FTAC onderzoekt banken na klacht fintechbedrijven over toegang tot betaalmarkt

WILLEMSTAD – De Fair Trade Authority Curaçao (FTAC) onderzoekt of lokale banken de concurrentie op de markt voor digitale betaaldiensten belemmeren. Twee Curaçaose fintechondernemers hebben bij de mededingingsautoriteit gemeld dat zij niet dezelfde toegang tot banksystemen krijgen als een concurrerende onderneming. Daardoor zouden zij geen concurrerende betaalapps kunnen ontwikkelen.
Dat blijkt uit het jaarverslag 2025 van de FTAC. De zaak krijgt in 2026 een vervolg. De toezichthouder moet daarbij eerst vaststellen of sprake is van een machtspositie van één bank of mogelijk van een gezamenlijke machtspositie van meerdere banken.
Voor bepaalde betaaldiensten moeten fintechbedrijven verbinding kunnen maken met de servers van lokale banken. Volgens de twee ondernemers zijn zij daarvoor afhankelijk van de medewerking van die banken.
Op dit moment beschikt volgens de FTAC slechts één onderneming over de benodigde accounttoegang. Die onderneming heeft een partnerschap met de grootste bank van Curaçao en overeenkomsten met andere banken. Het jaarverslag noemt de betrokken onderneming en banken niet bij naam, maar het gaat om Sentoo.
Volgens het signaal krijgen andere fintechbedrijven niet dezelfde mate van toegang. De FTAC formuleert het gevolg daarvan scherp: hierdoor zou het voor andere aanbieders onmogelijk zijn concurrerende toepassingen te ontwikkelen en zou er geen concurrentie zijn op de markt voor zogenoemde Payment Initiation Apps. Dat zijn toepassingen waarmee een klant via een derde aanbieder rechtstreeks een betaling vanaf zijn bankrekening kan starten.
Afhankelijk van banken
De kwestie sluit aan bij een probleem waarover Curaçao.nu eerder berichtte. Uit onderzoek van twee VWO-leerlingen van het Radulphus College bleek deze zomer dat nieuwe digitale betaalbedrijven zich weliswaar als alternatief voor banken kunnen presenteren, maar in de praktijk sterk van diezelfde banken afhankelijk zijn. Ze hebben bankrekeningen, technische koppelingen en medewerking van banken nodig om hun diensten te kunnen aanbieden.
Het nieuwe FTAC-jaarverslag gaat een stap verder. Waar die afhankelijkheid eerder vooral als belemmering voor nieuwe toetreders werd beschreven, ligt er nu daadwerkelijk een melding bij de mededingingsautoriteit dat niet alle fintechbedrijven dezelfde toegang krijgen.
De FTAC heeft zich vanwege de complexiteit van de zaak in 2025 laten adviseren door een advocaat en hoogleraar Financiële Technologie en Recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Die deskundige houdt zich onder meer bezig met open banking en Europese regelgeving voor betaaldiensten.
Banken waarschuwden eerder juist voor risico’s
De zaak raakt ook aan het politieke debat over nieuwe wetgeving voor digitale betaaldiensten. De Curaçao Bankers Association vroeg de Staten in februari nog om invoering van nieuwe regelgeving uit te stellen.
Banken wezen toen onder meer op veiligheidsrisico’s, kosten en de investeringen die nodig zijn om andere bedrijven toegang te geven tot betaalgegevens en bankrekeningen. Ook waarschuwden zij voor een ongelijk speelveld wanneer nieuwe aanbieders toegang tot de betaalmarkt krijgen zonder dezelfde verplichtingen als banken.
Daarmee staan twee belangen tegenover elkaar. Banken zeggen dat het openstellen van hun systemen kosten en risico’s met zich meebrengt. Nieuwe fintechbedrijven stellen volgens het FTAC-jaarverslag juist dat onvoldoende toegang tot die systemen verhindert dat zij met bestaande aanbieders kunnen concurreren.
Voor consumenten kan de uitkomst belangrijk zijn. Meer toegang voor nieuwe betaalbedrijven kan leiden tot meer keuze in betaalapps en mogelijk lagere transactiekosten. Maar daarvoor moet wel duidelijk worden onder welke voorwaarden banken toegang tot hun infrastructuur moeten verlenen en welke veiligheids- en toezichtseisen voor nieuwe aanbieders gelden.
-
Lees hier het jaarverslag 2025 van de FTAC





































