Curaçao wil in 2027 nieuwe FAA-beoordeling, Staten eisen duidelijkheid over herstel luchtvaarttoezicht

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – Curaçao wil de Amerikaanse luchtvaartautoriteit FAA in 2027 opnieuw laten beoordelen of het eiland kan terugkeren naar de hoogste internationale veiligheidscategorie. Dat zei MFK-Statenlid David Seferina gisteren tijdens de behandeling van de nieuwe luchtvaartwet. Volgens hem werkt de regering-Pisas aan het oplossen van de tekortkomingen die Curaçao in categorie 2 houden.


Maar andere Statenleden willen eerst weten welke problemen daadwerkelijk zijn verholpen, wat het herstel heeft gekost en of de luchtvaartautoriteit voldoende personeel en middelen heeft om aan de internationale eisen te voldoen.

De behandeling van de nieuwe Landsverordening luchtvaart vond plaats in de Centrale Commissie van de Staten. De wet moet verouderde regels vervangen en het toezicht op luchtvaartmaatschappijen, luchthavens en andere bedrijven in de luchtvaartsector moderniseren.

Volgens Seferina zijn de afgelopen jaren maatregelen genomen op basis van eerdere internationale onderzoeken. Zo is gewerkt aan de vernieuwing van wetgeving, de financiële positie en de onafhankelijkheid van de Curaçaose Burgerluchtvaart Autoriteit (CBA). Ook is nieuw personeel aangenomen en worden bestaande medewerkers bijgeschoold.

Seferina wil weten hoe ver de uitvoering van het herstelprogramma is gevorderd en wanneer Curaçao daadwerkelijk kan terugkeren naar categorie 1. Hij zei te hebben begrepen dat de regering in 2027 een nieuwe evaluatie door de FAA wil laten uitvoeren.

Zeven jaar vertraging

Verschillende Statenleden uitten kritiek op de lange voorbereiding van de wet. Het wetsvoorstel lag al in december 2019 bij de Raad van Advies, maar wordt pas bijna zeven jaar later door het parlement behandeld.

PAR-Statenlid Shaheen Elhage vroeg welke juridische, bestuurlijke en organisatorische problemen deze vertraging hebben veroorzaakt. Volgens hem zijn internationale luchtvaartnormen, technologie, digitale veiligheid en vrachtvervoer in de tussentijd veranderd.

Elhage waarschuwde dat nieuwe regels op papier niet automatisch leiden tot beter luchtvaarttoezicht. Daarvoor zijn volgens hem voldoende gekwalificeerde medewerkers, financiële middelen, apparatuur en een goede samenwerking tussen de betrokken instanties nodig.

Ook Giselle Mc William van MAN-PIN vroeg waarom de voorbereiding zo lang heeft geduurd. Zij wil bovendien weten welke tekortkomingen bij eerdere onderzoeken van de FAA en de internationale burgerluchtvaartorganisatie ICAO zijn vastgesteld, welke inmiddels zijn opgelost en welke nog openstaan.

Twijfels over onafhankelijkheid

Een belangrijk discussiepunt was de toekomstige positie van de CBA. De nieuwe wet moet de luchtvaartautoriteit onafhankelijker maken, maar volgens Mc William is nog onvoldoende duidelijk hoe die onafhankelijkheid in de praktijk wordt gegarandeerd.

Zij wees erop dat het personeel onder het ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning (VVRP) blijft vallen. Daardoor rijst volgens haar de vraag hoe wordt voorkomen dat politieke invloed ontstaat op besluiten over luchtvaartveiligheid.

Kosten en parlementaire controle

MAN-PIN-Statenlid Suzy Camelia-Römer stelde vragen over de uitvoerbaarheid en financiering van de nieuwe wet. Zij wil per vastgestelde tekortkoming weten welke wettelijke bepaling deze moet oplossen en wanneer de maatregel daadwerkelijk wordt ingevoerd.

Daarnaast wees zij op de omvang van het wetsvoorstel, dat meer dan 239 artikelen bevat en volgens haar minstens 36 verwijzingen naar uitvoeringsregelingen heeft.

Volgens Camelia-Römer dreigt daardoor een belangrijk deel van de uitwerking buiten de directe behandeling door het parlement te vallen. Zij wil weten welke besluiten de regering zelfstandig kan nemen en hoe de Staten daarbij betrokken blijven.

Ook de kosten van het luchtvaarttoezicht kwamen aan bod. Camelia-Römer vroeg welke gevolgen nieuwe tarieven en heffingen hebben voor luchtvaartmaatschappijen, onderhoudsbedrijven, opleidingsinstituten, luchthavens en passagiers. Zij wil voorkomen dat de kosten voor veiligheidstoezicht onevenredig hoog worden.

Nationaal luchtvaartplan

PNP-Statenlid Ruisandro Cijntje pleitte ervoor de nieuwe wet te koppelen aan een bredere economische visie op de luchtvaart.

Hij stelde voor een nationaal luchtvaartplan voor de periode 2027 tot 2035 op te stellen. Daarin moeten concrete doelen komen voor nieuwe vliegroutes, werkgelegenheid, investeringen en de ontwikkeling van Curaçao als regionaal knooppunt voor luchtvaart, vliegtuigonderhoud, vrachtvervoer en logistiek.

Cijntje wil ook laten onderzoeken wat de nieuwe regelgeving betekent voor ticketprijzen, de bereikbaarheid van Curaçao en de concurrentiepositie van de luchthaven.

Volgens hem moet de wet niet uitsluitend een instrument worden om toezicht te houden, maar ook bijdragen aan economische groei.

Terugkeer nog onzeker

Curaçao heeft sinds 2012 categorie 2 bij de FAA. Dat betekent dat het overheidstoezicht op de luchtvaart volgens de Amerikaanse autoriteit niet volledig voldoet aan de internationale normen. De classificatie is geen oordeel over de veiligheid van afzonderlijke vliegtuigen of luchtvaartmaatschappijen.

Een terugkeer naar categorie 1 is van economisch belang, omdat de lagere classificatie beperkingen oplegt aan de uitbreiding van luchtverbindingen door Curaçaose luchtvaartmaatschappijen naar de Verenigde Staten.

De Statenleden lijken het eens over de noodzaak van modernisering. Het debat draait vooral om de vraag of Curaçao voldoende capaciteit, geld en onafhankelijk toezicht heeft om de nieuwe wet ook daadwerkelijk uit te voeren.


Deel dit artikel: