Kerwin Duinmeijer krijgt opnieuw een gezicht op Curaçao, 43 jaar na zijn dood

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – De Curaçaose kunstenaar David Paulus brengt de herinnering aan Kerwin Duinmeijer opnieuw onder de aandacht. De vijftienjarige Curaçaoënaar werd in 1983 in Amsterdam doodgestoken en groeide uit tot een symbool van de strijd tegen racisme in Nederland.


Paulus heeft Kerwin opgenomen in zijn tentoonstelling Rumbo i Raís in het Curaçaosch Museum, die nog tot 14 november te bezoeken is. Daarmee keert zijn verhaal, 43 jaar na zijn dood, terug naar het eiland waar hij werd geboren.

Paulus staat op sociale media stil bij de geschiedenis van Kerwin Urleson Lucas, die in Nederland vooral bekend werd onder de achternaam Duinmeijer. Zijn dood veroorzaakte destijds grote maatschappelijke verontwaardiging en leidde tot demonstraties tegen racisme en discriminatie.

Met zijn kunstwerk maakt Paulus de herinnering aan Kerwin onderdeel van een bredere tentoonstelling over de Curaçaose geschiedenis, identiteit en het collectieve geheugen.

Vijftien jaar oud

Kerwin werd op 5 juni 1968 geboren in Willemstad. In 1977 verhuisde hij met zijn moeder, broer en zus naar Nederland. In Amsterdam raakte hij bevriend met Eric Duinmeijer en trok hij uiteindelijk in bij diens familie. Hij nam ook hun achternaam aan.

In de nacht van 20 op 21 augustus 1983 kreeg Kerwin in de Damstraat in Amsterdam ruzie met een groep skinheads. Een zestienjarige jongen stak hem met een mes neer. Kerwin overleed later in het ziekenhuis aan zijn verwondingen.

De moord werd in Nederland breed gezien als racistisch geweld. De rechter achtte een racistisch motief echter niet bewezen. Dat oordeel leidde tot veel kritiek, mede omdat getuigen melding hadden gemaakt van racistische uitlatingen.

Kerwins dood maakte grote indruk. Duizenden mensen demonstreerden tegen racisme en de Nederlandse zanger Frank Boeijen schreef naar aanleiding van de moord het lied Zwart Wit, dat in 1984 werd uitgebracht.

Mama Baranka

Een jaar na de moord kreeg Kerwin een eigen monument in het Amsterdamse Vondelpark. De opdracht ging naar de op Curaçao geboren beeldhouwer Nelson Carrilho, die het bronzen beeld Mama Baranka maakte.

Carrilho koos niet voor een portret van de vermoorde jongen, maar voor een krachtige vrouwenfiguur. Mama Baranka, Papiaments voor Moeder Rots, verbeeldt bescherming, verdriet, kracht en onverzettelijkheid.

Het beeld werd in augustus 1984 onthuld en geldt als het eerste antiracistische monument in de openbare ruimte van Amsterdam. Sindsdien is het een vaste plaats voor de jaarlijkse herdenking van Kerwin.

De verbinding met Curaçao kreeg dit jaar een extra betekenis door het overlijden van Carrilho. De beeldhouwer stierf op 4 juli in Amsterdam, op 73-jarige leeftijd.

Zijn werk stond gedurende zijn leven in het teken van racisme, koloniale geschiedenis, migratie en menselijke waardigheid. Naast Mama Baranka maakte hij tal van andere kunstwerken waarin de Caribische achtergrond en de ervaringen van zwarte gemeenschappen een belangrijke rol speelden.

Meer dan honderd kunstwerken

De herinnering aan Kerwin maakt nu deel uit van Rumbo i Raís, de solotentoonstelling van David Paulus die op 20 augustus in het Curaçaosch Museum werd geopend.

De expositie bestaat uit meer dan honderd portretten, ruimtelijke werken en kunstwerken waarin verschillende materialen zijn gecombineerd. Paulus brengt historische personen en hedendaagse Curaçaoënaars samen om te laten zien hoe persoonlijke levens verbonden zijn met de geschiedenis van het eiland.

De titel verwijst naar richting en wortels. Volgens het museum gaat de tentoonstelling over de vraag waar Curaçaoënaars vandaan komen, wie hun identiteit heeft gevormd en welke verhalen zij aan volgende generaties willen doorgeven.

Met Kerwin Lucas krijgt ook een geschiedenis die zich grotendeels in Nederland afspeelde een plaats binnen dat collectieve geheugen.

Ook de familie kreeg een stem

De moord op Kerwin kreeg in 2023 opnieuw landelijke aandacht, toen de NTR een driedelige documentaireserie over zijn leven maakte.

Daarin vertelde onder anderen zijn jongere broer Purly Lucas over de gevolgen van de moord voor de familie. De serie liet zien hoe Kerwin door de jaren heen een nationaal symbool werd, terwijl het persoonlijke verdriet van zijn familie, onder wie zijn vader op Curaçao, veel minder aandacht kreeg.

Ook het Amsterdam Museum besteedde dat jaar aandacht aan Kerwin en de ontstaansgeschiedenis van Mama Baranka.

Met zijn nieuwe kunstwerk verbindt Paulus de herinnering aan Kerwin opnieuw met diens geboorte-eiland. Niet alleen als slachtoffer van racistisch geweld, maar ook als een Curaçaose jongen wiens leven en dood blijvend deel zijn gaan uitmaken van de geschiedenis van het Koninkrijk.

De tentoonstelling Rumbo i Raís is volgens Paulus nog tot 14 november te zien in het Curaçaosch Museum in Willemstad.


63 keer gelezen

Deel dit artikel: