Wat Frank Martinus Arion over 30 mei schreef maar nooit liet publiceren

WILLEMSTAD – Frank Martinus Arion schreef dertig jaar na de opstand van 30 mei 1969 een opmerkelijk kritisch artikel over de politieke erfenis van de revolte, maar trok het vóór publicatie terug. Dat blijkt uit de nieuwe biografie Uit baldadig hout ben ik gesneden. Het leven van Frank Martinus Arion van Mineke de Vries. Zij vond het nooit gepubliceerde artikel terug in het persoonlijke archief van de Curaçaose schrijver.
Het stuk was bedoeld voor Dromen en littekens, een van de twee boeken die historicus Gert Oostindie in 1999 samenstelde ter gelegenheid van dertig jaar 30 mei. Arion had een bijdrage geschreven met een persoonlijk verslag van die dag, een beschouwing over de gevolgen van de opstand en een conclusie. Toch besloot hij dat artikel niet te laten publiceren.
Juist die conclusie is opvallend. Volgens De Vries schreef Arion dat zwarte politici na de opstand een anarchistische samenleving hadden gecreëerd waarin zij wat ze zelf tot stand brachten ook weer afbraken. De titel van een versie van het stuk, Curaçao is een door en door materialistische samenleving, veranderde hij later in We slikken en slikken maar. Daarbij beschreef hij hoe opgekropte agressie en frustratie volgens hem uiteindelijk een punt bereikten waarop ze tot uitbarsting kwamen.
Dubbele gevoelens
Dat harde oordeel staat naast een veel positievere waardering van de historische betekenis van 30 mei. In een e-mail aan Oostindie over het terugtrekken van zijn bijdrage schreef Arion dat de opstand een einde had gemaakt aan een racistische en neerbuigende samenleving waarin zwarte Curaçaoënaars werden behandeld alsof zij dom waren en moesten worden opgevoed.
Arion erkende dat hij zelf met dubbele gevoelens naar de gebeurtenissen keek. Maar de essentie van 30 mei was voor hem uiteindelijk, zo schreef hij aan Oostindie, dat ‘de neger mooi werd door die brand’. Daarmee doelde hij op de omslag in zelfbewustzijn die volgens hem door de opstand was ontstaan.
Vraagtekens in eigen verslag
De doorhalingen en vraagtekens in het teruggetrokken manuscript zijn opvallend omdat Arion eerder veel stelliger over zijn eigen aanwezigheid tussen de brandstichters had gesproken. Hij vertelde een journalist dat hij twee mannen doelgericht winkels en pakhuizen in brand zag steken en een tijd achter hen aanliep. Dertig jaar later schreef hij opnieuw dat hij hen als vastberaden brandstichters had gezien.
Ook vertelde Arion dat hij erbij stond toen het bisschoppelijk paleis in brand vloog, terwijl dat volgens De Vries gezien het verloop van die dag onwaarschijnlijk is. In zijn latere romans gaf hij opnieuw verschillende versies van 30 mei; in één daarvan suggereerde hij dat hij aan de brand had meegeholpen.
De Vries trekt daaruit overigens niet de conclusie dat Arion daadwerkelijk brand heeft gesticht. Het gaat haar juist om de tegenstrijdigheid tussen zijn verschillende herinneringen en literaire versies van die dag.
Wat wel vaststaat, is dat Arion die ochtend onderzoek deed in het bisschoppelijk paleis in Willemstad voor zijn bibliografie van het Papiaments. Terwijl de situatie in de stad escaleerde, waarschuwde de bisschop hem dat hij het gebouw moest verlaten. Arion pakte samen met een pater zoveel mogelijk boeken in een kist, bracht die naar een kerk verderop en hielp vervolgens zusters uit het naastgelegen St. Martinusgesticht weg te komen.
Ook toestemming voor interviewtekst ingetrokken
Het artikel voor Dromen en littekens was niet de enige bijdrage over 30 mei die Arion in 1999 tegenhield. Voor het andere herdenkingsboek, Curaçao. 30 mei 1969, werd hij geïnterviewd door historicus Gert Oostindie.
Oostindie nam het gesprek op en werkte het vervolgens uit tot een monoloog, zonder inhoud aan Arions woorden toe te voegen. Nadat Arion die tekst had gelezen, gaf hij geen toestemming voor publicatie. Oostindie zegt daarover dat Arion tijdens het gesprek in een gemoedelijke en vertrouwelijke sfeer kritische observaties had gedeeld, maar bij het teruglezen daarvan „koudwatervrees” kreeg.
Uit de correspondentie die biograaf Mineke de Vries in Arions archief aantrof, blijkt dat daarnaast verschillende bezwaren rond de uitgave speelden. Arion had onder meer moeite met de verhalende opzet van het boek, was verrast over de deelname van andere auteurs en maakte bezwaar tegen de aanwezigheid van schrijver Anil Ramdas. Ook was er discussie over een vergoeding. Uiteindelijk gaf Arion toestemming om in plaats van de interviewtekst een al eerder gepubliceerd fragment over 30 mei uit zijn roman De laatste vrijheid op te nemen.
Begin van een politieke ontwikkeling
De vondst van het tweede, geheel ongepubliceerde artikel voegt daar nu iets wezenlijks aan toe. Arions opvatting over 30 mei blijkt ingewikkelder dan zijn bekende verdediging van de emancipatoire betekenis van de opstand alleen. Voor hem was 30 mei zowel het moment waarop de raciale verhoudingen op Curaçao fundamenteel veranderden, als het begin van een politieke ontwikkeling waarop hij dertig jaar later bijzonder scherp kon terugkijken.
Dat spanningsveld past volgens De Vries bij een terugkerend patroon in het leven van Arion: tegenover stellige publieke uitspraken stonden in zijn persoonlijke documenten geregeld twijfel, tegenstrijdigheid en heroverweging. Het teruggetrokken artikel over de belangrijkste politieke omwenteling uit de moderne Curaçaose geschiedenis is daarvan een van de duidelijkste voorbeelden.
De biografie Uit baldadig hout ben ik gesneden. Het leven van Frank Martinus Arion van Mineke de Vries verschijnt bij Uitgeverij G.A. Van Oorschot in Amsterdam en is vanaf 18 september in Nederland verkrijgbaar. Half oktober volgt Curaçao.
Wie is Mineke de Vries?
Mineke de Vries is neerlandicus, journalist en schrijver. Ze studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit Utrecht en richtte zich in haar journalistieke werk jarenlang op Curaçao en de verhouding tussen het Caribisch deel van het Koninkrijk en Nederland. Ze werkte onder meer voor het Antilliaans Dagblad en Amigoe en woonde en werkte verschillende perioden op Curaçao.
Eerder publiceerde De Vries Over Curaçao gesproken (2012) en Met de zon in de rug (2014), met verhalen over Curaçao en Caribische Nederlanders. In 2020 verscheen Als vrede je missie is, over militairen die met psychische problemen terugkeerden van uitzending.
Voor haar biografie van Frank Martinus Arion kreeg De Vries op verzoek van weduwe Trudy toegang tot diens persoonlijke archief. Ze inventariseerde dat archief en sprak voor haar onderzoek ruim honderd mensen. Tot het bronnenmateriaal behoren brieven, dagboeken, ongepubliceerde manuscripten en psychologische geschriften van Arion.




































