Bodok wacht bijna twee jaar op antwoord Staten over staat democratie

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding

WILLEMSTAD – Oud-minister Stanley Bodok wacht al bijna twee jaar op een inhoudelijke reactie van de Staten op vragen over de staat van de democratie, het financieel toezicht en de controlerende rol van het parlement. Shaheen Elhage van de PAR vraagt de voorzitter nu met spoed na te gaan waarom de brieven van Stanley Bodok uit 2024 nog altijd niet zijn beantwoord.


Bodok stuurde op 11 november 2024 een uitgebreide brief aan het parlement onder de titel Wat is de daadwerkelijke staat van de democratie van Curaçao? Uit het document blijkt dat de brief destijds bij de Staten is geregistreerd. Hij stelde daarin vier vragen over onder meer het financieel beheer van Curaçao, het toezicht vanuit het Koninkrijk en de verantwoordelijkheid van het parlement.

Een van zijn centrale vragen is waarom Curaçao geen gebruikmaakt van artikel 53 van het Statuut, dat onder voorwaarden toezicht door de Algemene Rekenkamer Nederland mogelijk maakt. Daarnaast vraagt Bodok of het Curaçaose parlement, onafhankelijk van het financieel toezicht vanuit het Koninkrijk, zelf verantwoordelijk is voor het tot stand brengen van een ordentelijk begrotingsproces en financieel beheer.

Financieel beheer

Bodok baseerde zijn vragen onder meer op kritiek van de Algemene Rekenkamer Nederland op het financieel beheer in de Caribische landen. Die stelde in 2024 dat de kwaliteit daarvan onder de maat was en wees op grote achterstanden bij het vaststellen van jaarrekeningen.

Volgens Bodok zijn actuele en betrouwbare jaarrekeningen noodzakelijk om de regering effectief te kunnen controleren. Hij vraagt het parlement daarom ook hoe het zelf zijn verantwoordelijkheid voor goed financieel beheer ziet.

In zijn brief plaatst hij daarnaast vraagtekens bij de invloed van het College financieel toezicht en de Tijdelijke Werkorganisatie op beleidsterreinen die verder gaan dan uitsluitend de overheidsfinanciën. Daarbij noemt hij onder meer economie en gezondheidszorg.

Bodok stelde ten slotte voor om de Algemene Rekenkamer Curaçao onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de resultaten van bijvoorbeeld economisch en gezondheidsbeleid vanuit het perspectief van burgers en bedrijven.

Bodok publiceerde eerder op Curaçao.nu meerdere kritische bijdragen over toezicht, integriteit en het functioneren van de Algemene Rekenkamer, maar zijn vragen uit november 2024 waren rechtstreeks aan het parlement gericht.

Tweede Kamer

Op 27 december 2024 schreef Bodok vervolgens aan de vaste commissie Koninkrijksrelaties van de Tweede Kamer. Een afschrift daarvan werd opnieuw aan het parlement van Curaçao gestuurd. Ook die brief is volgens de ontvangststempel bij de Staten geregistreerd.

Op 17 september van dit jaar heeft Statenlid Shaheen Elhage de kwestie opnieuw bij de voorzitter van het parlement aangekaart. Hij schrijft dat Bodok hem heeft laten weten dat hij geen ontvangstbevestiging en evenmin een inhoudelijke reactie op zijn brief heeft gekregen.

Elhage vraagt de Statenvoorzitter met spoed te controleren of beide brieven correct zijn ontvangen en geregistreerd, Bodok alsnog schriftelijk een ontvangstbevestiging te sturen en ervoor te zorgen dat zijn vragen serieus worden behandeld en binnen een redelijke termijn gemotiveerd worden beantwoord.

Recht op antwoord

Daarbij verwijst het Statenlid naar artikel 7 van de Staatsregeling van Curaçao. Daarin staat dat iedereen schriftelijke verzoeken bij het bevoegde gezag mag indienen en dat het bevoegde gezag deze binnen een redelijke termijn moet beantwoorden.


95 keer gelezen

Deel dit artikel: