Nucleair materiaal gevonden op Curaçao: aard, hoeveelheid en locatie onbekend

· - leestijd 1 minuut
Voor nucleair materiaal, bijvoorbeeld in medische toepassingen gelden voortaan strengere meld- en rapportageverplichtingen
Voor nucleair materiaal, bijvoorbeeld in medische toepassingen gelden voortaan strengere meld- en rapportageverplichtingen

WILLEMSTAD – Bij een officiële inventarisatie op Curaçao is nucleair materiaal aangetroffen. De inventarisatie werd in 2019 uitgevoerd in voorbereiding op aangescherpt internationaal toezicht. Uit de stukken blijkt niet om welk materiaal het gaat, hoeveel ervan aanwezig is en op welke locatie het zich bevindt.


De vondst wordt vermeld in de memorie van toelichting bij een nieuwe Rijkswet over nucleaire waarborgen. Daarin staat dat op Curaçao „enig nucleair materiaal” voorkomt. Op Aruba, Sint Maarten en de eilanden van Caribisch Nederland werd bij inventarisaties in 2025 vermoedelijk geen nucleair materiaal aangetroffen.

Dat nucleair materiaal aanwezig is, betekent niet dat het om materiaal voor kernenergie of kernwapens gaat. De regering legt in hetzelfde document uit dat kleine hoeveelheden nucleair materiaal ook bij gewone toepassingen voorkomen.

Verarmd uranium wordt bijvoorbeeld gebruikt als afscherming rond stralingsbronnen in ziekenhuizen. Ook bij universiteiten en bepaalde booractiviteiten kunnen kleine hoeveelheden voorkomen.

Strenger internationaal toezicht

Aanleiding voor de inventarisatie is een nieuw aanvullend protocol tussen het Koninkrijk en het Internationaal Atoomenergieagentschap, IAEA. Dat protocol werd op 4 december 2025 in Wenen gesloten.

Nederland heeft inmiddels een voorstel van Rijkswet bij de Tweede Kamer ingediend om het protocol goed te keuren voor Curaçao, Aruba, Sint Maarten en Caribisch Nederland.

De nieuwe regels moeten het IAEA beter in staat stellen te controleren of nucleair materiaal uitsluitend voor vreedzame toepassingen wordt gebruikt. De bestaande afspraken stammen uit 1973 en bieden volgens de regering onvoldoende mogelijkheden om niet-gemelde nucleaire activiteiten op te sporen.

Na invoering moet Curaçao een volledige eerste opgave doen van het aanwezige nucleaire materiaal. Daarna volgen periodieke rapportages. Ook invoer, uitvoer en veranderingen in voorraden moeten worden gemeld.

Het IAEA kan daarnaast vragen stellen en in bepaalde gevallen inspecties uitvoeren. Volgens de regering zullen dergelijke inspecties in de Caribische delen van het Koninkrijk in de praktijk naar verwachting slechts bij hoge uitzondering nodig zijn, omdat de hoeveelheid nucleair materiaal beperkt is.

Curaçao wil meedoen

Volgens de Nederlandse regering heeft Curaçao aangegeven dat het wil dat het aanvullende protocol voor het eiland gaat gelden. Daarvoor moet Curaçao eerst eigen uitvoeringswetgeving invoeren.

Daarin moet onder meer worden geregeld welke instantie verantwoordelijk wordt, welke verplichtingen gelden voor houders van nucleair materiaal en hoe toezicht en handhaving worden georganiseerd.

Het Koninkrijk en het IAEA kunnen het protocol voor Curaçao pas daadwerkelijk laten ingaan wanneer die uitvoeringswetgeving gereed is. Het verdrag zelf is momenteel nog niet in werking getreden.

De regering verwacht dat de kosten en administratieve lasten beperkt blijven. Nederland ondersteunt Curaçao in de eerste fase met kennis en trainingen van het IAEA. Daarna komen de uitvoeringskosten voor rekening van Curaçao zelf.


219 keer gelezen

Deel dit artikel: