Wettelijke basis doktersverklaring voor rijbewijsvernieuwing onvindbaar

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – De Curaçaose overheid verlangt bij iedere vijfjaarlijkse vernieuwing van een rijbewijs een doktersverklaring, maar in de gepubliceerde regelgeving is geen wettelijke grondslag voor die algemene verplichting te vinden. De oude verkeersverordening schreef de verklaring wel voor, maar die regeling verviel bij de invoering van de Wegenverkeersverordening Curaçao 2000.


De kwestie is aangekaart door Edwin ‘Makambi’ Flemeling in een opiniebijdrage over de kosten en het nut van de doktersverklaring. Hij wijst er onder meer op dat op het gebruikte formulier naar artikel 93, onderdeel c, van de Wegenverkeersverordening wordt verwezen.

Dat artikel kan de verplichting echter niet dragen. In de huidige Wegenverkeersverordening Curaçao 2000 gaat artikel 93 over de technische eisen aan fietsen. Onderdeel c bepaalt dat een fiets een bel moet hebben.

Ook in de oude Wegenverkeersverordening uit 1957 ging artikel 93 niet over medische geschiktheid, maar over pasfoto’s en persoonsgegevens bij de aanvraag van een rijbewijs. De juiste verwijzing was destijds artikel 89, onderdeel c.

Oude verplichting vervallen

Onder de verordening van 1957 moest een aanvrager een verklaring overleggen waaruit bleek dat hij lichamelijk en geestelijk geschikt was om een voertuig te besturen. Artikel 104 bepaalde dat die verklaring ook bij verdere afgifte van een rijbewijs opnieuw moest worden ingeleverd.

Die verplichting stond rechtstreeks in de oude verkeersverordening. De verordening verviel toen in 2002 de Wegenverkeersverordening Curaçao 2000 in werking trad.

In de nieuwe regeling staat wel dat de lichamelijke en geestelijke geschiktheid van een bestuurder kan worden onderzocht. Ook kan de geldigheidsduur van een rijbewijs worden beperkt wanneer iemand naar verwachting niet de volledige periode rijgeschikt blijft. Maar een algemene verplichting om iedere bestuurder bij iedere verlenging medisch te laten beoordelen, staat er niet in.

Geen uitvoeringsbesluit gevonden

Artikel 107 van de huidige verordening biedt de mogelijkheid om bij landsbesluit nadere voorschriften vast te stellen over de aanvraag en afgifte van rijbewijzen.

Maar in het officiële register van Wetgeving en Juridische Zaken is geen uitvoeringsbesluit aangetroffen waarin de doktersverklaring voor alle reguliere rijbewijsverlengingen opnieuw verplicht wordt gesteld.

Het overgangsartikel van de nieuwe verkeersverordening biedt evenmin een duidelijke oplossing. Artikel 131 bepaalt dat oude uitvoeringsbesluiten uit 1957 blijven gelden totdat ze worden vervangen. Die bepaling laat alleen uitvoeringsbesluiten voortbestaan, niet de ingetrokken artikelen uit de oude verordening zelf.

De medische verplichting stond nu juist in die vervallen verordening en niet in een afzonderlijk uitvoeringsbesluit.

Alleen bijzondere groepen

De meest recente regeling waarin een medische verklaring wordt genoemd, is de Regeling rijproef uit 2023. Die verplichting geldt uitsluitend voor enkele bijzondere groepen.

Het gaat onder meer om bestuurders van 80 jaar en ouder, mensen van wie het rijbewijs langer dan twaalf maanden is verlopen, bepaalde houders van een buitenlands rijbewijs en personen bij wie twijfel bestaat over hun lichamelijke of geestelijke geschiktheid.

De regeling bepaalt niet dat ook iemand met een geldig Curaçaos rijbewijs bij een normale, tijdige verlenging een doktersverklaring moet overleggen.

Toch vermeldt het digitale loket van de overheid dat iedereen bij de vernieuwing een doktersverklaring van maximaal twee maanden oud moet meenemen. Een nieuw rijbewijs kost 95 gulden. De kosten van de medische verklaring komen daar bovenop.

Webpagina is geen wettelijke grondslag

De minister kan op grond van artikel 105 aanvullende eisen stellen aan de afgifte van rijbewijzen. Zulke eisen moeten volgens datzelfde artikel wel in het Publicatieblad worden bekendgemaakt.

Een vermelding op het digitale loket is daarvoor niet voldoende. Een overheidswebsite kan uitleg geven over een bestaande regel, maar kan zelf geen verplichting voor burgers invoeren.

De voorlopige conclusie is daarom dat de overheid een oude uitvoeringspraktijk heeft voortgezet, terwijl de rechtstreekse wettelijke basis daarvan bij de invoering van de nieuwe verkeersverordening is verdwenen.

Het is nog mogelijk dat er een oud of niet goed geïndexeerd besluit bestaat dat de verplichting alsnog draagt. De overheid zal dan moeten aangeven om welk besluit het gaat, wanneer het is gepubliceerd en op welk artikel het is gebaseerd. Zolang dat niet gebeurt, blijft onduidelijk waarom iedere automobilist bij de vijfjaarlijkse vernieuwing voor een doktersverklaring moet betalen.


135 keer gelezen

Deel dit artikel: