Minder wetsvoorstellen naar Raad van Advies, maar kwaliteitsproblemen blijven

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – De Raad van Advies kreeg in 2025 aanzienlijk minder nieuwe adviesverzoeken over wet- en regelgeving binnen dan een jaar eerder. Toch nam het aantal voorstellen waartegen de Raad zware bezwaren had niet af. Dat blijkt uit een vergelijking van de jaarverslagen over 2024 en 2025.


In 2024 ontving de Raad 39 nieuwe adviesverzoeken. Een jaar later waren dat er nog 24, een daling van bijna 40 procent. Ook het aantal afgehandelde verzoeken daalde, van 32 naar 26.

Het aantal ontwerpregelingen dat de Raad in behandeling had, nam eveneens af. In 2024 waren dat er 37, tegenover 28 in 2025.

Maar die lagere productie leidde niet tot een aantoonbare afname van het aantal voorstellen met forse juridische of wetstechnische problemen. In beide jaren gaf de Raad zes keer een zogenoemd derde dictum.

Vervolging politici: noodzaak van nieuwe wet niet aangetoond

Een initiatiefwet moest extra waarborgen invoeren voor de strafrechtelijke vervolging van ministers en Statenleden. De procureur-generaal zou daarvoor eerst toestemming van het Gemeenschappelijk Hof moeten krijgen.

Maar volgens de Raad van Advies was onvoldoende duidelijk welk probleem de wet eigenlijk moest oplossen. Er waren geen gevallen of onderzoeksgegevens aangevoerd waaruit bleek dat het Openbaar Ministerie politieke gezagsdragers lichtvaardig of om politieke redenen vervolgt. Ook was niet goed aangesloten op het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Daarnaast was onduidelijk welke rechtsmiddelen een verdachte of het OM tegen beslissingen van het Hof zou hebben.

Een derde dictum betekent dat de Raad bezwaren heeft tegen één of meer onderdelen van een ontwerp en adviseert om het voorstel niet verder te behandelen voordat het ingrijpend is aangepast. Ontwerpen met zo’n oordeel moeten opnieuw in de Raad van Ministers worden besproken.

In 2024 gaf de Raad daarnaast één keer het vierde en zwaarste dictum. Daarbij zijn de bezwaren volgens de Raad zo fundamenteel dat ze niet door aanpassing van het voorstel kunnen worden opgelost. De Raad adviseert dan om het ontwerp helemaal niet bij de Staten in te dienen. In 2025 werd dit zwaarste oordeel niet gegeven.

Opvallend is daarmee dat de Raad in 2025 aanzienlijk minder regelgeving kreeg voorgelegd, terwijl het absolute aantal ontwerpen waarvoor ingrijpende aanpassing nodig werd geacht gelijk bleef.

Tabakswet: verbieden zonder goed geregelde handhaving

Met een initiatiefwet wilden Statenleden de tabakswet aanscherpen, onder meer voor elektronische sigaretten en verkoop aan minderjarigen.

De Raad onderschreef het gezondheidsbelang, maar vond belangrijke onderdelen onvoldoende uitgewerkt. Zo was niet duidelijk hoe verschillende verboden daadwerkelijk moesten worden gehandhaafd en welke sancties tegen minderjarigen mogelijk waren. Ook was onvoldoende onderzocht of de bestaande tabakswet überhaupt goed werd gehandhaafd.

Een voorgestelde verplichting voor eigenaren of gebruikers van locaties met tabaksautomaten ging volgens de Raad bovendien mogelijk te ver: daarmee zou een deel van de handhaving bij burgers worden gelegd. Dat kon botsen met grondrechten en beginselen van de democratische rechtsstaat. Ook waren de financiële gevolgen nauwelijks becijferd.


Problemen met kwaliteit

De Raad wijst in zijn jaarverslag opnieuw op problemen met de kwaliteit van vooral initiatiefvoorstellen van Statenleden. De beoordeling daarvan kost volgens het adviesorgaan relatief veel tijd. Regelmatig blijken adviezen van de Raad niet of niet op de juiste manier in aangepaste wetsvoorstellen te zijn verwerkt.

De Raad pleit daarom voor duidelijkere richtlijnen voor initiatiefwetgeving. Voor wetsvoorstellen van de regering bestaat sinds eind 2024 al een zogenoemd Draaiboek voor de regelgeving, waarin procedures voor de voorbereiding en behandeling van wetgeving zijn vastgelegd.

Spoedverzoeken

Ook het grote aandeel spoedverzoeken blijft een aandachtspunt. In 2024 werd 31 procent van de adviesverzoeken met spoed ingediend. In 2025 was dat vrijwel hetzelfde: 30,4 procent. De Raad waarschuwt al meerdere jaren dat spoedbehandeling druk legt op de mogelijkheid om wetgeving zorgvuldig te beoordelen.


97 keer gelezen

Deel dit artikel: