Cooper fel over UNESCO-brief erfgoedorganisaties: ‘Ze zitten vast in het verleden’

WILLEMSTAD - Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning Charles Cooper heeft fel gereageerd op de stap van vier Curaçaose erfgoedorganisaties om UNESCO te informeren over mogelijke aantasting van de historische binnenstad van Willemstad. Volgens de minister gaat het om een kleine groep mensen die “vastzit in het verleden” en de ontwikkeling van het land tegenhoudt.
De organisaties NV Stadsherstel Willemstad, Stichting Pro-Monumento, Stichting DoCoMoMo en de Monumentenraad Curaçao stuurden vorige maand een brief naar het UNESCO World Heritage Centre in Parijs. Daarin uiten zij zorgen over nieuwe bouwprojecten in historisch Willemstad die volgens hen te groot zijn voor de omgeving en mogelijk de werelderfgoedstatus in gevaar kunnen brengen.
Cooper reageerde daarop in scherpe bewoordingen op sociale media. Volgens hem zijn het steeds dezelfde mensen die bezwaar maken tegen nieuwe projecten en daarmee de ontwikkeling van Curaçao belemmeren. “Het zijn mensen die vastzitten in de tijd en geen ontwikkeling voor het land willen”, schrijft de minister.
Cooper stelt dat het feit dat Willemstad op de UNESCO-werelderfgoedlijst staat volgens hem geen economische voordelen oplevert. “Kwantificeer voor mij hoeveel geld Curaçao verdient omdat Willemstad op de UNESCO-lijst staat. Mijn antwoord: nihil”, aldus Cooper.
Volgens hem komen toeristen niet naar Curaçao vanwege de UNESCO-status, maar vanwege de historische monumenten zelf, zoals de Handelskade, de Koningin Emmabrug en andere gebouwen in de binnenstad.
Ook uit Cooper kritiek op een van de ondertekenaars van de brief, die volgens hem eerder als consultant betrokken was bij een vergunning voor het Marichi-hotel en nu deel uitmaakt van de Monumentenraad. Daarmee suggereert hij een belangenconflict.
De minister benadrukt dat monumenten beschermd blijven onder de monumentenverordening, maar dat de UNESCO-status volgens hem niet mag verhinderen dat de stad zich verder ontwikkelt. Hij roept critici op om de regering ruimte te geven om Curaçao economisch te laten groeien.




































