
WILLEMSTAD – De juridische strijd tussen zonne-energiebedrijf Otium en de minister van Economische Ontwikkeling draait op het eerste gezicht om een vergunning die al vijf jaar op zich laat wachten. Maar de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie biedt ook een zeldzaam inkijkje in de plannen van de regering voor een ingrijpende hervorming van de elektriciteitsmarkt op Curaçao.
Uit de stukken blijkt dat achter de schermen wordt gewerkt aan nieuw energiebeleid, een herverdeling van productiecapaciteit en mogelijk zelfs een aanbestedingssysteem voor toekomstige stroomproducenten. Tegelijkertijd maakt de zaak duidelijk hoe ingewikkeld de energietransitie op het eiland is, waar de betrouwbaarheid van de elektriciteitsvoorziening en de betaalbaarheid voor consumenten voortdurend tegen elkaar moeten worden afgewogen.
Nieuw energieplan in de maak
Volgens de minister kan pas een beslissing worden genomen over nieuwe productievergunningen nadat duidelijk is hoeveel elektriciteit Curaçao de komende jaren nodig heeft en welke combinatie van energiebronnen daarvoor het meest geschikt is. Daarom is een internationaal adviesbureau, DNV, ingeschakeld om een zogenoemd Integrated Resource Plan op te stellen.
Dat plan moet inzicht geven in de toekomstige elektriciteitsbehoefte, de optimale energiemix en de gevolgen daarvan voor de stabiliteit van het elektriciteitsnet. Op basis daarvan wil de regering vervolgens bepalen hoeveel nieuwe productiecapaciteit kan worden toegelaten.
Schaarste aan productieruimte
Uit de uitspraak blijkt dat de overheid rekening houdt met een situatie waarin meer bedrijven elektriciteit willen produceren dan het net kan verwerken. In dat geval wil de minister beleid ontwikkelen voor de verdeling van beschikbare productiecapaciteit.
Volgens de planning die tijdens de procedure is gepresenteerd, wordt na afronding van het Integrated Resource Plan eerst een beleidskader opgesteld. Daarna volgt de keuze voor een verdelingsmechanisme en pas vervolgens kunnen aanvragen van bedrijven, waaronder die van Otium, worden beoordeeld.
Mogelijk aanbestedingssysteem
De minister schetste tegenover het Hof zelfs dat uiteindelijk een aanbestedingsprocedure kan worden georganiseerd waaraan Otium en andere geïnteresseerde energieproducenten kunnen deelnemen.
Daarmee lijkt Curaçao toe te werken naar een systeem waarin nieuwe productiecapaciteit niet automatisch wordt vergund, maar via een gereguleerd selectieproces wordt verdeeld.
Aqualectra koopt al jaren stroom van derden
De discussie over Otium speelt zich af tegen de achtergrond van een elektriciteitsmarkt waarin Aqualectra al jarenlang elektriciteit inkoopt bij private producenten. Volgens voormalig Aqualectra-directeur Anthon Casperson gebeurt dat nu al bij de drie windmolenparken op Curaçao.
Aqualectra koopt de opgewekte elektriciteit van deze producenten en distribueert die vervolgens via het eigen netwerk aan huishoudens en bedrijven. Volgens Casperson is dat ook de constructie die Otium voor ogen heeft: niet rechtstreeks stroom leveren aan een eigen klantenkring, maar elektriciteit produceren en verkopen aan Aqualectra.
Niet óf, maar onder welke voorwaarden
Volgens Casperson heeft het Hof in de eerdere procedure duidelijk gemaakt dat Otium niet zelfstandig via het distributienet aan eigen afnemers kan leveren, maar dat het bedrijf wel de mogelijkheid moet krijgen om – net als de bestaande windparken – elektriciteit aan Aqualectra te leveren, mits daarvoor de vereiste vergunning wordt verleend.
Daarmee verschuift de discussie volgens hem van de vraag óf een nieuwe producent kan worden toegelaten naar de vraag onder welke voorwaarden dat gebeurt. Juist daarvoor moet de overheid nu nieuw beleid ontwikkelen.
Hof kritisch op afwachtende houding
Het Gemeenschappelijk Hof is kritisch over de manier waarop de minister uitvoering heeft gegeven aan een eerdere uitspraak uit september 2025. Toen kreeg de regering zes maanden de tijd om nieuw beleid te ontwikkelen en opnieuw op de aanvraag van Otium te beslissen.
Maar volgens het Hof zijn die zes maanden niet benut om met betrokken partijen in overleg te treden over de ontwikkeling van het nieuwe beleid. In plaats daarvan heeft de minister vooral gewacht op de resultaten van het onderzoek door DNV. Die passieve opstelling heeft ertoe geleid dat de eerder gestelde termijn niet is gehaald, aldus het Hof.
Aqualectra onder de loep
Een opvallend onderdeel van de uitspraak betreft de positie van Aqualectra. Het Hof gaat ervan uit dat de minister zijn bevoegdheden gebruikt om te voorkomen dat Aqualectra vanaf de datum van de uitspraak nieuwe overeenkomsten sluit met elektriciteitsproducenten die niet beschikken over de wettelijk vereiste productieconcessie. Dat geldt ook voor uitbreidingen van bestaande overeenkomsten.
Volgens het Hof zou dat moeilijk te rijmen zijn met het standpunt van de minister dat eerst duidelijkheid moet bestaan over de benodigde productiecapaciteit, de technische toetsing en het verdelingsbeleid voordat nieuwe producenten kunnen worden toegelaten. Bovendien moeten alle potentiële gegadigden volgens het Hof een eerlijke en transparante kans krijgen om mee te dingen naar beschikbare vergunningen.
Technische en financiële afweging
Volgens Casperson spelen bij de toelating van nieuwe zonne-energieproducenten niet alleen juridische, maar ook technische en economische overwegingen een rol.
Hij wijst erop dat grootschalige zonne-energie volgens hem op dit moment nog duurder is per opgewekte kilowattuur dan windenergie en conventionele thermische opwekking. Daarnaast zou een grotere hoeveelheid zonne-energie op het net extra investeringen kunnen vergen in beveiligingssystemen en batterijopslag om de leveringszekerheid te waarborgen.
Volgens de voormalige Aqualectra-directeur verklaart dat mede waarom de overheid tijd nodig heeft om de gevolgen van verdere openstelling van de elektriciteitsmarkt zorgvuldig in kaart te brengen.
Curaçao loopt regionaal voorop
Tegelijkertijd benadrukt Casperson dat Curaçao al ver is met de energietransitie. Volgens zijn analyse is inmiddels meer dan veertig procent van alle op het eiland verbruikte elektriciteit afkomstig uit duurzame bronnen, waaronder de windparken en de vele zonnepaneleninstallaties.
Daarmee behoort Curaçao volgens hem tot de koplopers in het Caribisch gebied op het gebied van duurzame energie. Met de huidige technologie acht hij een aandeel van ongeveer 60 tot 70 procent duurzame elektriciteitsproductie haalbaar. Om de betrouwbaarheid van de stroomvoorziening te garanderen, blijven volgens hem wel conventionele centrales noodzakelijk.
Opening van de energiemarkt
Tijdens de procedure stelde de minister dat pas door de eerdere uitspraak van het Hof duidelijk was geworden dat de aanvraag van Otium ook als zelfstandige aanvraag voor een productievergunning moest worden behandeld en dat de energiemarkt op Curaçao moet worden opengesteld voor andere producenten. Volgens de minister zijn daarvoor nieuw beleid en een nieuw systeem voor de verdeling van productiecapaciteit noodzakelijk.
Hoewel het Hof begrip toont voor het belang van zorgvuldig energiebeleid, vindt het onaanvaardbaar dat Otium mogelijk tot het voorjaar van 2027 op een beslissing zou moeten wachten. Daarom heeft het de minister opgedragen uiterlijk 1 januari 2027 nieuw beleid te ontwikkelen, dat in samenspraak met onder meer Otium tot stand moet komen, en vervolgens een nieuwe beslissing te nemen op de vergunningaanvraag. Als dat opnieuw niet gebeurt, verbeurt het Land Curaçao een eenmalige dwangsom van één miljoen gulden.




































