Wil je advocaat worden op Curaçao? Dan moet je straks Papiamentu spreken

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – De Orde van Advocaten Curaçao steunt een verplichte basisbeheersing van het Papiamentu voor advocaten die op het eiland willen werken. Ook een aanvullende toets op kennis van het Curaçaose recht is opgenomen in het voorstel voor een nieuwe Advocatenlandsverordening. Maar de wet wacht nog altijd op verdere behandeling door de Staten.


Dat bevestigt deken Roald Tromp na uitspraken van advocaat Eldon ‘Peppie’ Sulvaran in de Vigilante afgelopen week. Die vroeg opnieuw aandacht voor de positie van lokaal opgeleide juristen en voor de eisen die moeten gelden voor advocaten die buiten Curaçao zijn opgeleid.

Volgens Sulvaran moeten deze advocaten aantonen dat zij de verschillen tussen het Nederlandse en Curaçaose recht kennen. Daarnaast moeten zij volgens hem voldoende Papiamentu beheersen om cliënten te kunnen bijstaan en de lokale samenleving te begrijpen.

De Orde onderschrijft die gedachte. Volgens Tromp helpt basiskennis van het Papiamentu advocaten om de eigen rechtscultuur en maatschappelijke context van Curaçao beter te begrijpen. Dat is ook van belang omdat het Papiamentu een van de talen is waarin voor de rechter wordt geprocedeerd.

Het wetsvoorstel biedt volgens de Orde slechts in uitzonderlijke gevallen ruimte voor vrijstelling. Dat kan bijvoorbeeld wanneer een advocaat aannemelijk maakt uitsluitend een internationale praktijk te voeren en kennis van het Papiamentu daarvoor redelijkerwijs niet noodzakelijk is.

Wet uit 1959

Curaçao werkt nog altijd met een Advocatenlandsverordening uit 1959. Volgens de Orde sluit die wet niet meer volledig aan bij de huidige rechtspraktijk en de verdere professionalisering van de advocatuur.

Het voorstel voor een nieuwe wet wacht voor zover de Orde bekend is nog op verdere parlementaire behandeling. De vertraging hangt volgens Tromp vermoedelijk samen met de prioriteiten en beschikbare capaciteit van de Staten en de regering.

Binnen de Orde bestaat volgens hem nog steeds breed draagvlak voor invoering. Daarmee staat vast dat de taaltoets en de aanvullende toets op kennis van het Curaçaose recht niet alleen wensen van Sulvaran zijn, maar onderdeel vormen van de laatste versie van het wetsvoorstel of de bijbehorende Nota van Wijziging.

Sulvaran stelde eerder dat hij samen met advocaat Chester Peterson en de hoogleraren Jan Reijntjes en Stijn Franken voorstellen voor aanpassing van de wet heeft uitgewerkt. Hij lichtte zijn standpunt in 2024 ook toe aan de Staten. Ondanks het overleg is de nieuwe wet nog niet behandeld.

Positie lokaal opgeleide juristen

Sulvaran stelt dat juristen die op Curaçao zijn opgeleid bij toelating tot de Nederlandse advocatuur aanvullende eisen kunnen tegenkomen, terwijl in Nederland opgeleide juristen relatief gemakkelijk op Curaçao aan de slag kunnen. Volgens hem is daardoor geen sprake van volledige wederkerigheid.

De Orde zegt bekend te zijn met de zorg dat lokaal opgeleide juristen mogelijk in een nadeliger positie verkeren. Zij beschikt echter niet over cijfers waaruit blijkt hoe vaak dit probleem zich in de praktijk voordoet.

Volgens de Orde moeten lokaal opgeleide juristen gelijke toegang tot de advocatuur hebben. Tromp wijst er tegelijk op dat verschillende afgestudeerden van de University of Curaçao inmiddels met succes als advocaat werkzaam zijn.

Nieuw verzoek aan Staten

De Orde heeft de Staten gisteren opnieuw gevraagd om informatie over de actuele stand van zaken rond het wetsvoorstel. Zij hoopt dat de parlementaire behandeling voortvarend wordt hervat.

Het streven van de Orde is dat de nieuwe Advocatenlandsverordening uiterlijk in aanloop naar haar vijftigjarig jubileum in juni 2027 wordt aangenomen. Daarmee krijgt de oproep van Sulvaran een concretere context: over de Papiamentu- en rechtstoets lijkt binnen de advocatuur overeenstemming te bestaan, maar de politieke behandeling van de nieuwe wet blijft uit.


155 keer gelezen

Deel dit artikel: