Schaduwkinderen van Curaçao: Ik geloof in jou. Geef niet op (3)

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – Ze zijn op Curaçao geboren, gaan er naar school, spreken Papiamentu en kennen vaak geen ander thuis. Toch groeien kinderen van ongedocumenteerde ouders op met de onzekerheid of ze op het eiland mogen blijven. Soms hangt hun verblijfsrecht zelfs af van een leraar, pleegouder of andere buitenstaander die bereid is persoonlijk voor hen garant te staan. Fotograaf Berber van Beek volgde voor haar project Schaduwkinderen van Curaçao de verhalen achter deze nauwelijks zichtbare groep jongeren. Vandaag deel 3.


Publieke Zaken, beter bekend als Kranshi, schat dat ongeveer drie op de tien baby’s die jaarlijks op Curaçao worden geboren één of twee ongedocumenteerde ouders hebben. Een officieel cijfer bestaat niet. Het project van Van Beek laat zien wat die juridische onzekerheid in het dagelijks leven van kinderen en jongeren kan betekenen.

door | Berber van Beek

Leraren weten meestal niet of kinderen wel of geen papieren hebben.

Een lerares vertelde het voorzichtig, alsof de erkenning haarzelf ongemakkelijk maakte: “Eigenlijk weten we het nooit zeker of een kind ongedocumenteerd is. Soms komen we er per ongeluk achter, doordat het ineens minder goed gaat op school.”

Er is zelden een dossier of een gesprek dat eraan voorafgaat. Meestal begint het met cijfers die zakken, een leerling die instort en dan huilend het hele verhaal vertelt.

Tegen die tijd kennen de medewerkers van de middelbare school deze kinderen al jaren. Ze zien ze opgroeien, worstelen en doorzetten.

Amara

Zo ook bij Amara. Haar vader had een werk- en verblijfsvergunning, hij moest ieder jaar opnieuw bewijzen dat hij genoeg verdiende om garant voor haar te kunnen blijven staan. Zeven jaar aaneengesloten had hij dat volgehouden. Toen hij zijn baan verloor, kon hij het niet meer voor haar doen. En daarmee viel de grond onder haar voeten vandaan. Nu had ook zij geen verblijfsvergunning meer. Geen verblijfsvergunning betekent veel stress, onrust en de kans gedeporteerd te worden en dat is geen goede basis om te leren en te werken aan je toekomst.

Wat er toen gebeurde, is niet de taak van een medewerker op school. Een lerares die op haar school werkte, die haar al jaren kende, besloot zelf garant te staan. Onder haar eigen naam. Met het eigen inkomen als onderpand: een verantwoordelijkheid die niet eenmalig is, maar jaar na jaar terugkeert. Zodat dit meisje haar verblijfsvergunning kan behouden.

Garant staan voor een leerling maakt geen deel uit van een lesbevoegdheid, laat staan van de taak van één individuele medewerker binnen een school. Toch gebeurt het. Mensen doen het omdat ze in het kind geloven en haar een kans willen geven. Ze is immers hier geboren.

Een paar jaar later kreeg Amara haar permanente verblijfsvergunning. Puur geluk, dat er iemand bereid was dat risico te nemen: doordat de lerares jarenlang garant stond, had Amara een tijdelijke verblijfsvergunning, en nu eindelijk een permanente. Naar Nederland kon ze niet. Naar de UNA wel, dankzij die verblijfsvergunning. Naast haar studie werkt ze in een supermarkt, een toekomst die er zonder die ene handtekening niet was geweest.

Tot haar verbazing had die eerste toezegging een golf in gang gezet, het ene kind na het andere klopte aan. “Juf, ik heb gehoord dat u me kan helpen.” Ze moest nee zeggen, ze kon niet anders, en toch bleef de vraag hangen. “Hoe kan hier een oplossing voor komen?” Als individu kon ze een systeemprobleem niet dragen.


Deze publicatie kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.


350 keer gelezen

Deel dit artikel: