Open brief aan de Economenclub: bereken voor Curaçao de prijs van vijftien verloren jaren

Nu duidelijk is dat op het voormalige Isla-terrein geen traditionele raffinaderij meer terugkeert, moet Curaçao volgens Orlando Meulens niet alleen vooruitkijken, maar ook de economische rekening van het verleden opmaken. De medeoprichter van GreenTown Curaçao roept de Economenclub op te berekenen wat vijftien jaar zoeken naar een nieuwe raffinaderij-exploitant het eiland mogelijk heeft gekost aan gemiste banen, investeringen, belastinginkomsten en andere economische ontwikkeling.
Door | Orlando Meulens
Uw recente bezoek aan het Schottegat heeft iets belangrijks opgeleverd. Tijdens dat bezoek verklaarde directeur Patrick Newton van 2BAYS dat er op het voormalige Isla-terrein nooit meer een traditionele raffinaderij zal komen. Daarmee werd, misschien zonder dat het zo bedoeld was, een economisch tijdperk afgesloten.
U heeft tijdens uw bezoek ook met eigen ogen kunnen zien waarover we praten. Een enorm strategisch gebied midden op Curaçao, met havenfaciliteiten, industriële infrastructuur en terreinen die decennialang in dienst hebben gestaan van één economische activiteit. Een gebied waarvoor nu opnieuw een toekomst moet worden bepaald.
Daarom wil ik juist aan de Association of Dutch Caribbean Economists een vraag voorleggen: Wat hebben de afgelopen vijftien jaar Curaçao werkelijk gekost?
Eerder stelde ik al de vraag hoeveel publiek geld sinds 2011 is besteed aan de opeenvolgende pogingen om de raffinaderij te moderniseren, opnieuw te openen of een nieuwe exploitant te vinden. Inmiddels weten we dat alleen al sinds de oprichting van het multidisciplinaire projectteam in 2013 volgens premier Pisas ongeveer 40 miljoen gulden is uitgegeven aan de zoektocht naar een exploitant.
Maar dat is slechts één rekening.
Er bestaat namelijk een tweede rekening die veel moeilijker zichtbaar te maken is en mogelijk economisch veel belangrijker is: de opportunity cost.
Wat had Curaçao in dezelfde vijftien jaar economisch kunnen ontwikkelen wanneer eerder was besloten dat het Schottegat niet langer afhankelijk mocht blijven van de komst van één nieuwe raffinaderij-exploitant?
Dat is geen eenvoudige vraag. En juist daarom leg ik hem bij u neer.
Al vanaf 2011 pleit GreenTown Curaçao voor een andere benadering van het gebied. Royal Haskoning onderzocht in 2012 de economische mogelijkheden van dat concept en kwam bij volledige ontwikkeling tot een projectie van 10.000 tot 16.000 permanente banen, naast tijdelijke werkgelegenheid tijdens sanering en ontwikkeling.
GreenTown Curaçao
Ik ben medeoprichter van GreenTown Curaçao en daarom wil ik daar meteen een belangrijke kanttekening bij plaatsen. Die 10.000 tot 16.000 banen zijn nooit gerealiseerd en mogen dus niet achteraf als “verloren banen” worden geboekt. Het waren projecties binnen een ontwikkelingsscenario. Ook GreenTown had investeringen nodig gehad, sanering gekost, tijd nodig gehad en onderweg ongetwijfeld tegenvallers gekend.
Maar het plan bewijst wel dat er al meer dan tien jaar geleden een alternatief ontwikkelingsscenario bestond.
En precies daar begint volgens mij het interessante werk voor economen.
Neem niet GreenTown als uitgangspunt. Neem verschillende realistische scenario’s. Bereken bijvoorbeeld wat er zou zijn gebeurd wanneer Curaçao in 2012 of 2013 had gekozen voor gefaseerde sanering en herontwikkeling van het terrein. Reken vervolgens met verschillende niveaus van investeringen, werkgelegenheid en economische activiteit.
Wat zou 5.000 nieuwe permanente banen hebben betekend? Wat zou 10.000 banen hebben betekend? Welke loonsom zou daardoor zijn ontstaan? Hoeveel belastinginkomsten? Welke lokale bedrijven zouden daarvan hebben geprofiteerd? Welke investeringen zouden zijn aangetrokken? En welke economische waarde had het terrein inmiddels kunnen vertegenwoordigen?
Trek daar vervolgens de noodzakelijke investeringen, saneringskosten, infrastructuur en financieringskosten vanaf.
Dan ontstaat geen politiek verhaal, maar een economische analyse.
Daarbij hoort ook het werkelijk gevolgde scenario. Sinds 2011 zijn verschillende pogingen ondernomen om de raffinaderij een toekomst te geven. De beschikbare tijdlijn laat achtereenvolgens onderhandelingen en trajecten zien rond onder andere PDVSA, GZE, Motiva/Aramco, Klesch, CORC, CPR en Global Oil. De raffinage lag vanaf medio 2018 feitelijk stil.
Dat betekent dat we inmiddels voldoende historische gegevens hebben om twee economische werkelijkheden naast elkaar te leggen: de koers die Curaçao daadwerkelijk heeft gevolgd en een aantal realistische alternatieve ontwikkelingspaden.
Niet om achteraf te beweren dat we precies weten wat er zou zijn gebeurd. Dat weten we niet. Opportunity cost is geen factuur die ergens in een lade ligt. Het is een economische schatting van de waarde van het beste realistische alternatief dat we niet hebben gekozen.
Maar juist economen beschikken over de instrumenten om die onzekerheid zichtbaar te maken.
Drie scenario’s
Werk met een voorzichtig scenario, een middenscenario en een ambitieus scenario. Maak de aannames openbaar. Bereken de netto contante waarde. Neem werkgelegenheid, toegevoegde waarde, belastingopbrengsten, investeringen en saneringskosten mee. Voer een gevoeligheidsanalyse uit. Dan kunnen anderen de aannames bekritiseren zonder dat we over de feiten hoeven te ruziën.
Dat lijkt mij een buitengewoon waardevolle bijdrage van de Economenclub aan Curaçao.
Want Newton heeft tijdens uw bezoek eigenlijk een nieuwe vraag geopend. Wanneer de raffinaderij definitief niet terugkomt, moeten we niet alleen vragen wat er nu op het terrein moet gebeuren. We moeten ook begrijpen wat vijftien jaar wachten, zoeken en onderhandelen economisch heeft betekend.
Dat is belangrijk omdat 2BAYS alweer werkt aan de volgende fase. Er wordt gesproken over asfalt, grafiet, olieopslag, maritieme activiteiten en andere vormen van industrie. Eerder presenteerde Newton ook plannen voor een breder eco-industrieel gebied met onder andere duurzame energie, recycling en andere economische activiteiten.
Leren van lessen uit het verleden
Daar kunnen uitstekende kansen tussen zitten. Maar voordat Curaçao opnieuw vijftien jaar verder is, moeten we één les uit het verleden trekken: tijd heeft economische waarde.
Een terrein dat vijf jaar eerder productief wordt, genereert vijf jaar eerder banen, lonen, belastingen, kennis en ondernemerschap. En die economische activiteit creëert vervolgens weer nieuwe economische activiteit.
Daarom vermoed ik dat de grootste rekening van het raffinaderijdossier uiteindelijk misschien niet de miljoenen zijn die aantoonbaar zijn uitgegeven.
Het kan de ontwikkeling zijn die in dezelfde periode niet heeft plaatsgevonden. Maar een vermoeden is geen berekening.
Dames en heren economen, u bent er geweest. U heeft rondgereden op het terrein. U heeft van de directeur van 2BAYS zelf gehoord dat de raffinaderij niet meer terugkomt. Help Curaçao daarom de volgende vraag te beantwoorden: wat is de economische prijs geweest van vijftien jaar wachten op een toekomst die uiteindelijk niet is gekomen?
Niet om het verleden alsnog te winnen. Maar om te voorkomen dat Curaçao opnieuw vijftien jaar nodig heeft om zijn volgende economische keuze te maken.





































