Curaçao wil graantje meepikken van Surinaamse olie-industrie

· - leestijd 3 minuten
Charles Cooper
Charles Cooper

WILLEMSTAD/PARAMARIBO – Curaçao wil zijn olieopslag, haven, dokmaatschappij en financiële sector inzetten voor de toekomstige olieproductie van Suriname. Het eiland presenteert zich daarbij als logistiek dienstencentrum voor de snelgroeiende olie- en gasindustrie voor de kust van Suriname en Guyana.


Dat is de belangrijkste uitkomst van een driedaagse Curaçaose economische missie naar Paramaribo, onder leiding van minister Charles Cooper van Financiën en Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning. Concrete contracten zijn tijdens het bezoek voor zover bekend niet gesloten. Wel zijn contacten gelegd tussen regeringen en bedrijven.

Curaçao heeft zelf geen olieproductie, maar beschikt volgens Cooper over voorzieningen die Suriname straks nodig kan hebben. Hij wijst daarbij op de opslagtanks op Curaçao en Bonaire, de diepwaterhaven, de sleepdiensten, scheepsreparatie en de ervaring die het eiland heeft opgedaan met een eeuw raffinage.

„Wij hebben geen olie, maar we hebben de ervaring”, zei Cooper in een interview met de Surinaamse radiozender ABC. „Die ervaring en de bedrijven die daarover beschikken, kunnen wij ten dienste stellen van Staatsolie en de olie-industrie.”

Opslag voor Surinaamse olie

Cooper ziet vooral kansen voor de opslag en overslag van ruwe olie. Volgens hem beschikken Curaçao en Bonaire samen over tientallen miljoenen vaten aan opslagcapaciteit. Grote olietankers kunnen bovendien bij Curaçao in diep water worden ontvangen.

Suriname en Guyana hebben voor hun kust minder mogelijkheden om zeer grote olietankers rechtstreeks aan land te laten afmeren. Olie zou daarom met kleinere schepen naar Curaçao kunnen worden vervoerd, daar worden opgeslagen en vervolgens in grotere tankers naar afnemers worden gebracht.

„Het blijft jullie olie”, zei Cooper tegen de Surinaamse interviewer. „Wij slaan die alleen op. Wat jullie ermee doen, bepalen jullie zelf.”

Het gaat vooralsnog om een aanbod en niet om een overeenkomst. Eventuele opslagcontracten moeten volgens Cooper rechtstreeks tussen Surinaamse en Curaçaose bedrijven worden gesloten. De regeringen zouden daarbij vooral een faciliterende rol spelen.

Curaçaose bedrijven mee naar Paramaribo

Cooper bezocht Suriname ter gelegenheid van de zesde Suriname Energy, Oil & Gas Summit. Investeringsorganisatie CINEX en CDM Holding brachten hiervoor een delegatie van Curaçaose bedrijven bijeen.

Onder meer 2BAYS Curaçao, Buskabaai, Damen, EY, Curaçao Ports Authority, maritieme brancheorganisatie CMAR en NAVCARIB waren vertegenwoordigd. De bedrijven bieden diensten aan op het gebied van olieopslag, havens, sleepboten, scheepsreparatie, advies en maritiem transport.

Ook KTK Tugs, belastingadviseur Rootz Tax Lawyers en Heroes Corp International werden tijdens een netwerkbijeenkomst genoemd als voorbeelden van bedrijven die al contacten of samenwerkingsverbanden in Suriname hebben.

De Curaçaose boodschap was dat de landen elkaar niet als concurrenten moeten beschouwen. Suriname brengt de olievoorraden en productie in, terwijl Curaçao diensten en infrastructuur kan leveren.

Cooper waarschuwde dat buitenlandse ondernemingen zich eveneens op de nieuwe markt richten. „Er zijn veel kapers op de kust”, zei hij. Zonder regionale samenwerking dreigt volgens hem een groot deel van de economische opbrengst buiten het Caribisch gebied terecht te komen.

Ook contact gezocht met Guyana

De ambities beperken zich niet tot Suriname. Cooper probeert ook officiële contacten te leggen met de regering van Guyana, waar de olieproductie al verder is ontwikkeld.

Tijdens de conferentie vroeg hij een Guyanese journalist om hem in contact te brengen met ministers in Georgetown. Tot dusver zijn volgens Cooper nog geen formele gesprekken tussen Curaçao en Guyana gevoerd.

Curaçao wil tegelijkertijd van Suriname leren. Cooper zegt contact te hebben met Staatsolie over de contracten die het Surinaamse staatsbedrijf met internationale oliebedrijven afsluit. Die kennis kan mogelijk worden gebruikt als Curaçao verder onderzoek laat doen naar gas en eventueel olie in zijn eigen wateren.

Volgens Cooper zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van gas, maar is aanvullend onderzoek nodig om te bepalen of commerciële winning haalbaar is. Over bewezen winbare voorraden of een concreet winningsproject is nog niets bekend.

Belasting en financiële dienstverlening

Naast de haven en olieopslag probeert Curaçao ook zijn financiële sector te verkopen. Internationale ondernemingen die actief worden in de Surinaamse olie-industrie zouden zich volgens Cooper op Curaçao kunnen vestigen.

Hij wees daarbij op de Curaçaose winstbelasting en afspraken die dubbele belastingheffing tussen Curaçao en Suriname moeten voorkomen. Cooper stelde in het interview dat bedrijven daardoor niet in beide landen over dezelfde inkomsten belasting hoeven af te dragen.

Die mogelijkheid kan Curaçao aantrekkelijk maken als vestigingsplaats, maar kan ook vragen oproepen over hoeveel belastinginkomsten uiteindelijk in Suriname achterblijven. Cooper presenteerde de constructie vooral als een manier om investeringen en regionale samenwerking te bevorderen.

Luchtverbindingen en toerisme

Tijdens de missie sprak Cooper ook met de Surinaamse minister van Transport, Communicatie en Toerisme, Raymond Landveld. Daarbij stonden betere verbindingen tussen beide landen, luchtvaart en toerisme op de agenda.

CINEX meldt niet welke concrete afspraken daarover zijn gemaakt. Er is evenmin bekendgemaakt of wordt gewerkt aan extra vluchten of nieuwe luchtvaartverbindingen.

Wel proberen Curaçaose organisaties de Surinaamse toeristische markt actiever te benaderen. Het Curaçao Tourist Board organiseerde afzonderlijk een bijeenkomst voor 57 Surinaamse reisagenten, touroperators, reisspecialisten en mediavertegenwoordigers. Zij kregen informatie over hotels, attracties en evenementen op Curaçao. Of die bijeenkomst rechtstreeks deel uitmaakte van de economische missie is niet bekendgemaakt.

Of Suriname en Guyana daadwerkelijk voor Curaçao kiezen, moet nog blijken. De concurrentie van andere havens en internationale dienstverleners is groot. Cooper erkent dat haast geboden is: de olie-industrie wacht niet totdat de Caribische landen hun samenwerking hebben georganiseerd.


399 keer gelezen

Deel dit artikel: