Hoe goed leren onze leerlingen echt? Curaçao wil dat internationaal meten

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding

WILLEMSTAD – Curaçao onderzoekt of het in een volgende ronde kan deelnemen aan PISA, de internationale onderwijstoets van de OESO. Het eiland deed niet mee aan PISA 2025 en kan de prestaties van Curaçaose leerlingen daardoor nu niet rechtstreeks vergelijken met die van leeftijdgenoten in andere landen.


Minister van Onderwijs Sithree van Heydoorn schrijft dat aan de Staten. De regering wil nagaan welke vorm van internationale vergelijking het meest geschikt is voor Curaçao en welke voorwaarden en kosten verbonden zijn aan deelname aan een toekomstige PISA-cyclus.

PISA meet periodiek de vaardigheden van vijftienjarige leerlingen op onder meer lezen en wiskunde. Volgens Van Heydoorn laten de internationale resultaten van 2025 een zorgwekkend beeld zien, vooral op het gebied van basisvaardigheden. Tegelijk benadrukt hij dat uit die resultaten geen conclusies kunnen worden getrokken over Curaçao, omdat het eiland niet aan de meting heeft meegedaan.

De minister wil de internationale uitkomsten wel gebruiken als referentie voor het Curaçaose onderwijs. Daarbij gaat het niet alleen om taal, lezen en rekenen, maar ook om vaardigheden die steeds belangrijker worden door digitalisering, kunstmatige intelligentie en de grote hoeveelheid informatie waarmee leerlingen te maken krijgen. Leerlingen moeten volgens het ministerie informatie kunnen begrijpen en kritisch beoordelen, problemen kunnen oplossen en zelfstandig kunnen denken.

Structureel meten

Naast mogelijke deelname aan PISA wil de regering de eigen onderwijsresultaten structureler gaan meten. Volgens Van Heydoorn moet beter zichtbaar worden of investeringen en verbeterprogramma’s in het onderwijs na enkele jaren daadwerkelijk leiden tot betere leerprestaties.

Daarvoor moeten bestaande gegevens, waaronder resultaten van volgtoetsen, systematischer worden gebruikt. De regering wil relevante indicatoren vastleggen en ontwikkelingen in de leerprestaties door de tijd heen volgen.

De centrale vraag is volgens de minister niet welk programma of meetinstrument wordt gebruikt, maar wat het oplevert voor leerlingen. Het kabinet wil objectief kunnen vaststellen of maatregelen ertoe leiden dat leerlingen beter leren lezen, rekenen, begrijpen, kritisch nadenken en problemen oplossen.

Van Heydoorn schrijft dat ook moet worden onderzocht welke toegevoegde waarde PISA heeft naast de bestaande Curaçaose toetsen en monitoringsinstrumenten. Een besluit over daadwerkelijke deelname aan een volgende PISA-ronde is nog niet genomen.


197 keer gelezen

Deel dit artikel: