
WILLEMSTAD - Curaçao werkt achter de schermen aan nieuwe voorstellen voor de zogenoemde geschillenregeling binnen het Koninkrijk. Vooruitlopend op nieuw overleg met Aruba, Sint Maarten en Nederland willen Statenleden eerst het parlement bijpraten over de laatste ontwikkelingen en de Curaçaose inzet bepalen.
Dat blijkt uit een verzoek van Statenleden Ramón Yung, Quincy Girigorie en David Seferina aan parlementsvoorzitter Fergino Brownbill om een vergadering van de Centrale Commissie bijeen te roepen.
Volgens de brief is tijdens het Tripartite-overleg van september 2025 afgesproken een speciale werkgroep, een zogenoemd petite comité, op te richten met vertegenwoordigers van de drie Caribische landen binnen het Koninkrijk. Voor Curaçao nemen Yung en Girigorie deel aan die werkgroep.
Tripartite-overleg
De werkgroep kwam in maart bijeen op Aruba om inhoudelijk te spreken over een concept voor de nieuwe geschillenregeling. In juni volgt tijdens een nieuw Tripartite-overleg een verdere bespreking van de voorstellen.
Voorafgaand daaraan willen de Statenleden dat het Curaçaose parlement eerst wordt geïnformeerd over de voortgang van de onderhandelingen, de voorgestelde wijzigingen en de positie die Curaçao wil innemen. Volgens de brief moet het parlement de gelegenheid krijgen om een standpunt te bepalen voordat verder binnen het Koninkrijk wordt onderhandeld.
De geschillenregeling is al jarenlang een gevoelig dossier binnen het Koninkrijk. Aruba, Curaçao en Sint Maarten pleiten al langer voor een onafhankelijk mechanisme om conflicten met Nederland te beslechten. De huidige situatie leidt volgens de Caribische landen tot een ongelijke machtsverhouding, omdat Nederland uiteindelijk een dominante rol houdt bij Koninkrijksgeschillen.



































