Ombudsman: Curaçaose overheid negeert structureel uitspraken ambtenarenrechter

WILLEMSTAD – De Curaçaose overheid voert definitieve uitspraken van de ambtenarenrechter geregeld te laat, onvolledig of helemaal niet uit. Volgens de Ombudsman gaat het om een structureel probleem dat gedupeerde ambtenaren financieel en psychisch raakt en bovendien het gezag van de rechter en de rechtsstaat ondermijnt.
Dat blijkt uit een onderzoek van de Ombudsman naar de manier waarop de overheid omgaat met rechterlijke uitspraken in ambtenarenzaken. Aanleiding waren terugkerende klachten van ambtenaren die weliswaar door de rechter in het gelijk waren gesteld, maar daarna soms jarenlang op uitvoering van het vonnis moesten wachten.
Tussen april 2020 en maart 2025 werden bijna 1.600 ambtenarenzaken aangespannen. In 154 zaken klaagden ambtenaren over het uitblijven van een besluit of reactie van de overheid. Vijftien daarvan gingen specifiek over het niet uitvoeren van een eerdere rechterlijke uitspraak.
Daarnaast trof de Ombudsman zestien gepubliceerde civiele procedures aan waarin ambtenaren via een nieuwe rechtszaak probeerden naleving af te dwingen. Het werkelijke aantal kan volgens het rapport hoger liggen, omdat niet alle procedures worden gepubliceerd.
Geen centrale controle
De Ombudsman stelt vast dat binnen de overheid geen centraal systeem bestaat om rechterlijke uitspraken, uitvoeringstermijnen en verantwoordelijke diensten te volgen. Nadat juristen een advies over de uitvoering naar een ministerie hebben gestuurd, controleert niemand centraal of de uitspraak daadwerkelijk wordt nageleefd.
Ook de juridische capaciteit is volgens het rapport beperkt. Voor alle ministeries samen zijn slechts twee vaste procesjuristen beschikbaar die zich met ambtenarenzaken bezighouden. Daardoor bestaat het risico dat uitspraken blijven liggen, verantwoordelijkheden worden doorgeschoven en betaling of rechtsherstel onnodig lang op zich laat wachten.
De Ombudsman spreekt van een structurele bestuurlijke tekortkoming. Een overheid kan het volgens hem niet bij een rechterlijke procedure laten en vervolgens nalaten de definitieve uitspraak uit te voeren.
Financiële en psychische gevolgen
Voor het onderzoek vulden achttien huidige en voormalige ambtenaren een vragenlijst in. In 62,5 procent van de door hen gemelde gevallen was de uitspraak nog niet uitgevoerd. Bij bijna twee derde van de respondenten die met vertraging te maken hadden, duurde die langer dan een jaar.
Bijna driekwart meldde direct financieel nadeel. Het ging onder meer om achterstallig loon, uitblijvende bevorderingen of niet-betaalde toelagen. Bijna de helft ondervond daarnaast psychische of emotionele belasting. In 80 procent van de gevallen verstrekte de overheid geen informatie over de voortgang van de uitvoering.
De Ombudsman benadrukt dat deze percentages afkomstig zijn van een kleine groep respondenten. Ze zijn daarom niet zonder meer representatief voor alle ambtenarenzaken, maar illustreren volgens het rapport wel de gevolgen die het uitblijven van uitvoering kan hebben.
Minister werkte niet mee
Opvallend is dat de minister van Bestuur, Planning en Dienstverlening niet inhoudelijk meewerkte aan het onderzoek. Een eerste informatieverzoek, drie herinneringen en telefonisch contact leverden geen antwoord op.
Ook nadat de minister om uitstel had gevraagd en dat had gekregen, kwam geen inhoudelijke reactie op de voorlopige bevindingen. Volgens de Ombudsman is dat in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur en wordt daarmee de uitvoering van zijn constitutionele toezichtstaak belemmerd.
Zes maanden voor verbeteringen
De Ombudsman geeft de minister zes maanden om verbetermaatregelen te nemen. Zo moet er een centraal systeem komen waarmee uitspraken en uitvoeringstermijnen worden gevolgd. Ook moeten de verantwoordelijkheden binnen de ministeries duidelijker worden vastgelegd en is meer juridische capaciteit nodig.
Verder adviseert de Ombudsman om periodiek aan de Staten te rapporteren over het aantal openstaande rechterlijke uitspraken en de voortgang van de uitvoering. Ook moet worden onderzocht of de ambtenarenrechter meer mogelijkheden kan krijgen om naleving af te dwingen, bijvoorbeeld met een dwangsom.
Volgens de Ombudsman mag van de overheid worden verwacht dat zij rechterlijke uitspraken loyaal en zonder onnodige vertraging uitvoert. Wanneer de overheid dat structureel nalaat, wordt rechtsbescherming voor ambtenaren in de praktijk betekenisloos.





































