Hoge Raad: Hof mocht belastingzaak niet beëindigen vanwege Facebookberichten Silvania

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – Het Gemeenschappelijk Hof had een belastingzaak niet mogen beëindigen omdat Facebookberichten van toenmalig minister van Financiën Javier Silvania volgens het Hof verhinderden dat een oude belastingschuld nog werd geïnd.


De belastingrechter had moeten beoordelen of de aanslag zelf terecht was opgelegd. De vraag of de overheid de schuld vanwege gewekt vertrouwen nog mag invorderen, hoort bij de burgerlijke rechter thuis.

Dat heeft de Hoge Raad vrijdag bepaald. Voor zo’n beoordeling moet ook de Landsontvanger als procespartij worden betrokken. Die beslist immers over het innen van belastingschulden en was geen partij in de procedure over de juistheid van de belastingaanslag.

Schuld stond plotseling op nul

De zaak draait om een naheffingsaanslag winstbelasting over 2013 van bijna één miljoen gulden aan een Curaçaose onderneming. De totale belastingschuld van het bedrijf bedroeg meer dan 1 miljoen gulden.

Terwijl het bedrijf tegen de aanslag procedeerde, plaatste Silvania op 28 en 29 januari 2023 berichten op zijn persoonlijke Facebookpagina. Daarin schreef hij dat oude belastingschulden over 2017 en eerdere jaren werden “gecanceld”, in het Papiaments kanselá.

De minister meldde ook dat de administratie van de Ontvanger werd opgeschoond. Burgers en bedrijven moesten volgens hem een debiteurenoverzicht opvragen om te controleren of de opschoning goed was uitgevoerd.

Het bedrijf volgde dat advies. Op een overzicht van 30 januari stond de aanslag van bijna één miljoen gulden als volledig afgeboekt. Het openstaande bedrag was nul gulden. Op latere overzichten kwam de aanslag helemaal niet meer voor.

Later kwamen er uitzonderingen

Op 3 april 2023 volgde een officieel persbericht waarin het beleid werd verduidelijkt. Oude aanslagen waren niet kwijtgescholden, maar zouden in beginsel niet meer actief worden geïnd. Bovendien golden drie uitzonderingen.

Een daarvan betrof belastingschulden van in totaal één miljoen gulden of meer, wanneer er bij de schuldenaar nog geld of vermogen te halen was. Het bedrijf in deze zaak viel volgens de Belastingdienst onder die uitzondering. De eerder afgeboekte aanslag werd daarom weer voor het oorspronkelijke bedrag in het systeem gezet.

Daarmee ontstond een conflict over de betekenis van de eerdere Facebookberichten. Het bedrijf stelde dat het erop mocht vertrouwen dat de schuld definitief niet meer zou worden ingevorderd.

Hof vertrouwde op woorden minister

Het Gemeenschappelijk Hof gaf het bedrijf in 2023 gelijk. Volgens het Hof waren de mededelingen van de minister duidelijk, zonder voorbehoud gedaan en ook in kranten herhaald.

Daar kwam bij dat de aanslag daadwerkelijk was afgeboekt en uit de debiteurenoverzichten was verdwenen. Het bedrijf mocht daarom volgens het Hof aannemen dat de Ontvanger de schuld niet meer kon en zou innen.

Omdat de aanslag volgens die redenering toch niet meer geïnd kon worden, zag het Hof geen reden meer om te onderzoeken of de aanslag inhoudelijk juist was. Het hoger beroep van het bedrijf werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Afboeking is geen definitieve belofte

Volgens de Hoge Raad ging het Hof daarmee te ver. Dat een aanslag tijdelijk uit de administratie is afgeboekt, is niet automatisch een uitdrukkelijke en ondubbelzinnige verklaring dat de schuld nooit meer zal worden geïnd.

Ook had de Ontvanger niet duidelijk verklaard dat hij het beroep van het bedrijf op de Facebookberichten accepteerde en definitief van invordering zou afzien.

De belastingrechter had zich daarom moeten beperken tot de vraag of de aanslag terecht was opgelegd. Een conflict over de vraag of de Ontvanger de aanslag nog mag innen, moet afzonderlijk aan de burgerlijke rechter worden voorgelegd.

Geen oordeel over betrouwbaarheid Facebookbericht

De Hoge Raad heeft nadrukkelijk niet bepaald dat burgers of bedrijven nooit op Facebookberichten van een minister mogen vertrouwen. De hoogste rechter heeft die inhoudelijke vraag juist niet beantwoord.

Het arrest gaat vooral over de taakverdeling tussen rechters. De belastingrechter beslist over de geldigheid en hoogte van een aanslag. De burgerlijke rechter beoordeelt of de overheid die aanslag vervolgens nog mag invorderen, bijvoorbeeld wanneer een belastingplichtige zegt dat de overheid heeft beloofd dat dit niet zou gebeuren.

De uitspraak is gedaan in het belang van de wet. Dat betekent dat de beslissing van het Hof als juridisch uitgangspunt is vernietigd, maar dat de onderneming in deze concrete zaak haar al verkregen rechten niet verliest.


130 keer gelezen

Deel dit artikel: