
WILLEMSTAD - De koloniale geschiedenis van Nederland is nog altijd merkbaar in de verhouding tussen Nederland en Curaçao. Dat zegt historicus Gert Oostindie in een exclusief interview met Curacao.nu naar aanleiding van zijn onderzoek naar de rol van het Nederlandse koningshuis in het koloniale verleden. Volgens hem is er nog steeds sprake van een grote asymmetrie tussen Nederland en de eilanden.
“Ze werken absoluut door”, zegt Oostindie over de invloed van het koloniale verleden. “Als de eilanden niet ooit gekoloniseerd waren, dan was er nu uiteraard geen relatie met Nederland.”
Volgens de historicus is de machtsverhouding tussen Nederland en de Caribische eilanden niet alleen het gevolg van het koloniale verleden, maar wordt die ook bepaald door de grote verschillen in schaal en rijkdom. “Er is nog steeds een enorme asymmetrie tussen Nederland en de eilanden. Die grotendeels onvermijdelijk is, gezien de verschillen in schaal en rijkdom.”
Tegelijkertijd vindt Oostindie het belangrijk dat Nederland zich bewust blijft van de manier waarop het koloniale verleden nog doorwerkt in de huidige verhoudingen. “Het is wel heel goed dat in de relaties mensen zich, vooral in Nederland, ook heel erg bewust zijn van het feit van die doorwerking van kolonialisme en superioriteitsgevoelens.”
Oranjes en Curaçao
In zijn onderzoek, dat de periode van 1600 tot en met 2025 beslaat, kijkt Oostindie onder meer naar de rol van het Huis van Oranje in het Nederlandse koloniale verleden. Volgens hem waren de Oranjes gedurende een groot deel van de geschiedenis tevreden met het feit dat Curaçao onderdeel was van het Nederlandse koloniale rijk.
“Ga er vanuit dat de Oranjes ook zeer tevreden waren met het feit dat Curaçao een Nederlandse kolonie was. Dat ze geen enkel probleem hadden met die slavernij”, zegt hij.
Volgens Oostindie veranderde de houding van het koningshuis vooral vanaf de Tweede Wereldoorlog. Met name koningin Juliana, en later koningin Beatrix en koning Willem-Alexander, ontwikkelden volgens hem een veel sterkere betrokkenheid bij de eilanden en hun inwoners.
“Een positief engagement met de eilanden en echt met de bewoners, dat dateert echt vanaf de Tweede Wereldoorlog met Juliana en Beatrix en nu ook Willem-Alexander.”
Oostindie benadrukt daarbij dat de Oranjes achter gesloten deuren ook kritisch konden zijn op de politiek op de eilanden. “Zowel over politici van het eiland, als over Nederlandse ambtenaren en bewindslieden die daar beleid maakten.”
Geen moreel leiderschap
Een belangrijke conclusie uit het onderzoek is volgens Oostindie dat de Oranjes zich tijdens het grootste deel van de koloniale geschiedenis niet opstelden als tegenstanders van het systeem. Zij hadden volgens hem geen “tegendraads leiderschap” laten zien.
“Ze hebben nooit gezegd: jongens, dit deugt niet. Die slavernij deugt niet. Dat kolonialisme, dat deugt helemaal niet”, aldus Oostindie.
Ook bij de afschaffing van de slavernij in 1863 ziet hij geen belangrijke rol voor de Oranjes. De afschaffing was volgens hem vooral het gevolg van een besluit van het Nederlandse parlement. “Maar absoluut niet aan die Oranjes.”
Volgens Oostindie is het bovendien belangrijk om de afschaffing van de slavernij niet te zien als een plotselinge overgang naar volledige vrijheid. „Dat betekent niet ineens dat die mensen allemaal vrij waren.”
Herstel gaat niet alleen over geld
Ook de discussie over herstelbetalingen komt in het gesprek aan bod. Volgens Oostindie is het daarbij te beperkt om alleen naar financiële compensatie te kijken.
“Herstel gaat niet alleen over geld. Herstel gaat over erkenning”, zegt hij. Daarnaast gaat het volgens hem om „blijvende solidariteit”, iets wat volgens de historicus binnen het Koninkrijk der Nederlanden van groot belang is.
Dat de Oranjes financieel niet of nauwelijks hebben verdiend aan de koloniale gebieden in het Caribisch gebied, verandert volgens Oostindie niets aan de morele vraag. “Maakt voor het morele vraagstuk natuurlijk helemaal niet uit.”
Geschiedenis kennen
Volgens Oostindie begint een betere verhouding tussen Nederland en Curaçao met kennis van het gezamenlijke verleden. Historisch onderzoek speelt daarin een belangrijke rol, maar daarna moet volgens hem ook het publieke debat worden gevoerd.
“Je moet gewoon weten waar het over gaat. Dus daar is historisch onderzoek voor. Maar vervolgens is het ook heel erg belangrijk dat je daar publiek een debat over hebt.”
Oostindie, die naar eigen zeggen veel op de eilanden is geweest en eerder over de geschiedenis van het Koninkrijk heeft geschreven, vindt het belangrijk om ook te luisteren naar reacties vanuit de Caribische samenleving.
Volgens hem kan die kennis bijdragen aan een gezondere verhouding tussen Nederland en de eilanden. Het koloniale verleden is daarbij niet iets dat simpelweg kan worden afgesloten omdat het lang geleden is gebeurd. De gevolgen ervan zijn volgens de historicus nog steeds zichtbaar in de manier waarop Nederland en Curaçao naar elkaar kijken.



































