Nederland stelt einddatum aan hulp voor slachtoffers toeslagenaffaire op Caribische eilanden

· - leestijd 3 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – Slachtoffers van de Nederlandse toeslagenaffaire op Curaçao, Aruba, Sint Maarten en de BES-eilanden krijgen volgens een nieuw wetsvoorstel nog tot 1 september 2027 de tijd om zich aan te melden voor aanvullende hulp. Daarna vervalt die mogelijkheid in beginsel. Het kabinet wil bovendien strengere termijnen invoeren voor financiële ondersteuning en begeleiding. De Nederlandse Orde van Advocaten waarschuwt dat vooral jonge gedupeerden hierdoor tussen wal en schip kunnen vallen.


De voorgestelde wijzigingen staan in de Wet introductie data en termijnen brede ondersteuning hersteloperatie toeslagen. Daarmee wil het kabinet de hulpverlening aan slachtoffers van de toeslagenaffaire geleidelijk afronden.

De regeling biedt gedupeerde ouders, hun gezinnen, voormalige partners en nabestaanden ondersteuning op vijf terreinen: financiën, gezin, werk, wonen en zorg. Voor slachtoffers die buiten Europees Nederland wonen, waaronder op de Caribische eilanden, wordt die hulp verzorgd door het Ondersteuningsteam Buitenland (OTB).

Dat team heeft onder meer een fysieke aanwezigheid op Curaçao.

Strengere termijnen

Volgens het wetsvoorstel moeten gedupeerden die nog geen gebruikmaken van aanvullende ondersteuning uiterlijk op 31 augustus 2027 aangeven dat zij daarvoor in aanmerking willen komen. Dat kan via de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT).

Wie zich op tijd meldt, kan ook na die datum nog ondersteuning krijgen. Voor mensen van wie pas later officieel wordt vastgesteld dat zij slachtoffer zijn, komt een uitzondering. Zij kunnen zich tot zes maanden na die erkenning aanmelden.

Ook de uitvoering van de hulp wordt aan nieuwe termijnen gebonden. Binnen twaalf weken na het eerste gesprek moet een persoonlijk ondersteuningsplan worden opgesteld. Dat is vier weken langer dan de termijn die in Europees Nederland geldt.

Financiële tegemoetkomingen voor materiële voorzieningen, zoals huisraad, een laptop of andere noodzakelijke spullen, moeten binnen zes maanden na het eerste gesprek worden toegekend. De daadwerkelijke betaling mag later plaatsvinden.

Het ondersteuningsplan kan gedurende maximaal twee jaar worden aangepast. Daarna kunnen geen nieuwe voorzieningen of doelen meer worden toegevoegd. Eerder toegekende ondersteuning, bijvoorbeeld een opleiding of psychosociale behandeling, kan wel langer doorlopen.

Verschil tussen Nederland en de eilanden

Opvallend is dat kinderen van gedupeerde ouders op de Caribische eilanden niet dezelfde zelfstandige aanspraak op begeleiding hebben als kinderen in Europees Nederland.

In Nederland kunnen kinderen vanaf zestien jaar een eigen ondersteuningsplan krijgen. Op Curaçao, Aruba, Sint Maarten en de BES-eilanden kunnen zij alleen als onderdeel van het gezin worden geholpen via het plan van hun ouders.

Het kabinet erkent dat de hulpverlening buiten Europees Nederland anders is georganiseerd. Het Ondersteuningsteam Buitenland is afhankelijk van afspraken met lokale overheden en dienstverleners. Daardoor zijn niet overal dezelfde voorzieningen beschikbaar.

Ook wordt een noodzakelijkheidscriterium ingevoerd. Slachtoffers moeten aannemelijk maken dat de gevraagde hulp nodig is om een nieuwe start te kunnen maken.

Terugkeer naar Nederland

Voor gedupeerden die vanuit de Caribische eilanden naar Nederland willen terugkeren, wordt de termijn juist verruimd.

Op dit moment moet een voorgenomen terugkeer binnen een jaar na het vaststellen van het ondersteuningsplan plaatsvinden. Het kabinet wil die termijn verlengen tot twee jaar na het eerste gesprek.

Volgens de toelichting is de bestaande termijn in de praktijk moeilijk haalbaar, vooral vanwege het woningtekort in Nederland.

Het vinden van geschikte huisvesting blijft de verantwoordelijkheid van de betrokkenen zelf. De Nederlandse overheid kan onder voorwaarden wel de kosten van de terugkeer dragen.

Kritiek van advocaten

De Nederlandse Orde van Advocaten en de Oudercommissie Kinderopvangtoeslag hebben kritiek op de voorgenomen einddatum. Zij vrezen dat vooral kinderen en jongvolwassenen pas later ontdekken welke gevolgen de toeslagenaffaire voor hun leven heeft gehad.

Sommige slachtoffers zijn volgens de organisaties pas toe aan emotioneel herstel wanneer hun financiële problemen zijn opgelost. Een vaste einddatum kan er daardoor toe leiden dat mensen geen toegang meer krijgen tot ondersteuning op het moment dat zij die daadwerkelijk nodig hebben.

De advocaten wijzen daarnaast op de verschillen tussen de sociale voorzieningen in Nederland en die in het buitenland. Volgens hen is niet duidelijk of slachtoffers buiten Nederland na afloop van de bijzondere regeling voldoende hulp kunnen krijgen.

Het kabinet houdt vast aan de einddatum. Volgens de regering is de brede ondersteuning bedoeld als tijdelijke regeling en hebben gedupeerden voldoende gelegenheid gehad om daarvan gebruik te maken.

Aantal slachtoffers onbekend

Uit de memorie van toelichting blijkt niet hoeveel slachtoffers van de toeslagenaffaire momenteel op Curaçao, Aruba, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba wonen.

Ook wordt niet uitgesplitst hoeveel gedupeerden op de afzonderlijke eilanden al ondersteuning ontvangen en hoeveel mensen zich nog niet hebben aangemeld.

Landelijk zijn tot en met juni 2026 ruim 32.000 ondersteuningsplannen opgesteld door Nederlandse gemeenten. Dat cijfer heeft betrekking op de hulpverlening in Europees Nederland en zegt niets over het aantal slachtoffers op de Caribische eilanden.

Het Ondersteuningsteam Buitenland waarschuwt in zijn uitvoeringstoets dat in bepaalde gevallen zelfs na 2030 nog ondersteuning nodig kan zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor slachtoffers van wie pas na de voorgestelde einddatum officieel wordt vastgesteld dat zij recht hebben op hulp.

De wetswijziging moet nog worden behandeld. Totdat de nieuwe regels van kracht worden, blijven de bestaande rechten en voorwaarden gelden.


268 keer gelezen

Deel dit artikel: