
WILLEMSTAD - Na de kennismaking met de vier soorten mangroven die Curaçao rijk is, zoomt auteur Paul Stokkermans deze week in op de meest opvallende en beeldbepalende soort: de rode mangrove. Met zijn karakteristieke steltwortels die diep in het water reiken en zijn bijzondere aanpassingen aan zout en zuurstofarm milieu, vormt deze boom de eerste verdedigingslinie langs de kust.
Door | Paul Stokkermans
De rode mangrove groeit het dichtst bij de kustlijn, maar is niet echt rood aan de buitenkant. De steltwortels hebben vaak een roodbruine of roodpaarse tint als ze jong zijn of net nat geworden. En als je de schors van de takken opensnijdt zie je een roodachtige binnenlaag.
Deze kleur is het gevolg van tannine (een bittere stof). Tannine beschermt tegen insecten en rot. Tannine heeft een antibacteriële werking. Dividivi peulen bevatten bijvoorbeeld ook tannine. Tannine wordt gebruikt voor het looien van huiden om leer te maken. Op veel Caribische eilanden, en ook op Curaçao, wordt de rode mangrove traditioneel gebruikt om vislijnen te conserveren. Het is de tannine in de rode mangrove die deze conserverende werking heeft.
De rode mangrove heet in het Latijn Rhizophora mangle en in Papiaments Mangel di tam. De naam mangel is waarschijnlijk afgeleid van de Spaanse woorden voor mangrove, namelijk mangle en manglar. Waar de tam vandaan komt, is minder duidelijk.
Groeiwijze
De rode mangrove kent geslachtelijke voortplanting. De bloemen verschijnen in de bladoksels. Meestal zijn het twee of drie bloemen samen. De bloemen zijn groenachtig-wit of geelachtig. De bloemen hebben vier kelkbladeren en vier kroonbladeren.
Het zaadje begint te kiemen terwijl het nog aan de boom hangt. Er ontwikkelt zich een langwerpige kiemplant in een soort omhulsel. Het omhulsel met hierin het kiemplantje wordt een propagule genoemd.
De propagule is 10 – 30 centimeter lang. De propagule valt in het water als het groot genoeg is. Als de propagule met het spitse ondereinde in de modder valt, kan hij meteen wortelen.
Als de propagule in het water valt kan hij nog lange tijd drijven en wortelt zodra hij in de modder terecht komt. De propagule is overigens groen zodat hij aan fotosynthese kan doen.
In de bladgroenkorrels in de plantencellen van de propagule wordt dan met behulp van zonlicht suiker wordt gemaakt. Suiker is voedsel voor het kiemplantje.
tabiliteit
Mangroven groeien in de modderige getijdenzones. Groeien in modder is echter niet makkelijk. Modder geeft weinig steun en een boom die in modder groeit kan daarom omvallen. De rode mangroven hebben daarom zogenaamde steltwortels.
De rode mangrove kan je meteen aan deze steltwortels herkennen. Het beeld dat mensen hebben van mangroven zijn juist deze steltwortels. De steltwortels groeien uit de stam en takken naar beneden.
De steltwortels geven steun aan de mangroveboom zodat hij minder snel omvalt. Je kunt dit vergelijken met de plankwortels van bomen in het regenoerwoud. In het regenoerwoud is alleen de relatief dunne bovenste laag vruchtbaar. Daaronder is de bodem echter vaak arm en hard.
Omdat de laag waarin zich de wortels bevinden relatief dun is kunnen bomen in het regenoerwoud omvallen. Hoge bomen in het regenoerwoud hebben daarom vaak plankwortels. De plankwortels geven steun aan de boom, net zoals de steltwortels dat doen bij de rode mangrove.
Zoutresistentie
We hebben in het vorige artikel al gezien dat de rode mangrove het dichtst bij de zee groeit waar de bodem zouter is. Hoe verdraagt de rode mangrove al dat zout? De rode mangrove kan groeien in relatief zout water omdat zijn wortels in staat zijn het meeste zout uit het water te filteren voordat het water door de wortels wordt opgezogen.
De rode mangrove kan ook zout afscheiden met behulp van "offerbladeren". De boom leidt het zout dat wel wordt opgenomen naar één blad per tak. Dat blad sterft door het zout en als het dan afvalt, gebruikt de boom een ander blad voor het opnemen van zout terwijl het eerste blad weer aangroeit.
Ademhaling van de wortels
De bodem waarin de rode mangrove groeit is vaak met water verzadigd. In een met water verzadigde bodem heeft het water de lucht verdreven uit de poriën. Hoe kunnen de wortels dan toch ademhalen. De wortels kunnen toch ademhalen omdat de steltwortels boven het water uitsteken.
Zij ademen lucht in via zogenaamde lenticellen. De steltwortels groeien echter vanuit de stam of takken naar beneden en hebben geen direct contact met de ondergrondse wortels. De lucht wordt daarom getransporteerd via een sponsachtig weefsel in de steltwortel en de stam naar de ondergrondse wortels.
Het is nu ook duidelijk waarom de rode mangrove het dichtst bij de zee groeit. De steltwortels steken namelijk ver boven het water uit zodat de mangrovewortels ook bij vloed kunnen ademhalen.
In dit artikel is uitvoerig ingegaan op de rode mangrove. In het volgende artikel komt de zwarte mangrove aan de orde. De zwarte mangrove groeit iets meer landinwaarts dan de rode mangrove.
Deel 1 - Wat zijn mangroven
Deel 2 - De rode mangrove
Deel 3 - De zwarte mangrove
Deel 4 - De witte mangrove
Deel 5 - De knoopmangrove
Over de auteur:
Ir. Paul Stokkermans is gepensioneerd landbouwingenieur en ex-directeur van Carmabi en ex-beleidsmedewerker van de toenmalige Dienst Economische Zaken (DEZ) op Curaçao. Momenteel is hij directeur van Scientegia Solutions


































