
WILLEMSTAD – De Algemene Rekenkamer Curaçao gaat een onderzoek instellen naar het financiële beleid rond het Curaçaohuis. Daarbij wordt het onderzoek verbreed naar alle ministeries en meerdere jaren, zo blijkt uit een brief aan de Staten.
Aanleiding is een motie van het parlement waarin werd gevraagd om onderzoek naar de integriteit, rechtmatigheid en doelmatigheid van het financiële beleid van de gevolmachtigde minister over de periode 2022 tot en met 2025.
De Rekenkamer bevestigt nu dat zij aan dat verzoek gehoor geeft, maar kiest voor een bredere aanpak. Uit gesprekken en analyse van financiële gegevens blijkt dat het Curaçaohuis niet alleen voor de Staten, maar ook voor andere ministeries kosten heeft verwerkt. Daarom worden in het onderzoek de declaraties van alle negen ministeries betrokken, voor zover zij gebruik hebben gemaakt van de diensten van het Curaçaohuis.
Twee hoofdvragen
Het onderzoek wordt opgesplitst in twee hoofdvragen. De eerste richt zich op de gedeclareerde kosten voor dienstreizen en moet uitwijzen of deze juist, volledig en volgens de regels zijn ingediend. De tweede richt zich op het bredere financieel en personeelsbeheer van de gevolmachtigde minister en toetst of daarbij is gehandeld volgens de normen van rechtmatigheid en integriteit.
Voor de beoordeling kijkt de Rekenkamer onder meer naar relevante wetgeving op het gebied van financieel beheer en ambtenarenrecht, maar ook naar integriteitsnormen zoals het voorkomen van belangenverstrengeling, zorgvuldig omgaan met publieke middelen en het vermijden van machtsmisbruik.
De Rekenkamer vraagt de Staten om binnen een week te reageren op de voorgestelde onderzoeksopzet. Als die reactie uitblijft, gaat de instantie ervan uit dat het parlement akkoord is en start het onderzoek.
Met het besluit komt een mogelijk politiek gevoelig onderzoek op gang naar het functioneren van het Curaçaohuis en het gebruik van publieke middelen door de overheid.




































