Centrale Bank waarschuwt voor democratische legitimiteit na jarenlange benoemingsimpasse

WILLEMSTAD – De Centrale Bank van Curaçao en Sint-Maarten (CBCS) waarschuwt dat de jarenlange inzet van tijdelijk benoemde toezichthouders vragen oproept over de democratische legitimiteit van het bestuur. Dat meldt het jaarverslag 2025.
Eind dat jaar 2025 was geen enkel lid van de Raad van Commissarissen definitief benoemd. Achter de slepende benoemingsprocedure gaat een politieke strijd tussen Curaçao en Sint-Maarten schuil over de verdeling van de bestuursfuncties.
De Raad van Commissarissen van de CBCS hoort uit zeven leden te bestaan. Eind vorig jaar telde de raad slechts vijf leden. Alle vijf waren tijdelijk benoemd door de president van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Ook Julian Lopez Ramirez, die als waarnemend voorzitter optreedt, heeft geen definitieve benoeming. De officiële voorzittersfunctie is daardoor nog altijd vacant.
Het Bankstatuut maakt tijdelijke benoemingen door de president van het Hof mogelijk wanneer Curaçao en Sint Maarten er niet in slagen de vacatures zelf tijdig te vervullen. Daarmee wordt voorkomen dat het toezicht op de Centrale Bank stilvalt.
Maar de CBCS maakt in haar jaarverslag duidelijk dat een noodvoorziening inmiddels een langdurige bestuurssituatie is geworden. Volgens de Raad van Commissarissen kunnen de aanhoudende tijdelijke benoemingen vragen oproepen over de democratische legitimiteit.
Screenings afgerond
De vertraging kan niet langer uitsluitend worden verklaard door de screening van de kandidaten. Volgens de CBCS zijn de onderzoeken afgerond en zijn de vereiste verklaringen van geen bezwaar afgegeven. Toch zijn de benoemingen nog niet volledig geformaliseerd.
Het jaarverslag maakt niet duidelijk bij welk land of bij welke stap de procedure precies blijft steken. Definitieve benoemingen vereisen samenwerking tussen beide regeringen. Eén land kan de benoeming van een commissaris of voorzitter niet zelfstandig afronden.
Dat gezamenlijke besluitvormingsmodel heeft de afgelopen jaren herhaaldelijk tot vertraging geleid. Al in september 2025 ontstond op Sint-Maarten ophef nadat berichten verschenen dat advocaat Jairo Bloem tot voorzitter zou zijn benoemd.
De Sint-Maartense minister van Financiën Marinka Gumbs ontkende toen dat van een definitieve benoeming sprake was. Volgens haar ging het alleen om een voorwaardelijke voordracht. De voorzitter kan pas worden benoemd nadat beide landen instemmen en de wettelijke procedure is voltooid. De CBCS distantieerde zich destijds eveneens van de vermeende benoeming.
Openlijke ruzie
Het conflict escaleerde in februari en maart van dit jaar. Sint-Maarten stelde dat het voorzitterschap volgens een eerdere afspraak aan dat land moest toevallen. Curaçao betwistte dat zo’n afspraak bestond en vond dat Curaçao de voorzitter mocht leveren.
De Curaçaose regering wees er daarbij op dat het land ongeveer 80 procent van het economische belang in de CBCS vertegenwoordigt. Sint-Maarten heeft volgens Curaçao al het recht de helft van de gewone commissarissen voor te dragen. Een Sint-Maartense voorzitter zou volgens Willemstad daarom leiden tot een onevenwichtige verdeling van de macht.
Sint-Maarten klaagt juist al langer dat het onvoldoende vertegenwoordigd is binnen de Centrale Bank. De discussie gaat daardoor niet alleen over één kandidaat, maar ook over de machtsverhouding binnen de gezamenlijke monetaire unie.
De Curaçaose regering noemde de ontstane situatie in maart “onhoudbaar”. Volgens het kabinet hebben de politieke impasses er sinds 2010 herhaaldelijk toe geleid dat commissarissen niet door de regeringen, maar tijdelijk door de president van het Hof moesten worden benoemd.
Top bracht nog geen voorzitter
Tijdens een bilaterale top in juni bereikten de regeringen overeenstemming over algemene uitgangspunten voor verbetering van de governance van de CBCS. Een oplossing voor het voorzitterschap kwam er echter niet.
De ministers van Financiën Charles Cooper van Curaçao en Marinka Gumbs van Sint Maarten vroegen hoogleraar Jaap Winter verschillende modellen voor het voorzitterschap uit te werken. Daarmee werd het conflict voorlopig naar een onafhankelijk adviseur doorgeschoven.
Tijdens dezelfde top droeg de Raad van Commissarissen wel kandidaten voor voor het presidentschap van de CBCS en voor twee andere directiefuncties. Die voordrachten moeten door beide ministers gezamenlijk worden beoordeeld voordat formele benoemingen mogelijk zijn.
De top heeft daarmee de communicatie tussen beide landen verbeterd, maar de onderliggende verdelingskwestie niet opgelost.
Ook directie onvolledig
De bestuurlijke kwetsbaarheid beperkt zich niet tot de Raad van Commissarissen. Ook de directie van de CBCS was eind 2025 onvolledig.
De directie hoort uit drie leden te bestaan. Na het vertrek van financieel-economisch directeur José Jardim in juni 2025 bleef die functie vacant. Alleen president Richard Doornbosch en directeur-secretaris Leila Matroos-Lasten bleven over.
Door de vacature moest ook de vervangingsregeling worden aangepast. Normaal vervangt de financieel-economisch directeur de president. Die taak ligt nu tijdelijk bij de directeur-secretaris.
De druk op de benoemingsprocedure neemt verder toe doordat Doornbosch per 1 september 2026 vertrekt. De landen moeten daardoor vrijwel gelijktijdig een nieuwe president en andere directieleden benoemen en een oplossing vinden voor de onvolledige en tijdelijk benoemde toezichtsraad.
Ministers eenmaal bijeen
Ook de formele betrokkenheid van de twee ministers van Financiën was in 2025 beperkt. Zij zijn als zogenoemde vermogensgerechtigden verantwoordelijk voor de institutionele verantwoording van de Centrale Bank.
Van de twee geplande vergaderingen ging alleen de bijeenkomst in december door. De vergadering van juni werd geannuleerd. De jaarrekening over 2024 en de decharge over 2023 en 2024 werden vervolgens buiten een formele vergadering goedgekeurd.
Dat is niet in strijd met de minimumeis van één vergadering per jaar, maar het is bestuurlijk mager voor een instelling waarvan zowel de directie als het toezichthoudende orgaan onvolledig is. De Raad van Commissarissen pleit daarom zelf voor vaker overleg met beide ministers.
De CBCS is door de tijdelijke benoemingen niet stuurloos. De noodprocedure waarborgt dat toezicht mogelijk blijft en de Bank benadrukt dat het conflict geen gevolgen heeft voor de stabiliteit van de Caribische gulden of het financiële stelsel.
Maar het jaarverslag maakt duidelijk dat de noodconstructie het onderliggende probleem niet langer kan verhullen: Curaçao en Sint-Maarten slagen er al jaren niet in de belangrijkste bestuursorganen van hun gezamenlijke Centrale Bank tijdig, volledig en definitief te benoemen.
-
Download hier het jaarverslag 2025





































