaande vraag dateert van 19 mei 2025 en ging eind juni al 408 dagen mee. De vraag van Statenleden G.M. Mc William en S.F.C. Camelia-Römer betreft de opstelling van Curaçao in de Rijksministerraad over de situatie in Gaza.
Twee maanden de norm
De Staten en de regering hebben afspraken gemaakt over de behandeling van schriftelijke vragen. Een minister heeft in beginsel twee maanden om een vraag te beantwoorden. Wanneer dat niet gebeurt, wordt de betreffende bewindspersoon volgens het protocol schriftelijk door de voorzitter van de Staten herinnerd.
Statenvoorzitter Frits Brownbill stuurt ieder kwartaal een overzicht van de niet-beantwoorde vragen naar de minister-president. Het jongste overzicht dateert van 6 juli.
De cijfers laten zien dat die procedure de achterstand vooralsnog niet terugdringt.
De onderwerpen lopen uiteen van gezondheidszorg, belastingen en infrastructuur tot criminaliteit en bestuurlijke kwesties. Bij Justitie staan onder meer vragen open over autodiefstallen, problemen binnen de justitieketen en de verantwoordelijkheid voor de jeugdgevangenis JJIC.





































