Wie waren Maria en Agathia, de vrouwen achter de opstand van 1716

WILLEMSTAD/AMSTERDAM – De Curaçaose percussionist, componist en theatermaker Vernon Chatlein brengt met Tula.Verse II: Sœurité een vrijwel vergeten hoofdstuk uit de Curaçaose verzetsgeschiedenis tot leven. In de nieuwe muziektheatervoorstelling staan Maria en Agathia centraal, twee vrouwen die betrokken waren bij een opstand van tot slaaf gemaakten in 1716 op plantage Rif Sint Marie. De voorstelling is op komende woensdag, 21 oktober, te zien in Theater Bellevue in Amsterdam.
Waar het eerste deel van Tula.Verse zich richtte op de slavenopstand van 17 augustus 1795 onder leiding van Tula, gaat het vervolg bijna tachtig jaar terug in de tijd. Chatlein onderzoekt samen met een multidisciplinair team de rol van vrouwen in het verzet tegen de koloniale overheersing.
De voorstelling combineert muziek, spoken word, theater en beeldende kunst in een Afro-futuristische vertelling. Daarbij worden historische gebeurtenissen niet alleen gereconstrueerd, maar ook vanuit een hedendaags perspectief kritisch onderzocht.
Opstand in 1716
De voorstelling draait om de gebeurtenissen op plantage Rif Sint Marie, waar in september 1716 een groep tot slaaf gemaakten in opstand kwam. Tijdens de opstand werd het huis van de plantageopzichter aangevallen en vielen verschillende doden.
Maria werd er volgens koloniale verklaringen van beschuldigd de opstand te hebben aangewakkerd uit wraak voor de dood van haar eerdere echtgenoot. Ook Agathia wordt met het verzet in verband gebracht.
De historische bronnen bieden echter maar een beperkt beeld van beide vrouwen. Hun verhalen zijn vooral bewaard gebleven in koloniale documenten, waaronder verklaringen die onder dwang werden afgelegd.
Chatlein wil met de voorstelling juist deze bronnen ter discussie stellen. Hoe betrouwbaar is een geschiedenis die grotendeels is opgeschreven door degenen die de macht hadden? En welke rol speelden vrouwen wier namen en ervaringen nauwelijks in de officiële geschiedschrijving voorkomen?
Zusterschap
De titel Sœurité verwijst naar zusterschap, de onderlinge verbondenheid en solidariteit tussen vrouwen. Vier vrouwelijke, multidisciplinaire performers geven gestalte aan de verhalen over verzet, zorg en overleving.
De makers laten zich inspireren door het concept critical fabulation van de Amerikaanse wetenschapper Saidiya Hartman. Daarbij worden historische archieven kritisch gelezen en gecombineerd met verbeelding om ruimte te geven aan stemmen die in de overgeleverde bronnen ontbreken.
De voorstelling maakt deel uit van Black Achievement Month, waarin in Nederland aandacht wordt besteed aan de prestaties en geschiedenis van mensen met Afrikaanse wortels.
Curaçaose makers
Chatlein, winnaar van de Gieskes-Strijbis Podiumprijs 2024 en de Black Achievement Award 2025, werkt voor deze productie samen met regisseur Quinsy Gario.
Pianist Tony Roe verzorgt mede de muziek, terwijl Rachel Rumai en Zulu Green verantwoordelijk zijn voor spoken word. De zang wordt verzorgd door Amber Nijman en Mara Letí. Beeldend kunstenaars Bouba Dola en Alejandra Cijntje zijn eveneens bij het project betrokken. Patricia Kaersenhout is als dramaturg en adviseur aan de productie verbonden.
De voorstelling is een coproductie met Het Nationale Theater.
Voorstellingen in Nederland
Tula.Verse II: Sœurité ging op 3 oktober in première in Theater aan het Spui in Den Haag. De volgende voorstelling is woensdag 21 oktober om 20.30 uur in Theater Bellevue in Amsterdam. Spokenwordartiest Gershwin Bonevacia treedt die avond op als speciale gast.
Daarna volgen voorstellingen op 26 november in Podium Mozaïek in Amsterdam en op 6 december in Theater Zuidplein in Rotterdam.




































