Curaçao kan meer aan toeristen verdienen door Willemstad te beschermen, niet door meer te bouwen

WILLEMSTAD – Curaçao kan meer verdienen aan toerisme door het historische karakter van Willemstad beter te beschermen, in plaats van steeds meer vakantieaccommodaties toe te voegen. Dat stelt toerismeconsultant Odile Micheletti in een nieuwe vergelijking van de Curaçaose vakantieverhuurmarkt met 22 andere bestemmingen in het Caribisch gebied, Midden-Amerika, Mexico en de Verenigde Staten.
Volgens Micheletti beschikt Curaçao over een toeristisch voordeel dat geen van de onderzochte concurrenten kan kopiëren: de historische binnenstad van Willemstad, die op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat. De architectuur, koopmanshuizen, pastelkleurige gevels en het Nederlands-Caribische stadsbeeld maken Curaçao volgens haar wezenlijk anders dan andere zon- en strandbestemmingen.
Juist dat onderscheidende vermogen komt volgens de onderzoeker onder druk te staan wanneer historische bebouwing plaatsmaakt voor moderne, generieke nieuwbouw. Curaçao dreigt daarmee steeds meer hetzelfde product aan te bieden als concurrerende bestemmingen: stranden, zon, warm water en nieuwe vakantieaccommodaties.
Tulum en Cancún
Micheletti waarschuwt dat bestemmingen die onvoldoende onderscheidend zijn uiteindelijk vooral op prijs en aantallen toeristen moeten concurreren. Zij verwijst daarbij naar Tulum en Cancún, waar volgens haar authentiek karakter deels plaats heeft gemaakt voor grootschalige, meer uniforme toeristische ontwikkeling.
De waarschuwing komt voort uit een opvallend verschil in de cijfers. Curaçao heeft met 67 procent een hoge bezettingsgraad voor vakantieverhuur en doet daarmee beter dan vrijwel alle onderzochte bestemmingen. Toch bedraagt de gemiddelde prijs per verhuurde nacht ongeveer 164 dollar.
Op Aruba-Noord ligt die gemiddelde dagprijs op ongeveer 278 dollar, op Sint Maarten op 336 dollar en op de Amerikaanse Maagdeneilanden op ongeveer 441 dollar. Curaçao weet zijn sterke vraag volgens Micheletti dus nog onvoldoende om te zetten in hogere prijzen.
Daarom is volgens haar niet automatisch méér aanbod nodig. In haar conclusie stelt Micheletti dat bescherming van Willemstad juist een van de belangrijkste middelen kan zijn om het prijsverschil met concurrerende bestemmingen te verkleinen.
Die redenering staat tegenover een ontwikkeling waarbij het aantal vakantieverblijven op Curaçao snel toeneemt. Het aantal actieve accommodaties groeide volgens de gebruikte AirDNA-cijfers in één jaar met 16,6 procent, terwijl de gemiddelde jaaromzet met 11,6 procent toenam. Het aanbod groeit daarmee sneller dan de opbrengsten.
Micheletti concludeert dat Curaçao voor een keuze staat. Het eiland kan verder groeien met meer vakantieverhuur en meer vergelijkbaar aanbod, of sterker inzetten op datgene wat toeristen alleen op Curaçao kunnen vinden.
Volgens haar ligt juist in dat laatste de mogelijkheid om hogere prijzen te vragen. “Meer aanbod” is in haar analyse niet de belangrijkste oplossing voor Curaçao’s relatief lage opbrengst per verhuurde nacht; het beschermen van het unieke karakter van Willemstad wel.
De analyse is gebaseerd op gegevens van AirDNA die op 19 en 20 augustus zijn verzameld. Het gaat om een momentopname van de markt. De koppeling tussen bescherming van erfgoed en hogere toeristische prijzen is een conclusie van Micheletti zelf en geen rechtstreeks door AirDNA aangetoond causaal verband.





































