Zes jaar gemiste indexatie, en nu krijgen gepensioneerden er 0,51 procent bij

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – De verhoging van de APC-pensioenen met 0,51 procent maakt slechts een klein deel goed van de indexatie die de afgelopen jaren niet is toegekend. Uit een reconstructie op basis van cijfers van het Algemeen Pensioenfonds van Curaçao blijkt dat sinds 2019 ongeveer 5,2 procentpunt aan formele pensioenindexatie is blijven liggen. Met de nieuwe inhaalindexatie wordt daarvan nog geen tien procent weggewerkt.


Na de verhoging resteert nominaal ongeveer 4,69 procentpunt aan eerder gemiste indexatie. APC vermeldt in zijn jongste mededeling wel dat een resterend deel geregistreerd blijft staan, maar noemt niet hoe groot die achterstand in totaal is.

De achterstand ontstond in verschillende stappen. In 2019 en 2020 werden de salarissen van overheidsdienaren telkens met 1,56 procent verhoogd. De pensioenen gingen toen niet mee omhoog, omdat de dekkingsgraad van APC eind 2018 en eind 2019 met respectievelijk 100,2 en 103,4 procent onder de grens van 105 procent lag. APC heeft beide percentages daarom als inhaalindexatie geparkeerd.

Ook in 2024 kon de salarisverhoging niet volledig in de pensioenen worden verwerkt. Ambtenaren kregen 2,4 procent, terwijl APC vanwege een dekkingsgraad van 107,9 procent slechts 0,7 procent pensioenindexatie mocht geven. Daarmee bleef opnieuw 1,7 procentpunt liggen.

In 2025 gebeurde hetzelfde. De overheid verhoogde de ambtenarensalarissen met 1,92 procent, maar APC kon daarvan 1,54 procent doorgeven. De resterende 0,38 procent werd expliciet als gemiste indexatie geregistreerd. De dekkingsgraad bedroeg eind 2024 113 procent.

Alles bij elkaar komt de formeel niet toegekende indexatie daarmee uit op 5,20 procentpunt: 1,56 procent over 2019, 1,56 procent over 2020, 1,70 procent over 2024 en 0,38 procent over 2025.

De nieuwe verhoging van 0,51 procent brengt die achterstand terug tot ongeveer 4,69 procentpunt. Anders gezegd: APC haalt nu ongeveer 9,8 procent van de geregistreerde indexatieachterstand in.

Bij wijze van indicatie vertegenwoordigt 4,69 procent van een pensioen van 3.000 gulden ongeveer 141 gulden per maand. Bij 2.000 gulden gaat het om ongeveer 94 gulden en bij een pensioen van 5.000 gulden om ongeveer 235 gulden per maand. Het exacte individuele verschil ligt anders, omdat de gemiste verhogingen uit verschillende jaren dateren en indexatie zich normaal gesproken cumulatief opbouwt.

Dekkingsgraad bepaalt de ruimte

Dat APC nu überhaupt een deel kan inhalen, komt doordat de financiële positie van het fonds verder is verbeterd. De dekkingsgraad bedroeg eind 2025 115,6 procent. Volgens het indexatiebeleid kan pas boven 115 procent eerder gemiste indexatie worden ingehaald, en alleen voor zover de dekkingsgraad daarna niet onder 115 procent zakt.

Met de verhoging van 0,51 procent gebruikt APC vrijwel de volledige ruimte boven die grens. Volgens het fonds komt de dekkingsgraad na de toekenning weer uit op ongeveer 115 procent.

Dat verklaart waarom niet ineens de volledige achterstand van eerdere jaren wordt uitgekeerd. APC moet tegenover iedere pensioenverplichting voldoende vermogen aanhouden en mag volgens zijn eigen regels de financiële buffer niet verder aanspreken.

Koopkrachtverlies is groter dan indexatieachterstand

De geregistreerde achterstand van 5,2 procent vertelt bovendien niet het hele verhaal over de koopkracht van gepensioneerden.

In 2021, 2022 en 2023 werden de salarissen van ambtenaren niet geïndexeerd. Daardoor ontstond volgens de pensioenregeling ook geen formele pensioenindexatie die APC later moet inhalen. De consumentenprijzen stegen in die drie jaren echter wel met respectievelijk 3,8, 7,4 en 3,5 procent. Dat komt cumulatief neer op ruim 15 procent prijsstijging in drie jaar.

Over de hele periode 2019 tot en met 2025 stegen de consumentenprijzen op Curaçao cumulatief met ongeveer 26,6 procent, op basis van de jaarlijkse inflatiecijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Dat betekent dat de officiële APC-indexatieachterstand niet gelijkstaat aan het totale koopkrachtverlies van gepensioneerden. De pensioenregeling volgt namelijk niet rechtstreeks de inflatie, maar de salarisaanpassingen van overheidsdienaren.

Alleen wanneer die salarissen worden aangepast, ontstaat in beginsel ruimte voor pensioenindexatie, en vervolgens moet ook de financiële positie van APC die verhoging toelaten.

De inhaalindexatie van 0,51 procent is daarmee financieel gezien een eerste herstelstap, maar laat het grootste deel van de formele achterstand ongemoeid. Of en wanneer de resterende indexatie alsnog wordt toegekend, hangt vooral af van de toekomstige dekkingsgraad van het fonds.


384 keer gelezen

Deel dit artikel: